Waardevol erfgoed uitdragen
JUBILEUMBOEK GEREFORMEERDE BOND [ 1 ]
De bundel 'Uw naam geef eer' geeft een goed historisch overzicht van de waarde die binnen de Gereformeerde Bond door de jaren heen aan verschillende themas zoals prediking, Schriftgezag, geloofsbevinding, verbond etc. is gegeven. Tegelijk worden er vanuit deze thema's steeds lijnen naar vandaag getrokken.
Voor mij was het een plezier om de bundel te lezen. Ze hield mijn aandacht van het begin tot het einde toe vast. Aangezien het onmogelijk is in deze bijdrage alle artikelen recht te doen, beperk ik me tot drie thema’s: geloofsbeleving, prediking en liturgie. Als een rode draad in alle artikelen zie ik namelijk de prediking en de geloofsbeleving binnen de Gereformeerde Bond telkens terugkomen. Dat was het ook wat mij al lezende steeds meer ging boeien. Het hielp me mijn eigen prediking en geloofsbeleving kritisch tegen het licht te houden. Daarbij hebben in het bijzonder de artikelen van ds. L.H. Oosten en ds. J. Harteman mij geholpen.
In hun bijdragen komt het kenmerkende van de prediking en de geloofsbeleving binnen de Gereformeerde Bond naar voren, namelijk de bevinding.
Kinderen van het verbond
Nu is het zo dat als er één begrip in het christelijk geloof moeilijk te omschrijven is, dan is dat het begrip bevinding. We kunnen wel woorden noemen die met bevinding te maken hebben, zoals: toe-eigening van het heil, het werk van de Heilige Geest, de verborgen omgang met God door het geloof. Bevinding in de Bijbel heeft te maken met het doorleven van onze schuld en zonde en met het ervaren van de liefde van God door de Heilige Geest (Rom. 5:5). Mij treft altijd weer de zinsnede uit het doopformulier, waarin het spreekt over de toe-eigening door de Heilige Geest van wat we in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven. In Christus, in Wie alle beloften ja en amen zijn, mogen wij alles hebben, terwijl de Heilige Geest nu door middel van de prediking van het Woord bezig is ons dit eigen te maken, opdat we ‘amen’ leren zeggen op wat God in Zijn Woord belooft.
In dat licht zie ik zelf ook niet zo’n tegenstelling tussen ds. I. Kievit en ds. J.G. Woelderink in hun denken over verbond en belofte. We moeten de fronten waartegen ze streden, goed in het oog houden. Woelderink benadrukte de grote betekenis van het verbond voor het leven van het geloof, vooral waar het verbond werd overschaduwd door ‘een idee van uitverkiezing’ en lijdelijkheid het gevolg was. Kievit stelde hiertegenover dat met het behoren tot het verbond niet alles is gezegd. Er zijn immers twee soorten van kinderen van het verbond.
Vasthouden en respecteren
Ds. Oosten en ds. Harteman geven in hun artikel beiden aan dat in de geschiedenis van de Gereformeerde Bond de twee lijnen van Woelderink en Kievit altijd hebben gelopen. Beide theologen hadden elk hun eigen, duidelijke accenten met de daarbij horende eenzijdigheden, maar beider inbreng hebben we mijns inziens nodig om bewaard te worden voor objectivisme enerzijds en subjectivisme anderzijds. Bij het objectivisme is er immers het gevaar dat het werk van de Geest in de realisering van Gods beloften in ons leven niet voldoende ruimte krijgt. Bij het subjectivisme kan eenzijdig de nadruk vallen op de beschrijving van Gods werk in de wedergeboren en bekeerde mens, wat heilsonzekerheid en passiviteit kan veroorzaken. Het mooie van de artikelen van Oosten en Harteman vind ik dat er invoelend en evenwichtig geschreven wordt over bovengenoemde hoofdlijnen.
Een citaat: ‘Het geloof richt zich zowel op de belofte van God als op de Geest die het geloof werkt. Deze twee kanten mogen we niet scheiden.’ Positief vind ik ook dat beide auteurs stellen dat we de verschillende accenten op zowel de persoonlijke beleving van het geloof als op het verbond en de menselijke verantwoordelijkheid vandaag de dag niet kunnen missen en dat het niet goed is ze op de spits te drijven. Ze kunnen zeer goed samengaan.
Juist door ze naast elkaar te laten staan, kunnen ze elkaar over en weer bevruchten en blijft de Gereformeerde Bond ook de breedte – uiteraard binnen de grenzen van Schrift en belijdenis – behouden die hij vanaf zijn oprichting heeft gehad. Laten we elkaar in de Bond daarom vasthouden, waarderen en respecteren in plaats van dat we elkaar in bepaalde hoeken wegzetten. In alle verschillen die er zeker zijn, hebben we elkaar juist nodig met het oog op de toekomst van de kerk.
Prediking
Bovenstaande in gedachten0 houdend, zette ik mij tot het lezen van het artikel de Gereformeerde Bond en de prediking van prof.dr. F.G. Immink. Aan de hand van preekvoorbeelden uit vroeger en later tijd laat prof. Immink zien wat volgens hem kenmerkend is voor de bijbels-bevindelijke prediking in hervormd-gereformeerde kring.
Drie gezichtspunten zijn daarbij voor hem van belang: belofte en bevinding, nodiging en vermaning, heiligheid van God en intimiteit van Zijn gemeenschap.
Ik kan me niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Immink bovengenoemde twee hoofdlijnen die zich ook in de prediking weerspiegelen, toch wel tegenover elkaar plaatst en daarbij bewust kiest voor een meer kerugmatische, verkondigende prediking. Het gevolg is dat daardoor vooral de schaduwkanten van de meer heilsordelijke prediking naar voren komen en niet de schaduwkanten van een meer heilshistorische prediking, die er naar mijn idee net zo goed zijn.
Dreigt hier immers niet het gevaar van vrijblijvendheid, waardoor de noodzaak van het toepassende werk van de Heilige Geest naar de achtergrond verdwijnt? Volgens prof. Immink lijkt het erop dat de bevindelijke prediking zich voortdurend in een dilemma manoeuvreert.
Aan de ene kant is er de verkondiging van Gods grote daden in Christus, waarin recht wordt gedaan aan de Schrift en het belijden der kerk.
Aan de andere kant is er de zorg om de verwerkelijking van die boodschap in het leven van de gemeente. Het gevolg is dat ‘het geestelijk leven van de mens hoog op de agenda van de prediker staat’.
Het brengt prof. Immink tot de conclusie in vraagvorm gesteld: Wordt er uiteindelijk in de hoofdstroom van de Bond niet al te zeer heilsordelijk gepreekt, waardoor de vragen van het alledaagse leven niet echt aan de orde komen? En komt het in de prediking wel echt tot bevrijdende verkondiging? Helaas breekt dan het artikel van Immink vrij abrupt af, zonder dat een nieuwe weg uit het dilemma wordt gewezen. Daar had ik na zijn kritische analyse wel op gehoopt.
Liturgie
Bij de kenmerkende geloofsbeleving en prediking binnen de Gereformeerde Bond hoort ook een kenmerkende liturgie. Dat toont drs. P.J. Vergunst aan in een zeer instructief en helder geschreven artikel. De traditie van de Bond kenmerkt zich door het zingen van de psalmen en/of enige gezangen in de samenkomst van de gemeente. Deze positiekeuze lag en ligt onder druk. Vaak wordt de Bond verweten dat ze op het punt van de liturgie geen leiding heeft gegeven aan de gemeenten. Vergunst toont aan dat het hoofdbestuur op dit punt wel degelijk leiding heeft gegeven. Hij geeft daarbij een overzicht van de geschiedenis, dat voor mij als een eye-opener functioneert.
In de loop van honderd jaar is dit thema in diverse brochures of artikelen in De Waarheidsvriend aan de orde gesteld. Dr. H. Bout wordt geciteerd, die heeft laten zien dat er een relatie is tussen de Schriftbeschouwing en de keuze voor het zingen van psalmen in de eredienst. De visie op het Oude Testament en de manier waarop Christus het Oude Testament gelezen en op Zichzelf toegepast heeft, is hier in het geding. Het Oude Testament en in het bijzonder de psalmen zijn vol van het heil in Christus.
Al eerder had dr. J. Severijn de in hervormd-gereformeerde kring gangbare praktijk in zijn brochure ‘de gezangenkwestie’ met bijbelse, historische en confessionele argumenten onderbouwd. Tegelijk gaf hij daarin aan ‘dat er geen formeel bezwaar kan worden gemaakt tegen uitbreiding van de psalmbundel met schriftuurlijke liederen, liederen die de toets van de gereformeerde belijdenis doorstaan’. Zijn standpunt en argumentatie komen vervolgens terug in de brochures van het hoofdbestuur uit 1974, 1980, 1986, 1994 en 2000. Telkens wordt daarin de voorkeur uitgesproken voor het zingen van de psalmen in de eredienst. Wel wordt de ruimte gelaten voor het berijmen van andere gedeelten van de Schrift, zodat de ‘Enige gezangen’ achter de psalmen met bijbelliederen kunnen worden uitgebreid.
Wie zich bezint op de vormgeving van de eredienst, kan niet om dit hoofdstuk heen. De keuze voor het zingen van de psalmen wordt hier verantwoord. Wie kiest voor het gezongen Woord van God, maakt een goede keus. Temeer daar in vele zogenaamde ‘vrije’ liederen het evangelie wordt versimpeld en de verbondenheid met de belijdenis van de Reformatie als leesregel van de Schrift, verdwijnt.
Met enige jaloerse blikken kijk ik wel eens naar de bundel Schriftberijmingen van de Christelijke Gereformeerde Kerken. In deze bundel staan 59 verantwoord berijmde Schriftgedeelten, die door de synode van die kerk zijn goedgekeurd. Zo’n bundel zou onder ons wildgroei op het terrein van de liturgie kunnen voorkomen.
De kerk, de wereld, Gods eer
Het moge duidelijk zijn dat ik de jubileumbundel met veel genoegen gelezen heb. Het inspireert en zet aan tot verdere bezinning. Neem, lees! Het geheel maakt een verzorgde indruk en ik zou dit boek in veler handen wensen. Moge de Gereformeerde Bond zijn waardevolle erfgoed met zegen uitdragen in het geheel van de Protestantse Kerk. Want het gaat de Bond uiteindelijk niet om zijn eigen bestaan, maar om heel de kerk, met het oog op de wereld en Gods eer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's