De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over schepping en evolutie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over schepping en evolutie

Naar hun aard – naar Gods beeld

8 minuten leestijd

Hoeveel evolutietheorie kan het christelijk geloof eigenlijk verdragen zonder op te houden christelijk geloof te zijn? vraagt dr. G. van den Brink in zijn bijdrage Schepping en geloof in het boek 'En God beschikte een worm'.

Het boek is een vervolg op Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp (uitg. Ten Have, 2005), waarin Intelligent Design (ID) in Nederland op de kaart van ‘geloof en wetenschap’ werd gezet. Is de kosmos en alles wat zich daarin voordoet, resultaat van toeval of is er sprake van doelgerichtheid, van een ontwerp? Heeft alles zich ontwikkeld langs de weg van evolutie, zoals Darwin heeft geleerd, of is er sprake van planmatigheid? En als er van ontwerp sprake is, wie is dan de ontwerper?
Een tijd lang was de discussie over ID heftig. Wat heeft de discussie opgeleverd? Van den Brink stelt dat de discussie niet al te veel verschuiving in standpunt heeft laten zien bij degenen die al van te voren sceptisch stonden ten opzichte van elke gedachte aan een ontwerp in de natuur. Eerder lijkt de discussie, zegt hij, tot een verschuiving te hebben geleid bij christenen, die tot nu toe onder invloed van het creationisme hadden vastgehouden aan het idee van ‘een jonge aarde’ en nu bereid blijken schepping en evolutie als ‘elkaar aanvullend in plaats van elkaar uitsluitende concepten’ te zien.

Rode draad
Als er al sprake is van een rode draad in het nu verschenen boek – want het is zeer divers – dan is het de bereidheid om de tegenstelling tussen geloof en wetenschap op dit punt zoveel mogelijk te boven te komen. Dat betekent dat de auteurs bereid zijn vormen van evolutie als wetenschappelijk te aanvaarden, zij het in verschillende gradaties. ‘Valt een eerlijke uitleg van Genesis 1-3 te verbinden met de overtuiging dat God onze wereld langs evolutionaire weg heeft doen worden tot wat zij is?’, vraagt Van den Brink. Hij ziet hier theologisch geen probleem, omdat de teksten uit deze hoofdstukken geen exact verslag, ‘geen natuurwetenschappelijk relaas’ bieden. Hij stipt aan wat velen voor hem deden (Augustinus deed het al), namelijk dat het een legitieme vraag is hoeveel tijd er verstreken is tussen Genesis 1:1 en Genesis 1:3. De gedachte van een oude aarde hoeft hier met de Schrift niet in strijd te zijn. Ook niet het feit dat soorten (elk ‘naar zijn aard’) uit elkaar zijn geëvolueerd. De aarde bracht dieren voort! En hoe verhouden zich de dagen tot elkaar?
Anders en moeilijker wordt het, wanneer het gaat om de gedachte dat ‘lijden, strijd en dood van meet af het leven op aarde hebben getekend’. Van den Brink spreekt hier van leed, dat na de intrede van de zonde door mens en dier als leed is ervaren. Maar de historiciteit van de eerste mens (Adam) en diens val is voor hem naar de Schriften essentieel voor de structuur van het christelijk geloof. Adam wordt als historisch opgevoerd in het Nieuwe Testament (Rom. 5: 5). ‘Daarom blijft het belangrijk dat christenen vasthouden aan de gedachte dat de mens in een speciale akte geschapen werd, niet zoals planten en dieren naar hun aard maar naar Gods beeld.’

Gods hand en Gods vinger
Ik noem hier ook met dankbaarheid het fraaie opstel van Van den Brink over Darwinisme en christelijk geloof; een historisch overzicht. Hij spreekt van ‘vertolkte geschiedenis’. Ik herinner eraan dat Calvijn al heeft gesteld dat God zich in de beschrijving van de ‘historie’ van Zijn scheppingswerken heeft geschikt naar ons menselijke bevattingsvermogen. Men kan ook, met miskenning van het karakter van Genesis 1, te veel als ‘feitelijk’ lezen in deze beschrijving. De wetenschappelijke ontdekkingen zijn niet niets. De werken van Gods hand en de werken van Gods vinger kunnen elkaar ten principale niet tegenspreken (Galileï). Maar met de schepping van de mens naar Gods beeld, de concrete zondeval, de dood als gescheidenheid van God en de noodzaak van het verlossingswerk van Christus, dat hiermee samenhangt, staat en valt de bijbelse leer van het heil.
Ik maak hier nog wel een kanttekening. Vroegere natuurwetenschappers stelden ook het zogeheten actualiteitsbeginsel. Wetenschappelijke lijnen die nu worden getrokken, op grond van pakweg drie eeuwen exacte natuurwetenschap, worden zo maar teruggeprojecteerd op een oncontroleerbaar ver verleden. Een onbewezen en niet te bewijzen uitgangspunt, ook als het gaat om ouderdomsbepalingen!

Evolutie
De samenstellers geven aan dat voor niemand van de auteurs schepping en evolutie elkaar uitsluiten. ‘Wat u krijgt voorgezet, is een waaier van tussenposities, waarvan sommige duidelijk dichter bij de extremen liggen dan anderen.’ Dat maakt een generale bespreking van deze bundel moeilijk en kwetsbaar.
Ik leg de vinger hier wel bij de fundamentele bijdrage van de Delftse hoogleraar in de moleculaire biofysica Cees Dekker, (genuanceerd) bepleiter van de ontwerpgedachte, met de titel Schiep God de mens of schiep de mens God. Dekker belijdt als christen ondubbelzinnig God als Schepper. Hij weet zich te staan in een traditie van christenwetenschappers (Newton, Pascal, Boyle, Kelvin, Maxwell) ‘die uitstekend hun christelijk geloof combineerden met hun wetenschappelijke arbeid’. Het conflict tussen geloof en wetenschap, ‘de scheiding der geesten’, voltrekt zich echter naar zijn oordeel bij het wereldbeeld dat mensen hanteren. Hier contrasteren en conflicteren twee wereldbeelden: ‘het (christelijk) theïsme, dat uitgaat van een eeuwige God die deze werkelijkheid heeft geschapen en die nog steeds actief is in die schepping’ en ‘het naturalisme/atheïsme, dat (…) inhoudt dat de natuurlijke wereld alles is wat er is, een gesloten systeem dat geen bovennatuurlijke verklaring nodig heeft en dat geheel zelfvoorzienend is’.
Zo is Dekker kritisch over het Darwinisme, waarmee maar al te vaak ‘een atheïstische levensbeschouwing wordt verkocht onder de dekmantel van natuurwetenschap’. Evolutie is dan ‘een hoeksteen van het atheïstisch-naturalistische wereldbeeld’.
Dat biedt ‘een schril contrast’ met het christelijk-theïstisch wereldbeeld, waarbinnen de mens is geschapen naar het beeld van God. Voor Dekker wijzen de gegevens uit de biologie juist in de richting van een theïstisch wereldbeeld. Bij bepaalde speculaties van natuurwetenschappers, bijvoorbeeld inzake de ‘oerknal’ gebruikt hij zelfs het woord ‘wartaal’. Daar stelt hij de schepping ex nihilo (uit het niets) tegenover.

Ontwerper
Dekker schrijft als gelovige dan ook de Ontwerper (achter de ontwerpgedachte) met een hoofdletter. Het zal duidelijk zijn dat, ook wanneer men wetenschappelijk ‘sporen van ontwerp’ in de natuur aantreft, men nooit natuurwetenschappelijk de Schepper als de Ontwerper op het spoor zal komen. Hij is niet en nooit wetenschappelijk te traceren. Gods wezen is niet de doorgronden, Hij openbaart Zichzelf!
De VU-hoogleraar wiskunde Ronald Meester zegt niet te (kunnen) geloven in God als persoon. Intussen komt hij ook tot de uitspraak dat de wetenschap enerzijds per definitie en principieel beperkt is in haar vermogens maar ook beoefend wordt door mensen, die, zegt hij evenals Dekker, een wereldbeeld hebben waarbinnen ze opereren. Hoewel hij gelooft dat evolutie heeft plaatsgevonden, schetst hij deze nochtans als niet gebaseerd op de wetenschappelijke methode, ‘maar op romantische verhalen die meer weg hebben van een geloofsbelijdenis’ (sic!). Er is voor hem geen enkele reden te denken dat we in een wereld leven die zich geheel wetenschappelijk zou laten beschrijven.
De Delftse prof.dr. A. van den Beukel schrijft onder de titel: De wereld: schepping of toevalstreffer een verhaal zoals we dat van hem in spraakmakende boeken gewend zijn. Het evolutieverhaal heeft niets anders dan ‘science fiction’ opgeleverd. Men moet zich naar zijn oordeel dan ook in allerlei bochten wringen ‘om onder de Schepper uit te komen’.

Mooi is hier ook het hoofdstuk van prof.dr. Jan H. van Bemmel: Een wereld vol wonderen; een wereld die hij blootlegt in de macrokosmos en de microkosmos.
Dr. Aart Nederveen, redacteur van Wapenveld, maakt hier mooie opmerkingen over het verschil tussen begrijpen en verklaren. Hij weet zich bij eigen openheid naar de wetenschap en bij de uitleg van Genesis 1 geholpen door Ik ben de alpha van ds. G. Boer. De rooms-katholieke Everhard de Jong, hulpbisschop van Roermond, spreekt over ‘relatieve autonomie van de wetenschap vanwege de scheppingsgedachte’.

Waaier
Intussen biedt dit boek, als gezegd, een waaier van visies. Het laat zich bepaald niet kritiekloos lezen. De ruimte ontbreekt hier om kritisch in te gaan op de bijdrage van prof. dr. J. Lever (een bewerkt verhaal uit 1985), die ooit de evolutietheorie introduceerde aan de Vrije Universiteit en impliciet ook de aanstichter was van een fundamentele omwenteling in de theologie aldaar. Zijn bijdrage conflicteert op punten met de historische benadering van Van den Brink.
Sommigen hebben vanwege de grote variëteit dit boek al weggeschreven: te open naar de wetenschap. Dat doe ik bepaald niet. Ook wie volmondig de Schrift belijdt inzake de schepping, blijft, wil hij/zij eerlijk in de wetenschap staan, worstelen met vragen, die worden ingegeven door wat in de natuur, zijnde Gods geschapen werkelijkheid, wordt gevonden. Het heilzame van dit boek is dat pseudowetenschap, die in feite ideologie is, wordt ontmaskerd en dat wordt aangegeven dat de ontwikkeling der dingen niet berust op toevalstreffers maar op planmatigheid.
Uit het min of meer ongestructureerde, dat deze bundel als geheel in zekere zin ook kenmerkt, wordt hopelijk een nieuw paradigma in de wetenschap geboren, waarin ook oog is voor het wetenschappelijk onkenbare.

N.a.v. Cees Dekker e.a.:
En God beschikte een worm. Over schepping en evolutie.
Uitg. Ten Have, Kampen; 405 blz.; € 24,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Over schepping en evolutie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's