De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wie zal mij verlossen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wie zal mij verlossen

MEDITATIE: ROMEINEN 7:24

4 minuten leestijd

Een schreeuw van verlangen, direct gevolgd door een schreeuw van dankbaarheid. Beide uit de grond van het hart, beide uit dezelfde mond en bijna op hetzelfde ogenblik. De strijd van Gods kind horen we erin. Ja, het is waar, we hebben een geestelijke strijd te strijden. Maar het is een gewonnen strijd, gewonnen door Christus.

‘Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?’

De uitroep van Paulus in onze tekst is niet zozeer een vraag, als wel een schreeuw van verlangen. Paulus weet wie hem heeft verlost en zal verlossen. Maar hij verlangt zo naar dat ogenblik van de volkomen verlossing, naar het einde van de strijd. Is dat herkenbaar voor ons? Is er in ons hart een onverzoenlijke vijandschap tegen de duivel en zijn dienst? Dan hebben we een dagelijkse strijd tegen de macht van zonde en ongeloof. Dan kan er een schreeuw zijn vanwege het overweldigende van de strijd. Maar tegelijk is er het gelovig zien van de verlossing en de verwonderde dankbaarheid: Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere. In onszelf zijn we en blijven we ellendig, want we zijn hier buiten het paradijs. Tegelijkertijd in Christus door het geloof verlost en de vreugde van de hemel in het hart.

Twee principes
Wat bedoelt Paulus met het lichaam dezes doods? Bedoelt hij te zeggen dat het uiteindelijk alleen gaat om de ziel? En dat de ziel alleen vrij kan zijn zonder de kooi van het lichaam. Nee, zo niet. God heeft de mens geschapen met lichaam en ziel. En eenmaal zullen al Gods kinderen de Heere volmaakt dienen met lichaam en ziel. Maar Paulus zegt hier deze woorden, omdat hij ernaar verlangt om volkomen verlost te zijn van de macht van de zonde. De macht die hij in vers 21 een wet noemt: Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt. Er strijden twee principes in hem om voorrang. Het nieuwe verlangen om de wil van God te doen en de oude macht van de zonde, waardoor hij het kwade doet.
Het woord lichaam kan op twee manieren worden uitgelegd. In hoofdstuk 6 vers 6 spreekt Paulus over het lichaam der zonde. Hij bedoelt daarmee die oude macht van de zonde. Dat lichaam der zonde moet teniet gedaan worden.
Hoe gebeurt dat? Als we in het geloof met Christus gekruisigd zijn. Daarnaast beseffen we dat deze macht van de zonde ook te maken heeft met ons gewone lichaam van vlees en bloed. De macht van de zonde oefent invloed uit op de vermogens en behoeften van ons lichaam. God heeft ons geschapen met een lichaam. Door de zondeval zijn onze lichamen niet volmaakt. Maar toch heeft de Heere ons in het lichaam iets schoons en moois gegeven met vele mogelijkheden om het te gebruiken tot Zijn eer. Echter door onze zondige natuur zijn we altijd geneigd en bezig om het lichaam te gebruiken voor de zonde. Heel duidelijk zegt Paulus dat in hoofdstuk 3 van deze brief: Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen; welker mond vol is van vervloeking en bitterheid; hun voeten zijn snel om bloed te vergieten. Dat is wat wij van nature doen met ons lichaam.

Aangevochten
Paulus is daar moe van. Hij wil het niet meer. Hij klaagt erover en verzet zich ertegen. Hij zegt in 1 Korinthe 9:27: 'Maar ik bedwing mijn lichaam en breng het tot dienstbaarheid'. Onze tong is bedoeld om God te danken voor Zijn goede gaven. Onze voeten zijn bedoeld om in Zijn wegen te wandelen. Ons lichaam is bedoeld een tempel te zijn van de Heilige Geest. Door het geloof wordt ons lichaam ook weer een tempel, maar het is ten dele en het is aangevochten. Deze strijd blijft zolang wij in dit lichaam zijn. Maar Gode zij dank, het zal niet lang meer duren. Al Gods kinderen krijgen een verheerlijkt lichaam. In een ogenblik zal dat gebeuren, als Christus terugkomt op de wolken. Of anders zal het gebeuren door dood en graf heen. Het lichaam wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Wat een dag zal dat zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wie zal mij verlossen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's