Verschil in predikantschap
HOE HOUDBAAR IS DRIEVOUDIG GELIJKWAARDIG AMBT? [ 3 ]
Tijdens de jaarvergadering van de Geref. Bond opende dr. H. de Leede de bezinning met zijn lezing over het ambt. Vandaag het slot.
Een aantal ontwikkelingen rond met name het beroep van de predikant is in een stroomversnelling gekomen, mede door de totstandkoming van de Protestantse Kerk:
- Het aantal predikantsplaatsen en dus predikanten neemt drastisch af. In de komende 15 jaar met 40%.
- Het aantal predikanten in deeltijd is enorm toegenomen, nu ook in de Gereformeerde Bond.
- Door een combinatie van factoren – teruglopende financiën, goede hbo-scholing met goede praktische scholing, grote aantallen studenten en een gegroeid zelfbewustzijn – is er naast de predikant een aanlokkelijk alternatief in de figuur van de kerkelijk werker als betaalde beroepskracht.
- Dan zijn er de kleine gemeenten die geen eigen predikant meer kunnen beroepen. Je kunt de deeltijd-aanstelling niet eindeloos verkleinen.
- Dan is er een onzekerheid over het ambts- en beroepsprofiel van de predikant. De klassieke predikant van voor de jaren zestig is er niet meer. En dat houdt vooral onzekerheid in.
- Moeten we het antwoord vooral zoeken in verdergaande professionalisering, differentiëring in meerdere typen predikanten en verdergaande specialisatie?
- In de lijn van het voorgaande punt zouden we dan onze kracht moeten zoeken in een verdere functionalisering van het ambt. Zoals dat al gebeurd is bij de ambten van ouderling en diaken: hun ambt werd eigenlijk de invulling van een aantal (bestuurlijke) taken. Zo ook bij de predikant. We zien een sterke ontwikkeling in die richting.
- We zien ook een omgekeerde tendens, een heroriëntatie op het ambtsprofiel.
- De opkomst van de hbo-opgeleide kerkelijk werker dwingt ons tot een herbezinning op de noodzaak van de universitair opgeleide predikant.
Bezinning en besluitvorming
De steeds grotere beroepsgroep van kerkelijk werkers en de voelbare druk om die in te zetten als het goedkopere alternatief voor de betrekkelijk ‘dure predikant’ noodzaken tot intensieve bezinning op en besluitvorming inzake:
1. De kerkelijk werker in het ambt. Moet/kan de kerkelijk werker in het ambt? De bediening immers is een onduidelijke en weinig-zeggende figuur. Maar welk ambt? Moet er een vierde ambt komen?
2. De hbo-opgeleide predikant. Telkens weer komt hij ter sprake, opgeleid en toegerust voor specifieke taken, waaraan de dienst van Woord en sacrament verbonden is. Er is naar mijn inzicht principieel weinig steekhoudends tegenin te brengen. Het zou wel eens een zegen kunnen betekenen voor de kerk in zorginstellingen, in kleine gemeenten, in andere werkvelden. Maar je kunt er pas toe besluiten, wanneer je als kerk helder hebt waarom je ze beide nodig hebt, en dat ze wezenlijk van elkaar verschillen, en dat dit verschil ook tot uiting komt in bevoegdheden, honorering en loopbaan.
3. Senior- en juniorpredikanten. In het verlengde van het voorgaande ligt de vraag in hoeverre de kerk niet meer moet differentiëren in het predikantschap naar loopbaan, opgedane ervaring en aanvullende deskundigheidsbevordering. De kerk stimuleert en ‘beloont’ daarmee ervaring, inzet voor studie en aanvullende deskundigheidsbevordering.
4. De roep om de superintendent. Steeds meer leeft het besef in de Protestantse Kerk dat ingrijpende maatregelen inzake de inzet van de betaalde beroepsgroepen en hun kwaliteitsbewaking niet zonder centrale (landelijke en/of regionale = classicale) aansturing kunnen. Steeds meer beseffen we dat twee dingen nodig zijn: een meer bevoegde geestelijke aansturing vanuit de bovenplaatselijke ambtelijke organisatie en een meer bevoegde institutionele aansturing vanuit een centraal werkgeverschap.
5. Centraal werkgeverschap. De stemmen die daarvoor pleiten worden sterker. Er moet zoveel veranderen in de komende jaren (toelating, begeleiding, teamvorming, regionalisering, samenwerking met kerkelijk werkers, misschien wel invoering van senior- en junior-predikant, inzet van interimpredikant) dat dit niet kan zonder een centraal werkgeverschap, met een daarbij behorende bevoegdheid.
Afsluitende conclusies
Ik eindig met enkele theologische conclusies en uitdagingen, en enkele organisatorische conclusies.
Theologische conclusies en uitdagingen
1. De bekende tweeslagen ‘van Boven’ of ‘van beneden’, ‘tegenover de gemeente’ of ‘vanuit de gemeente opkomend’, ‘sacramentalisering’ of ‘functionalisering’ zijn niet toereikend om vruchtbaar verder te komen in de discussie over het ambt.
2. We zullen het ergens anders moeten zoeken. Wij definiëren het ambt vanuit de door de Geest geschonken charisma’s. Die zijn verschillend, in eigenheid, in gewicht, in daarmee gegeven bevoegdheid. Van sommige van die gaven geldt dat zij vragen om een bijzondere zending van de begenadigde door de kerk, met daaraan verbonden bevoegdheid, toegekend gezag en vrijheid tot het tegenover. Het gaat bij het ambt om een bijzondere roeping en bijzondere gaven. Die beide moeten getoetst worden en erkend door de kerk.
3. De zogeheten ‘gelijkwaardigheid’ van het ambt van dienaar des Woords en van diaken en ouderling verdient heroverweging in het licht van Schrift en traditie. Het zou de protestantse inbreng in de oecumene op dit punt versterken. We pleiten voor de uitwerking van het verschil tussen het geordineerde ambt van de predikant (ministerium), verbonden aan het geheel der kerk, en de beide andere als gemeenteambten.
4. Het kenmerk van het ambt is ‘onderkend charisma’, ‘toegekend gezag of volmacht’ en ‘kerkelijke zending’. Dat vraagt persoonlijke roeping, heiliging in belijdenis en wandel.
5. De bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacrament kunnen wij reformatorisch niet principieel strikt binden aan de universitair opgeleide dienaar des Woords. Uiteraard wel aan het ambt. En uiteraard ook met behoud van de eenheid van Woord en sacrament.
Beleidsmatige conclusies
6. In de lijn van het laatste ligt de noodzaak te besluiten tot differentiatie van het predikantschap, ook in de zin dat niet ieder dezelfde bevoegdheden krijgt. Het is voorstelbaar dat de kerk zou besluiten tot hbo-opgeleide predikanten met de bevoegdheid de sacramenten te bedienen in de eredienst, maar met een beperkte bevoegdheid tot de dienst van het Woord. Bijvoorbeeld gebonden aan en beperkt tot het werkveld.
7. Beleidsbeslissingen in deze zin vereisen een bovenplaatselijke bevoegde ambtelijke aansturing en een vorm van centraal werkgeverschap. Moeten we niet toe naar de situatie dat de predikanten in dienst zijn van de landelijke kerk, en ter plaatse gestationeerd zijn, en vanuit bovenplaatselijke organen van de dienstenorganisatie begeleid worden op hun loopbaan?
8. Het colloquium is de toelating tot de landelijke kerk. Vanaf dat moment is de kandidaat als ‘beroepbaar predikant’ ook in dienst van en onder verantwoordelijkheid van de landelijke Protestantse Kerk. Die bemiddelt actief in plaatsing. Ook ontvangt de landelijke kerk grotere bevoegdheid bij losmaking bij disfunctioneren of bij bemiddeling tot overplaatsing.
9. Een weloverwogen besluit tot verlening van de ambtsbevoegdheid aan bepaalde groepen van hbo-opgeleide kerkelijk werkers is noodzakelijk.
10. Voor deze groep is een vergelijkbare ondersteuning in de vorm van werkbegeleiding en verplichte nascholing noodzakelijk.
11. Tegelijk dient de kerk zorg te dragen voor de kwaliteitsbewaking van de universitair wetenschappelijk opgeleide dienaar des Woords. Een opwaardering van de academisch opgeleide dienaar des Woords – en van hen weer specifiek de doctores ecclesiae – is langzamerhand weer nodig. Onze kerk heeft ook blijvend predikanten nodig die in het bijzonder in staat zijn in het publieke debat dienaren van het Woord te zijn en in de geloofsverantwoording de gemeente voor te gaan. Dat vraagt hoogwaardig opgeleide en permanent geschoolde predikanten.
12. Professioneel en creatief personeelsbeleid – met ook open oog voor de figuur van het tentmaking ministry, voor de mensen met een late roeping – moet de roeping en de toewijding voor een leven lang predikantschap in fulltime dienst aantrekkelijk houden. Zonder die figuur van de geleerde, cultureel breed georiënteerde, dominee, ‘in wijsheid gegroeid bij God en bij de mensen’, verbleekt de kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 2006
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 2006
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's