De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen zich ontvouwende wijsheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen zich ontvouwende wijsheid

God en mens niet in hetzelfde format bespreken

6 minuten leestijd

Beste Roelof,

Er is er maar Eén die bepaalt of God schone handen heeft en dat is God zelf. Hij bepaalt ook wat schoon is. Dat wij daarvan iets weten, is alleen omdat Hij ons er in de Schrift zoveel over heeft meegedeeld als voor ons behoud nodig is. Ofwel: schoonheid is niet iets waaraan God onderworpen is, maar is zelf onderworpen aan God.

Ik merk dat we in twee verschillende structuren redeneren en dat daarin nu juist de kern van ons debat zit. Steeds weer constateer ik dat jij God en mens in een en eenzelfde format wilt bespreken. Jij onderwerpt God aan een beoordeling van ons: heeft God schone handen of niet? En wat zijn de criteria daarvoor? Jij vindt dat ik daarin niet helder genoeg ben en vreest dat ik uiteindelijk vind dat God wel degelijk vuile handen heeft. Als je eenmaal in dat model denkt, kan het niet anders dan dat je God moet vrijpleiten van vuile handen. Daarom kan Hij bepaalde dingen niet doen en bepaalde dingen niet willen. Anders zou Hij zelf de zonde gemaakt hebben en zelf schuldig zijn. En een God die niet zondeloos is, kan geen God zijn. Daarom komt ook de Godheid van Jezus in het geding en Zijn verlossend werk, zodra we God met de zonde in verband brengen. Ik denk in een heel ander schema. God is God. Hij kan per definitie niet zondigen, want waaraan zou Hij onderworpen zijn? Het gaat om Zijn beslissing of iets zonde is of niet. Als Hij zegt dat we zondaar zijn, dan zijn we dat. En als Hij oordeelt dat Christus zonde gemaakt is om ons, dan is dat de enige realiteit.

Er is dus niet een model waaraan God onderworpen zou zijn, laat staan dat wij en Hij in één en hetzelfde model van beoordeling zouden vallen en wij dus ook over God zouden kunnen oordelen. Als God zelf de zonde in Christus op zich neemt, dan oordeelt Hij zelf dat Hij de zonde draagt en daarmee de zonde als zonde teniet doet. Daarom is er alles aan gelegen om in Christus te zijn.

Jouw model waarin je God en mens samenbrengt, leidt onherroepelijk tot een vorm van semi-pelagianisme: God een beetje, wij een beetje, desnoods God veel en wij een beetje. Het leidt tot het soort verkavelingen waarop ik je al eerder wees. Daarom zijn jouw vragen wel degelijk beantwoord, maar niet in het theologische schema dat jij hanteert en dat ik ook niet wil hanteren. Ik weiger God en mens in één en hetzelfde model te bezien. Dat is het wat ik in toenemende mate heb geleerd en dat heb ik juist van de reformatoren geleerd, terwijl jij bang bent dat ik hen vergeet. Heeft juist de Reformatie niet elke vorm van semi-pelagianisme willen afwijzen? Het is louter en alleen genade. Het is louter en alleen Gods daad en Gods beslissing. Niets hangt er van mij af.

Ik wil niet zeggen dat ik alles precies zo zeg als Luther en Calvijn. Zij waren in een andere situatie dan wij. Zij hadden te strijden tegen de verwording van de kerk met haar institutionele macht die mensen knechtte. Wij hebben te strijden met mensen van na de Verlichting die de mens hoog in het vaandel hebben. Daartegen richt zich mijn theologie. Daarom moeten we bij het beroep op de Reformatie goed op twee dingen letten: zeggen wij in onze situatie nog wel hetzelfde, als wij hen alleen maar herhalen? Jij weet uit het pastoraat zeer wel dat dezelfde woorden bij de ene mens iets heel anders bewerkstelligen dan bij de ander. Brengt het woord dat we spreken ons tot genade alleen of dient het onze zelfhandhaving? Verder moeten we goed kijken of wat we als reformatorisch verkopen, wel reformatorisch is en niet veeleer een interpretatie daarvan uit later tijd. Kuyper dacht ook dat hij precies Calvijn volgde, terwijl we daarover op zijn minst enige twijfel kunnen hebben. Daarom is het los citeren van een enkele zin of alinea uit de teksten van de reformatoren of de belijdenisgeschriften ook zinloos, als die niet is ingebed in de hele structuur van hun denken. Verder mogen we nooit uit het oog verliezen dat de reformatoren niet de bedoeling hadden om meer te zeggen dan de kerkvaders. Zij wilden juist de kerk reformeren en die ontdoen van de misgroei der eeuwen. Let er eens op hoeveel zij de kerkvaders citeren, ook die kerkvaders die protestanten zich niet zo makkelijk toe-eigenen, zoals Cyprianus met zijn gedachten over de kerk en haar eenheid. Bij Calvijn kun je zijn gedachten bijna letterlijk terugvinden, maar ik merk daar weinig van in ons denken over de kerk. Het is de reformatoren wezensvreemd te denken dat de kerkvaders uit de eerste eeuwen nog beginnelingen waren en dat we nu dieper inzicht zouden hebben. Die idee kan alleen ontspruiten aan een denken waarin de mens toenemend wijs is en waarin de traditie iets toevoegt aan de waarheid. De eerste idee is de gedachte van de Verlichting en de tweede heeft de Reformatie in Rome nu juist veroordeeld. En het tweede Vaticaans concilie heeft zich de kritiek van John Henry Newman op het eerste Vaticaans concilie ter harte genomen: ook de paus kan niets afkondigen wat niet reeds aanwezig is in het geloof van de kerk. Met jouw idee van een zich ontvouwende wijsheid in het dogma ben jij roomser dan de paus!

De Reformatie heeft zich krachtig verzet tegen het ‘en’ (God én mens; natuur én genade; Schrift én traditie). Er is maar één God, uit wie en door Wie en tot Wie alle dingen zijn, die spreekt in zijn éne Woord en uit wiens genade alleen wij leven. Tegenover het ‘en’ plaatst de Reformatie haar ‘sola’: genade alleen, de Schrift alleen, Christus alleen. Het zijn geen aantal ‘sola’s’, alsof je genade, Schrift, Christus zou kunnen optellen. Dat is in strijd met het wezenlijke karakter van het ‘alleen’. Het is Christus alleen, en van hem getuigen de Schriften en dat is Gods genade. Ik zou volgende keer wel iets willen zeggen over de trinitarische spreiding, maar misschien kun jij daarover eerst iets zeggen. Waarom ben jij er zo tegen dat Christus de vervulling van de hele Schrift is?

Bram van de Beek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Geen zich ontvouwende wijsheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's