De Geest maakt zichtbaar
MEDITATIE: HEBREEËN 9:14
De Hebreeënschrijver wil ons duidelijk maken dat de Heilige Geest alles te maken heeft met het verzoenend offer van Jezus Christus. De eeuwige Geest laat zien dat het tijdelijke karakter van de oudtestamentische offerdienst door Christus in het perspectief komt te staan van vervulling in eeuwigheid. Het doel hiervan is om dienstbaar te zijn aan de levende God.
'Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?'
De hogepriester mocht als enige met het bloed van de offerdieren binnentreden in het heilige der heilige. Het bloed der verzoening voor de zonden van het volk en voor hemzelf. In de eerste tabernakel (het heilige) mochten slechts de priesters dienen. Apart is dat de schrijver de Heilige Geest noemt (v.8), die bekendmaakt dat de weg naar het heiligdom nog niet open lag, zolang de eerste tabernakel (het heilige) nog bestond. De Heilige Geest geeft te kennen dat hier de scheiding ligt. Bovendien trekt de schrijver de conclusie dat dit een afbeelding van de oude bedeling van de offerdienst is. Het heilige in de tabernakel geeft aan dat er een duidelijk scheiding ligt tussen de HEERE, de God van het verbond en Zijn volk. Alléén de hogepriester gaat binnen met het bloed voor de verzoening.
Zonder bloed zou hij vanwege de heiligheid van God net als ieder ander schepsel verteerd worden. De Heilige Geest geeft als het ware aan dat dit alles schaduwdienst is. Het zegt alles over een mens en God.
Wij kunnen niet naderen voor God, het voorhangsel hangt er schrijnend tussen.
De eeuwige Geest en de vervulling
Alle begrippen uit de offerdienst van de oude bedeling plaatst de Geest in die onuitsprekelijk vernieuwende vervulling in Christus. Hij spreekt van een aardse tabernakel, een werelds heiligdom en van een volmaakte tabernakel. Van een onbestraffelijk smetteloos offerdier en van het volmaakte offer van Christus. Het bloed van stieren en bokken naar het bloed van Christus. De aardse hogepriester gaat het heilige der heilige binnen met vreemd bloed, Christus, als de Hogepriester gaat het hemelse heiligdom binnen met Zijn eigen bloed. Er wordt gesproken van het eerste testament (verbond) en van het (ver)nieuw- (d)e en vervulde testament. Het was een tijdelijk jaarlijks terugkomend offer in de oude bedeling, maar Christus offer is eenmalig en voor eeuwig.
De Geest van God, Die eeuwig is, laat zien dat Christus de gehele tijdelijke offercultus voor Zijn rekening neemt en die in een eeuwig perspectief plaatst. Zowel voor het oude als het nieuwe verbond geldt: 'zonder bloedstorting is er geen vergeving. Zo heeft Hij voor velen de zonde weggenomen, opdat de rechtvaardige uit het geloof zal leven.' (Hebr.10:38a).
Al die geroepenen, die de stem van de Geest in geloof hebben gehoorzaamd, zullen een eeuwige erfenis in de hemel ontvangen, vertroost de schrijver ons. Zo laat de eeuwige Geest het volle licht op Christus schijnen.
De dienst aan de levende God
We zijn nu nog op aarde. We leven uit de belofte, door het geloof en zien uit naar de vervulling van de belofte. Maar hoe moeten we dan leven, is een steeds terugkomende vraag. Hoe kunnen we zo nauwgezet mogelijk leven of hoe kunnen we nog zo veel mogelijk van het wereldse meenemen? Het gevaar is niet ondenkbaar om terug te vallen in plichtmatig wetticisme. Ons geweten moet gereinigd worden. Telkens roept het stemmetje in ons geweten weer op om (dode) werken te doen. Het zit zo diep in ons. Ons vlees wil wat doen, voor of tegen God.
In de Hebreeënbrief worden dit dode werken genoemd. Historisch gezien betekent dit achter het verzoenend bloed van Christus teruggaan en terugvallen in het oude ritueel. Dode werken betekent echter ook ‘verachteren in de genade’. Gemeenteleden leven niet in overeenstemming met de kostbare genade in Christus. Ze vallen terug in hoererij. Ezau de tweelingbroer van Jakob, wordt als voorbeeld gesteld (Hebr. 12:15-16).
Het bloed van Christus reinigt van dode werken en de Geest geeft een impuls om de levende God te dienen. Maar dan in goede werken (Hebr. 10:24), in opscherping van de liefde, naar God en naar elkaar. Met dode werken kunnen we de levende God niet dienen. De eeuwige Geest geeft door Christus een nieuw elan van de liefde door het geloof. De getuigen in Hebreeën 10 laten dit zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's