De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dr. H. Jonker leed aan het leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr. H. Jonker leed aan het leven

EEUW GB-GESCHIEDENIS IN PORTRETTEN [ 8 ]

5 minuten leestijd

Ik ken oe wel, ie bint Enk Jonker, daarna dominee Jonker en daarna professor Jonker. En nu weer dominee Jonker, zei ik, ik ben veel bij jullie op de boerderij geweest, maar dat is lang geleden, vijftig jaar! Achtste deel in de reeks portretten van mensen die in 100 jaar GB van betekenis waren.

Bij enige voorstudie aleer dit portret te schilderen, beluisterde ik een interview met prof. H. Jonker. Als je hem hoort, dan verraadt zijn spraak hem ietwat en weet je dat z’n wortels in de buurt van Kampen moeten liggen. Verre voorouders woonden in de polder Mastenbroek, terwijl zijn grootvader Hendrik Jonker ruim 45 jaar ‘in grote getrouwheid en met onverdroten ijver’ de gemeente van IJsselmuiden-Grafhorst mocht dienen als ouderling.
Zelf groeide hij op in Zwolle. Later groeide hij in meerder opzicht uit tot een man van formaat. Niet altijd begrepen in hervormd-gereformeerde kring – zou hij nu meer bijval krijgen? Misschien was Jonker zijn tijd wel ver vooruit.

Ds. Jonker
Het was 1944, toen kandidaat Jonker bevestigd werd tot predikant van de hervormde gemeente van Molenaarsgraaf. Na de Kweekschool had hij tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de Rijksuniversiteit te Utrecht theologie gestudeerd. Wellicht net als andere leeftijdgenoten ging ook Jonker zonder voorafgaand leervicariaat de gemeente in. In genoemd interview vertelt hij hoe hij geroepen werd bij een stervende oude vrouw, die bijna doof en blind was. Hij ging erheen en kwam in de kamer vol wachtende mensen – tante was niet onbemiddeld.
Van de dominee werd verwacht dat hij uit de gereed gelegde Statenbijbel zou lezen en een gebed zou doen. Ze wisten te vertellen dat tante haar leven lang trouw naar de kerk was geweest. Ze wisten, tot grote teleurstelling van ds. Jonker, verder te vertellen dat tante desondanks niet verder was gekomen dan de voortdurende uitroep ‘voor eeuwig verloren, voor eeuwig verloren, etc.’.
Hij was bij haar gaan staan, had zijn hand op haar voorhoofd gelegd en had toen de Hogepriesterlijke zegen uitgesproken. Daarna was hij vertrokken, zonder gebed en bijbellezen. Hij noemt zo’n ‘getuigenis’ vrucht van een verkiezingsleer die los staat van het bijbels getuigenis. Het greep hem destijds zo aan dat hij er een week tussenuit moest om te overpeinzen wat bepaalde theologie kan uitwerken, en dat het zo niet moest. Geloofde Jonker niet in een uitverkiezing? Jawel, maar zo zegt hij dan, teleologisch. Uitverkoren met een doel, zoals verwoord in 1 Petrus 2:9 ‘om te verkondigen de deugden van Hem Die u geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht’.
De benadering van de gemeente is dan ook niet vanuit de uitverkiezing, maar vanuit het verbond. Catechisanten van toen weten te vertellen dat er onder de prediking van Jonker dan ook een toename was van het aantal mensen dat aan het Heilig Avondmaal deelnam. Na Molenaarsgraaf komt de gemeente van Bodegraven; daarna wordt Jonker predikant in Amsterdam. Drie gemeenten, drie verschillende gemeenten. Daarmee is ook gezegd dat het stapeltje preken uit Molenaarsgraaf niet omgekeerd kon worden om in Bodegraven, laat staan in Amsterdam (ongewijzigd) te houden.
Jonker schrijft erover: Iemand die zo denkt, geeft blijk van het ernstige misverstand dat de waarheid Gods uit een samenstel van waarheden zou bestaan, dat gelijkelijk aan iedere gemeente kan worden voorgesteld. Het dialogisch aspect dat de Waarheidsvertolking zich richt op de levensproblematiek van de horende gemeente, is zo iemand ontgaan.
Een predikant heeft de nieuwe gemeente nodig om tot waarachtige Waarheidsrealisering te komen in zijn prediking en pastoraat. ‘De prediker kan niet alleen vanuit de Bijbel, niet alleen vanuit de belijdenis der kerk het Woord bedienen, hij heeft ook het tegenover van iedere gemeente met haar eigen geaardheid nodig om tot waarachtige dialogische woordbediening te komen.’

Prof. Jonker
Hiermee zitten we al helemaal bij de theoloog Jonker. Het is niet te scheiden, zelfs moeilijk te onderscheiden. In de eerste gemeente landde een preek ook wel eens achter de achterste bank. Waarmee niet gezegd is dat de gemeente niet veel van haar dominee leerde. Integendeel.
Het formaat van Jonker was theologisch ook groot. Eén ding wil ik hier niet ongenoemd laten, opdat het ook in onze hervormd-gereformeerde eredienst mogelijk een plaats kan krijgen. Jonker pleit ervoor (en bracht dat ook zelf in praktijk) dat de trits ellende-verlossing-dankbaarheid in de liturgie tot uitdrukking moet komen; dit is een Calvijnse traditie. De eredienst is meer dan preekdienst. Er behoort in de liturgie plaats te zijn voor schuldbelijdenis en genadeverkondiging, het lied van lofprijzing en ook het Heilig Avondmaal. Jonker stelde dat de Heidelbergse Catechismus zo niet alleen leerboek, maar ook levensboek is. Bij de gedachtenisprediking op 5 januari 1969 in Molenaarsgraaf, ter gelegenheid van 25 jaar ambtelijke dienst, bevatte de liturgie dan ook deze onderdelen.
Verder maakt Jonker nadrukkelijk onderscheid tussen bevinding en bevindelijkheid. Bevinding als de levenservaring van het geloof, maar bevindelijkheid is een cultivatie en daardoor devaluatie van de echte geloofsbevinding, met als gevolg ‘kenmerken’-theologie.

Existentialist
Jonker heeft behalve genoten van het goede van het leven. ook geleden aan en in het leven. Hij is een man die geleefd heeft, intens, existentieel. Lees zijn boek Landingsplaatsen. Naast de vele andere boeken en artikelen schreef hij ook (een buitenbeentje noemt hij het zelf ) het boek Sporen van een slag, een pelgrimage naar Verdun. De verwerking van wat hij bij het schrijven van dit boek tegenkwam, heeft een stempel gezet op heel zijn praktisch-theologische vorming. Het leven doet wat met je.
Vertwijfeling kan zich van je meester maken, theoloog of niet. Wanhopig kun je worden, als de vragen van het leven op je afkomen. Bemoedigend te horen uit de mond van dominee Jonker – hij is dan bijna aan het eind van zijn leven – dat tegen alles in en dwars door alles heen Christus de enige hoop is. ‘De rijkdom van Christus is op me afgekomen, ook toen ik tijdens mijn ziekte voor de poorten van de dood lag.’
Christus is opgestaan. Hij heeft de machten, zelfs de dood overwonnen. ‘Nu jaagt de dood geen angst meer aan …’ Dat is de enige hoop van de christen. Ave Christum unica spes.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Dr. H. Jonker leed aan het leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's