De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods Woord zegt wie we zijn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods Woord zegt wie we zijn

Ons punt zit in de leer van de mens

6 minuten leestijd

Beste Roelof,

Het lijkt me dat we het in elk geval eens zijn dat God goed, rechtvaardig, heilig, almachtig is en al die andere eigenschappen die we van Hem noemen. Het doet mij goed dat ook jij vindt dat we niet kunnen theologiseren vanuit een selectie van Gods deugden. Want God is één. Juist daarom had ik moeite met de beperking van Gods macht door Gods goedheid. Alsof die twee niet één zijn. Ik denk dat in wezen ons punt niet zit in de Godsleer, maar in de leer van de mens. Jouw leer van de mens dwingt je om aan te nemen dat er een wet is waarop het oordeel van God berust. Je schrijft: ‘Zonde is dus ook schuld op grond van een hogere wetgeving, hoewel die wetgeving niet boven God staat.’ Als die hogere wetgeving niet boven God staat, dan kan het niet anders zijn dan Zijn eigen wetgeving. Die wetgeving is niet iets abstracts, maar dat is Zijn Woord. Je zegt terecht dat we God alleen in Zijn Woord kennen. Maar dat Woord is niet iets naast God. Het is de uitdrukking van zijn Wezen. Het is niet een wet die buiten Hem staat, waaraan Hij zich nu noodgedwongen moet onderwerpen. God is geen Verdonk, met een houding van: ‘Ik zou wel anders willen, maar de wet laat het Mij nu eenmaal niet toe.’ God en Zijn wet zijn één. God en Zijn Woord zijn één. We kennen geen God dan deze God. We kunnen niet theologiseren buiten het Woord om.

Juist daarom kom ik ertoe om te zeggen dat Christus de vervulling van de gehele Schrift is. Je vroeg daar eerder naar en ook daar leek je me tweeheid aan te brengen: Schrift die wel over Christus gaat en Schrift die niet over Christus gaat. Dat druist in tegen de eenheid van God, die geen ander is dan de eenheid van Christus. ‘Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.’ Dit is het Woord dat God is en door wie alle dingen geschapen zijn, zoals Johannes 1 zegt. Als het gaat om waarachtige Godskennis, dan moeten we bij Christus terecht. De evangelist schrijft verder: ‘Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren God die heeft Hem ons verklaard.’ (Joh. 1:18). Vertalers hebben die tekst steeds weer verhaspeld. Ze willen niet waar hebben dat er gewoon staat: ‘de eniggeboren God.’ Ze willen van Jezus steeds weer iets lagers maken. Maar ‘Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven.’ (1 Joh. 5:20) Daarom schrijft Lukas (ook zo’n tekst die de traditie verhaspeld heeft): ‘Alles wat door de profeten geschreven is, zal aan de Zoon des mensen volbracht worden.’ (Luk. 18:31) Het gaat dus niet om een selectie van bijbelplaatsen, maar om alles.

God is één en openbaart zich in de éne Christus. En in die Christus is ook Zijn relatie tot de mensen bepaald. De eerste eeuwen heeft de Vroege kerk de verhouding tussen God en mens daarom steeds besproken in het kader van de christologie. In Christus komen God en mens tezamen; Hij is waarachtig God en waarachtig mens. Vanaf het eind van de vierde eeuw bespreekt de westerse theologie de verhouding tussen God en mens direct. De leer van de mens vervangt in de genadeleer voor een groot deel de christologie. In elk geval wordt de volgorde omgekeerd. Men spreekt eerst over de mens en zijn zonde en daarna komt de christologie om het probleem op te lossen. In dat kader moeten we ook de discussie tussen Pelagius en Augustinus zien. Dat gaat over de menselijke vrije wil – en dat gaat in eerste instantie buiten Christus om.

Je haalt Augustinus aan. Dat is terecht. Maar als je Augustinus verkeerd aanhaalt, dan zit je zo in het determinisme of in het Arminianisme. In de eerste plaats kunnen we niet elke zinsnede van Augustinus zo maar los gebruiken. Augustinus is een theoloog die steeds in beweging is gebleven. Niet voor niets heeft hij tegen het eind van zijn leven het boek Herroepingen geschreven. Augustinus is bepaald door de debatten met de tegenstanders en door een weg die hij als theoloog gegaan is. Tenminste zo belangrijk is dat Augustinus gelaagd denkt. Juist in de verhouding van God en mens komt deze gelaagdheid tot uitdrukking. Augustinus en Pelagius stemmen overeen dat de mens in de schepping een vrije wil heeft gekregen.

Pelagius blijft daarbij. Maar Augustinus verbindt dat met iets anders: de verkiezing van God. Op het niveau van ons mensen is er een vrije wil; psychologisch is de mens vrij. Maar als het gaat om wie we zijn voor God en wat ons diepste wezen en onze laatste bestemming is, dan zijn we geheel van God afhankelijk. Dan is er een verkiezing voor het leven of voor het verderf. En dan is er geen keuze van de mens voor of tegen de genade. Onze keuze is bij voorbaat tegen de genade (daarin stemt Augustinus niet alleen in met de kerkvaders vóór hem, maar ook met Jozua 24: kiezen doen wij alleen als het kwaad is om de Heere te dienen). Als we gered worden, dan is dat dankzij de onwederstandelijke genade van God. Als we nu het niveau van de psychologische vrije wil en de verkiezing op één hoop gaan gooien, en we zetten in op de verkiezing, dan blijft er alleen determinisme over. Als we inzetten op de vrije wil, dan wordt God van ons afhankelijk. Het gaat om de spanning als die tussen het oordeel over Farao en het feit dat God zelf zijn hart verhardde. Dat bedoel ik met Gods oordeel: dat is niet een oordeel op grond van een conclusie uit de wetgeving, waarbij de rechter ons schuldig keurt.

Het oordeel is Gods gezagvolle Woord, dat zegt wie we zijn en dat zijn we dan ook. Wie God als zondaar oordeelt, is ook zondaar. Dat wil niet zeggen dat God de zondige daden schept. Hij oordeelt de daden die we doen als zondig, omdat we zondaar zijn. Voor de reine is alles rein, voor de goddeloze is alles schuld.

Onze ruimte is nu op, maar de vragen nog lang niet beantwoord. Ik zou van jou graag iets horen over de verkiezing en verwerping – en de vrijmacht Gods; en als het uiteindelijk om de leer van de mens gaat: zou je nog wat meer kunnen zeggen over wat je bedoelt met de mens als het beeld van God? Want ik denk dat daar een sleutelbegrip in de discussie ligt.

Bram van de Beek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's

Gods Woord zegt wie we zijn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's