Prot. Theol. Universiteit
Consideraties gevraagd
Wijzigingen in de kerkorde worden door de generale synode in eerste lezing vastgesteld en daarna aan de kerkenraden voorgelegd ter consideratie door de classicale vergaderingen. Op dit moment ligt bij de kerkenraden het verzoek om te reageren op wijzigingen in de kerkorde die te maken hebben met de oprichting van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Enkele overwegingen.
Op dit moment wordt de opleiding en vorming van predikanten in Leiden en Utrecht gedeeltelijk verzorgd door de theologische faculteit en gedeeltelijk door de kerk. Deze combinatie van studie aan een staatsfaculteit en aan de kerkelijk opleiding is bekend als de duplex ordo en was praktijk in de Hervormde Kerk. In Kampen is een (kerkelijke) Theologische Universiteit, die de gehele predikantsopleiding verzorgt. Dat noemen we de simplex ordo. Zo ging het voorheen in de Gereformeerde Kerken. De op te richten PThU gaat zowel de kerkelijke opleidingen in Utrecht en Leiden (in de vorm van een kerkelijke masteropleiding) als de Theologische Universiteit in Kampen omvatten. Daarnaast zal het Theologisch Seminarium Hydepark in Doorn deel gaan uitmaken van de PThU.
De Gereformeerde Bond hecht groot belang aan een gedegen predikantsopleiding. Met de vorming van de PThU neemt de kerk op een overtuigende en slagvaardige wijze haar verantwoordelijkheid. Ontwikkelingen in de wetgeving, onder andere rond de bekostiging, en in het onderwijs, zoals de bachelor-master structuur, maken aanpassingen nodig.
In de synodevergadering van 7 april jl. zijn deze voorstellen goed ontvangen en unaniem aanvaard. Dat zal mede daarmee te maken hebben dat beide tradities, die van Leiden en Utrecht enerzijds en die van Kampen anderzijds, gehandhaafd worden. Wij vinden het positief dat de Protestantse Kerk ervoor blijft kiezen om de kerkelijke theologiebeoefening mede te laten plaatsvinden aan brede openbare universiteiten. In de consideraties kan worden onderstreept dat we aan deze (hervormde) traditie grote waarde hechten.
Benoemingen
De jaren door is de benoeming van docenten en hoogleraren een punt van zorg geweest. Het is goed als kerkenraden ervoor pleiten dat de kerk theologen benoemt die zich gebonden weten aan de gereformeerde belijdenis en zo in gehoorzaamheid aan de Schrift dienaren van het Woord opleiden en vormen. In verband daarmee is het beter dat het voorstel op het punt van de benoemingsprocedure wordt aangepast. Voorgesteld wordt namelijk dat de generale synode betrokken is bij de benoeming van hoogleraren, terwijl bij de benoeming van docenten de kleine synode verantwoordelijk is (ordinantie 13-6-1 en 13-6-2). Het is beter, onder andere met het oog op een samenhangend benoemingenbeleid, dat in alle gevallen de verantwoordelijkheid bij de generale synode ligt. Dat is op dit moment ook het geval. Een ander punt is dat het mogelijk wordt dat voor bepaalde vakken een hoogleraar of docent wordt benoemd zonder dat de synode bij die benoeming betrokken is (ord. 13-6-9). Dat is ook nieuw en naar onze mening ongewenst. Het is beter dat er geen uitzonderingen zijn op de regel.
Lutherse traditie
Op dit moment is er een Evangelisch-Luthers Seminarium (ELS), dat onder andere tot taak heeft bij te dragen aan ‘het bewaren en aan de gehele kerk dienstbaar maken van de lutherse traditie’. In het voorstel (ord. 13-2-4) wordt de PThU daar in de toekomst verantwoordelijk voor. Dat een kerkbreed orgaan als de PThU deze verantwoordelijkheid krijgt, is nieuw en niet in lijn met het geheel van de kerkorde. Tot nu toe ligt de verantwoordelijkheid voor de lutherse traditie bij lutherse organen en dat moet zo blijven. Het is ongewenst dat kerkbrede organen, waarin dus ook leden van de kerk functioneren die zich gebonden weten aan de gereformeerde belijdenissen, verantwoordelijk worden voor het bewaren en aan de gehele kerk dienstbaar maken van de lutherse traditie. Concreet kan dit worden geregeld door ord. 13-2-4 te laten vervallen en in ord. 4-23-1 bij de taken van de evangelisch-lutherse synode de volgende formulering op te nemen: ‘het onderhouden van contacten met het college van bestuur van de Protestantse Theologische Universiteit inzake de plaats van de lutherse traditie in de opleiding en vorming tot predikant in de Protestantse Kerk in Nederland’. Dan vervalt ook in ord. 13-6-3 de verwijzing naar ord. 13-6-2 en kan in plaats daarvan gesproken worden over een hoogleraar of docent die (mede) tot taak heeft predikanten te vormen en op te leiden inzake de evangelisch-lutherse traditie en over een leeropdracht van die strekking.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's