Winst doen met de Reformatie
BESTE BRAM & BESTE ROELOF
Na drie brieven van prof. A. van de Beek is ds. Kieskamp er dankbaar voor dat zijn gesprekspartner ermee instemt dat God geen kwaad kan gedogen. Toch is de mist voor hem nog niet geheel opgetrokken. Ook stelt hij een nieuwe vraag: Heeft Jezus ook naar Zijn Godheid geleden? Prof. Van de Beek denkt dat de kern van het debat zit in het redeneren in verschillende structuren, terwijl God en mens niet in een zelfde format besproken kunnen worden.
Heeft Jezus naar Zijn Godheid geleden?
Beste Bram,
Dankbaar merk ik je constatering op dat we inzake de eigenschappen van God zoals rechtvaardig, heilig op één lijn zitten. Dit wil ik verbinden met wat je in je tweede brief zegt, namelijk dat je er volledig mee instemt dat God geen kwaad kan gedogen. Uit je derde brief, die ik nu beantwoord, citeer ik aan het eind: ‘Dat wil niet zeggen dat God de zondige daden schept.’
Deze drie mooie beweringen doen me bijzonder goed. Toch is daarmee voor mij het ‘mistig moeras’ van mijn eerste brief nog niet voorbij. Het moeras is zeker nog niet ingepolderd en de mist nog niet opgetrokken.
Om dat te verhelderen, herinner ik aan mijn eerste brief, waar ik een typering van je denken over God en het kwaad heb gegeven. Onder andere ‘dat God geen schone handen heeft, dat Hij zelfs het kwade gemaakt heeft en er dus verantwoordelijk voor is en daarom mede schuldig’. Dit heb je niet weersproken. Je herkende je er blijkbaar in.
Hoewel dus de hierboven aangehaalde drie mooie beweringen van jou over God en het kwaad de pijn weliswaar verzachten, is die pijn toch bepaald nog niet weg. Want je blijft elders God en het kwaad zo dicht bij elkaar houden dat ik nog zeker niet gerust ben. Te meer niet daar het gaat om de meest diepe dingen van de theologie. Immers, als in ons denken en spreken God ook maar ergens besmet zou worden met enige zonde, dan hebben wij God verkwanseld. Dan is God geen God meer. Wij laten Hem een knieval maken voor de zonde. Heel onze verlossing komt dan in de lucht te hangen, omdat de Godheid van Jezus van de baan is. Ook die Godheid hebben we verkwanseld.
Daarom betreur ik dat je niet bent ingegaan op mijn vraag over de ‘staat der rechtheid’, dat zonde erbij gekomen is. Immers, wie deze staat der rechtheid ontkent, blijft met het probleem zitten hoe de zonde in de wereld gekomen is. Bovendien wil ik er een nieuwe vraag aan toevoegen, namelijk of je helder wilt reageren op de kwestie of Jezus in het straflijden voor onze zonde ook naar zijn Godheid geleden heeft?
Bij die nieuwe vraag herinner ik aan artikel 20 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis, waar staat dat ‘God zijn Zoon gezonden heeft om aan te nemen de natuur in dewelke de ongehoorzaamheid begaan was om in haar te voldoen en te dragen de straf der zonde...’ Hier wordt dus geleerd dat Jezus enkel naar Zijn menselijke natuur, niet naar Zijn Goddelijke, straflijden heeft ondergaan. Wie Jezus naar Zijn Godheid straf doet lijden, suggereert dat er in God ook zonde zou zijn die geboet moet worden. Bovendien zijn wij er dan niet zeker van of al onze zonde wel echt totaal is geboet aan het mens-zijn van Jezus. Of vind je dit laatste van geen betekenis?
In dit verband wil ik ook iets zeggen over je opmerking dat de kerk in de eerste eeuwen vooral over de mens sprak vanuit Christus, in Wie God en mens samenkomen. Later zou de kerk het spreken over de mens meer losgemaakt hebben van Christus, want ‘men spreekt eerst over de mens en zijn zonde en daarna komt de christologie om het probleem op te lossen’.
Mijn vraag is dan of dit laatste erg is. De tijd van de eerste eeuwen der kerk was immers vooral de tijd waarin het dogma bezig was te ontstaan. Het was in veel zaken dus onafgerond en onevenwichtig. Doen we onszelf niet te kort, wanneer we ontwikkelingen van latere eeuwen negeren? Of speelt hierin mee jouw dissertatie indertijd, waarvan prof. G.P. van Itterzon betreurde dat je van de Oude Kerk zo maar overstapte in het heden, met overslaan van in elk geval de eeuw der Reformatie? Zou het geen zegen zijn, wanneer je meer je winst deed met wat de Reformatie ons bracht?
Op andere dingen uit je derde brief wil ik nog kort ingaan. Als je zegt dat Christus de vervulling van de hele Schrift is, lijk je te suggereren dat de Schrift met Christus samenvalt. Dat maak ik niet mee. Het blijft nodig te onderscheiden tussen Christus als het vleesgeworden Woord en de Bijbel als het Schriftgeworden Woord. Daarom is het jammer dat je niet dieper bent ingegaan op mijn vraag van de tweede brief of je het ermee eens bent dat de Schrift niet opgaat in het Christus-getuigenis. De Schrift spreekt immers ook volop over het werk van God de Vader, zowel in schepping als in verlossing. En het werk van de Heilige Geest komt niet minder aan bod. Ook wij mensen, samen met al het geschapene, krijgen er een plaats. Hoe uitermate belangrijk Christus ook is, God gaat niet op in Christus.
Dan jouw vragen. Inzake verkiezing en verwerping sluit ik mij aan bij de Dordtse Leerregels. De vrijmacht van God maakt dat Hij niets aan ons verplicht is. Het is welbehagen van verkiezende liefde dat Hij mensen in Christus zalig maakt. Wij mogen Hem dus niet verwijten dat Hij andere mensen wegens hun eigen schuld in het verderf laat omkomen. Uiteraard dient over dit laatste met veel schroom en teerheid gesproken te worden. Wat het beeld Gods betreft houd ik me aan wat de Heidelbergse Catechismus erover zegt in vraag/antwoord 6. Sporen van dit beeld zijn ook na de zondeval gebleven, zoals een zwak besef van goed en kwaad. In Christus is het beeld hersteld.
Roelof Kieskamp
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's