De kerkorde over het ambt
HOE HOUDBAAR IS DRIEVOUDIG GELIJKWAARDIG AMBT? [ 2 ]
Tijdens de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond, op 30 mei jl., opende dr. H. de Leede de bezinning met zijn lezing: Hoe houdbaar is het drievoudig gelijkwaardig ambt. De stand van de discussie over het ambt en de drie ambten in de Protestantse Kerk. In drie afleveringen plaatsen we deze bijdrage.
Maar wát is nu dat andere, dat eigene van het ambt? Waarin definieer je dat? De ambtsdiscussie verkeert met een aantal klassieke tegenoverstellingen in een impasse.
Enkele patstellingen
- Het ambt komt ‘van Boven’ of het ambt komt ‘van beneden’. ‘Van Boven’ betekent dat we het ambt zien als tegenover van de gemeente. Het is door God geschonken instrument in de handen van de Heilige Geest. ‘Van beneden’ betekent dat het ambt opkomt uit de gemeente, een verbijzondering van een van de gaven. Met die tegenstelling komen we niet uit.
- Nauw verwant met deze tegenoverstelling is een tweede belangrijke tegenoverstelling. Namelijk van ‘sacramentalisering’ van het ambt of ‘functionalisering’. De functionalisering heeft natuurlijk de wind van de jaren zestig mee gehad. Nog steeds heeft ze dat. Democratisering en anti-institutionalisme hebben dat proces bevorderd. Met name de ambten van de ouderling en de diaken zijn in de ogen van velen geworden tot taken, tijdelijke, vooral bestuurlijke, klussen. En die zijn weer sterk gebureaucratiseerd.
En de predikant? Hier zien we enerzijds een zelfde functionalisering. Het ambt wordt uiteengelegd in een aantal taken, met een taakomschrijving, urenberekening, functioneringsgesprekken. We zien een tendens richting de predikant als werknemer met de kerkenraad als werkgever. Sommigen verlangen daarnaar. Het maakt dingen duidelijk. We zien steeds meer de predikant in deeltijd en duo-baan, met een eigen huis, een werkende partner, ouderschapsverlof.
Maar bij de predikant zien we anderzijds ook een tegenovergestelde beweging. Er is een opwaartse druk richting een sacralisering van het ambt, en dan vooral dat van de predikant. De predikant met de witte toga, de stola, de liturg, de voorganger in de liturgie, de priester. De predikant als geestelijk begeleider, mystagoog, inwijder in de heilgeheimen van God en het leven. Tussen functionalisering en sacralisering, tussen ‘ambt als tegenover’ en ‘ambt opkomend uit de gemeente’ is sprake van een patstelling.
Roep om leiderschap
Dan nog een laatste na-effect van de veranderingen na de jaren zestig van de twintigste eeuw. Na een periode van afschaffen van veel tradities en waarden zijn we nu aangeland in de fase van heroriëntatie op waarden en tradities, en een eigentijdse roep om een nieuw zicht daarop. En we horen een toenemende roep om mensen die voor die waarden staan, die dragers daarvan (willen en kunnen) zijn. Er is weer behoefte aan leiderschap, geestelijk leiderschap, aan mensen met een moreel gezag. We merken een verlangen naar mensen die iets vertegenwoordigen van het transcendente, het heilige, dat wat de tijd verduurt. Leeftijd doet er dan niet toe. Een stokoude, kwetsbare paus raakt het gemoed van velen, omdat hij iets vertegenwoordigde dat de schijn ontmaskert, en dat weerstand biedt tegen de vanzelfsprekende mechanismen.
Herwaardering dus van en behoefte aan (dragers van) waarden. Duidelijk is ook dat wij nog geen vergelijkbare herwaardering zien van oude instituten. De kerk is er daar één van. De associatie met dat type instituten, in het bijzonder traditionele, is eerder in het nadeel voor moreel gezag en charismatische uitstraling dan een voordeel. De vraag is nu hoe deze omslag vanaf de jaren zestig zijn weerslag heeft gekregen in de Protestantse Kerk? We kijken daartoe kort naar de kerkorde van de Protestantse Kerk.
De kerkorde over het ambt
Bij (her-)lezing van de kerkorde van de Protestantse Kerk zien we de volgende theologische structuur.
De gemeente gaat vooraf aan de ambten De kerkorde spreekt eerst over de gemeente, en daarna over het ambt. En het ambt staat in het kader van de dienst van de kerk/gemeente aan het Woord.
De gemeente is geroepen tot dienst aan het Woord
De hoofdlijn in de kerkorde is principieel God - gemeente (geroepen tot de dienst aan het Woord) - wereld. Het ambt en de ambtelijke vergadering zijn dienstbaar aan de roeping van de gemeente in de wereld. In de beschrijving van de dienst van de gemeente in Artikel IV-1 PKO staan ambtelijke en niet-ambtelijke taken onbekommerd naast elkaar. Tevens valt op hoe de leden van de gemeente een prominente plaats krijgen in de kerkorde. Leidend uitgangspunt daarbij is dat de gaven van de heilige Geest geschonken zijn aan de gemeente, in de verscheidenheid van de verschillende leden. Alle leden van de gemeente zijn daarom geroepen en gerechtigd hun gaven aan te wenden tot vervulling van de opdracht die Christus aan de gemeente geeft. (Art. IV-2 PKO).
De gemeente is subject van de gemeenteopbouw. De kerkenraad is er om daaraan leiding te geven.
De Protestantse Kerk staat in de presbyteriaal-synodale traditie. Zij kiest niet met het congregationalistische kerkmodel voor het gemeenteberaad als leidinggevend orgaan in het Lichaam van Christus, maar voor de kerkenraad. De leiding in de gemeente is erop uit om de samenhang in haar leven en werken te bevorderen en alles te richten op de lofprijzing van de Naam des Heren en de dienst aan de wereld. (Art. IV-3 PKO). Het ambt is er niet om de roeping van de gelovige over te nemen, maar om die aan te geven. Daar komt dus het ambt en komen de ambten in het zicht: Om de gemeente bij het heil te bepalen en bij haar roeping in de wereld te bewaren is van Christuswege het openbare ambt van Woord en Sacrament gegeven. (Artikel V-1 PKO). Alle nadruk ligt weer op het dienende karakter van het ambt.
Ambt en charisma horen bijeen
Over het ambt wordt niet gedacht vanuit de kerk als instituut, zodat het ambt een hiërarchische lijn krijgt, en niet vanuit de gemeente, zodat het ambt een functionele lijn krijgt, maar vanuit de bediening van Woord en sacrament in opdracht van Christus aan de gemeente. Hij schenkt de Geest met Zijn gaven. Vanuit de gemeente kan een beroep worden gedaan op sommige leden om hun gaven te gebruiken door in dienst van Christus mee leiding te geven aan de gemeente. In deze roeping tot het ambt wordt de gave die door Christus in de Geest geschonken is erkend. Zo krijgen de ambten hun eigen plaats binnen de charismata.
Het openbare ambt van Woord en sacrament en de bijzondere ambten
Het openbare ambt van Woord en sacrament gaat inhoudelijk vooraf aan de bijzondere ambten. De drie ambten van predikant, ouderling en diaken zijn op hun beurt gegeven met het oog op de vervulling van dit openbare ambt. Met de lutherse traditie wil de kerkorde door deze keuze het algemeen priesterschap van de gelovigen voluit honoreren. Door de doop worden gelovigen priesters die zelf toegang hebben tot God en zijn Woord. Op grond daarvan valt aan heel de gemeente het openbare ambt toe om het getuigenis door te geven. En dat gebeurt in de gestalte van het Woord (verkondiging), de gemeenschap en de dienst (diakonia). Hier krijgen dan vervolgens in de kerkorde de drie ambten hun verankering: predikant, ouderling en diaken. Zij dienen de vervulling van het openbare ambt van de gemeente.
Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de drie gelijkwaardige ambten
In art. VI-1 PKO dat handelt over de ambtelijke vergaderingen, wordt het collegiale karakter van het werk van de ambten en het leiding geven in gemeente en kerk, nog eens duidelijk onderstreept door wat is gaan heten ‘de gouden regel van het protestantse kerkrecht’ die zo oud is als de Reformatie in de Nederlanden: Opdat niet het ene ambt over het andere, de ene ambtsdrager over de andere, noch de ene gemeente over de andere, maar alles wordt gericht op de gehoorzaamheid aan Christus, het Hoofd van de Kerk, is de leiding in de kerk toevertrouwd aan ambtelijke vergaderingen.
Gelijkwaardigheid en eigenheid van de ambten
Het ‘bijzondere’ van de predikant is gelegen in zijn specifieke taken, of de bijzondere roeping tot de bediening van Woord en sacramenten, de verkondiging van het Woord in de wereld, de herderlijke zorg en het opzicht en het onderricht en de toerusting.
Tot zover over de keuzes die de Protestantse Kerk bij haar ontstaan maakte ten aanzien van het ambt en de ambten. Intussen gaat het leven der kerk door.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's