De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

God iets beloven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

God iets beloven

BIJBELTEKST BEGREPEN [5]

4 minuten leestijd

In het Oude Testament komen we mensen tegen die een gelofte aan God aflegden. In Leviticus 27 geeft de Heere de mogelijkheid tegen een bepaald bedrag een belofte te lossen. Waar doet Hij dat?

Een voorbeeld van iemand die aan God een gelofte aflegt is Hanna. Lange tijd was ze kinderloos. Toen ze haar jaarlijkse bezoek aan de tabernakel bracht, deed ze de gelofte: ‘Als U mij een zoon schenkt, zal ik hem aan U geven, al de dagen van zijn leven.’ In Leviticus 27 lezen we een aantal regels ten aanzien van het inlossen van geloften.
De vraag is nu: Is er een verband tussen Leviticus 27:3 en 8 en Mattheüs 26:15? Zo nee, wat betekent Leviticus 27 dan wel? En zou dit hoofdstuk toepasbaar zijn voor de geschiedenis uit Richteren 11:30 en 31: ‘Jeftha beloofde de HEERE een gelofte’?

Waar gaat het om in Leviticus 27?
In dit hoofdstuk staan wetten over schatting en lossing. In allerlei situaties deed een Israëliet wel eens een gelofte. Men beloofde bijvoorbeeld aan de Heere een zoon te wijden, of een stuk vee, of land enzovoort.
Een gelofte afleggen was een ernstige zaak. Men moest de gelofte zo snel mogelijk inlossen. Maar nu geeft de Heere in dit hoofdstuk de mogelijkheid om tegen een bepaald bedrag datgene wat beloofd was, te lossen.
Waarom gaf de Heere deze mogelijkheid? Dat staat er niet bij. Maar we kunnen ons voorstellen dat het kon gebeuren in een oorlogssituatie dat Israël een veroverde stad aan de Heere wijdde. Echter, de onreine dieren en allerlei andere onheilige voorwerpen uit zo’n stad mochten niet aan de Heere gewijd worden. Dan geeft de Heere in deze wetten de mogelijkheid deze zaken voor een geldbedrag te lossen.
We kunnen ons ook indenken dat een Israëliet er achter kwam dat hij in een bepaalde situatie te ondoordacht een gelofte had afgelegd. Wat dan? Dan kon hij via deze regels van de Heere tegen een geldbedrag het beloofde lossen. In de eerste acht verzen van dit hoofdstuk worden dan de bedragen genoemd voor het lossen van mensen.

Is er een verband met Mattheüs 26?
Gezien het feit dat het in Leviticus 27 om loskoping van een in een gelofte aan God gewijde persoon gaat, zullen we geen verband kunnen leggen met Mattheüs 26:15. Hier gaat het om een andere wet. We horen Judas aan de leden van het Sanhedrin de vraag stellen: ‘Wat wilt gij mij geven en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen.’
Het gaat hier om de prijs van een slaaf. De wet schreef voor dat wanneer iemands os de knecht of dienstmaagd van een ander doodde, de baas van de os een schadevergoeding van dertig zilveren sikkels moest betalen. (Ex. 3:32) Voor deze prijs werd de Zoon van God verkocht. De prijs toonde dat Hij een dienstknecht is! Onwetend vervulden de geestelijke leidslieden van het volk de profetie uit Zacharias 11:4-12.

De gelofte van Jeftha
Wel kunnen we, denk ik, een bepaald verband leggen tussen Leviticus 27 en de gelofte van Jeftha in Richteren 11. In deze zin dat Leviticus 27 de verklaring ondersteunt dat Jeftha zijn dochter niet echt aan de Heere geofferd heeft. Gaf de Heere voor bijzondere omstandigheden al de mogelijkheid om een gelofte, waarin men een mens of een dier aan de Heere gewijd had, in te lossen tegen een geldbedrag, hoeveel te meer wanneer men in een gelofte de Heere beloofd had een mens aan Hem te offeren.
Een mensenoffer was ten strengste verboden. Leviticus 27 ondersteunt dus naar mijn mening de verklaring dat Jeftha zijn dochter niet geofferd heeft, maar haar op een andere wijze aan de Heere gewijd heeft. Hoe? Dat valt buiten het bestek van de gestelde vraag, al geeft Richteren 11 wel bepaalde aanwijzingen, die volgens mij richting het Nazireeërschap wijzen.

Nieuwe vragen voor de rubriek ‘Bijbeltekst begrepen’ kunnen worden ingestuurd naar de redactie (adres zie colofon op pag. 15) of gemaild worden naar geref.bond@ tiscali.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

God iets beloven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's