BOEKBESPREKINGEN
G.G. de Kruijf (red.): Theologie in dispuut. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 176 blz.; € 16,50.Laura Zwoferink en Jaap Kramer: Kijk en luister. Bijbelse verhalen in woord en beeld voor kleine kinderen. Uitg. Den Hertog, Houten; 205 blz.; € 27,50.W. A. Janse-van der Meide: Ik zal Mijn gemeente bouwen. De kerkgeschiedenis in twee delen (deel 1). Uitg. De Banier, Utrecht; 376 blz.; € 28,50.
G.G. de Kruijf (red.):
Theologie in dispuut.
Uitg. Meinema, Zoetermeer; 176 blz.; € 16,50.
In onze wereld waarin de maatschappelijke verbondenheid steeds meer vervluchtigt in geglobaliseerde anonimiteit, blijkt godsdienst een beproefde pool te kunnen zijn waaromheen zich een gemeenschap vormt. Volgens velen ligt in deze gemeenschapsvorming de toekomst van de religie; als zoektocht naar eenheid. Deze kans (voor hoelang? ) moet binnen de kerk(en) niet worden verspeeld. Het boek Theologie in dispuut oogt goed, op de cover geven twee elkaar veelbelovend de hand. Het wil een fundamentele bijdrage leveren aan een streven intern de theologische wetenschap naar eenheid te speuren. Wordt er immers aan de basis geen eenheid gevonden, waar dan wel? Ook de hoogste toren begint aan de grond. De organisatie van een reeks disputaties zorgde derhalve aan de Leidse universiteit voor een serie spannende debatten over een keur aan onderwerpen. Kune Biezeveld en Gerrit de Kruijf gingen het gesprek aan over de openbaringstheologie van Miskotte; Theo Hettema en Henk van Roest over de herbergzaamheid van de kerk; Gijsbert van den Brink en Wim Drees over de verhouding geloof en wetenschap; Hanneke Meulink-Korf en Anthonie Verheule over een pastorale antropologie; Chiel van den Berg en Wim Verboom over de kerkfusie van mei 2004; en ten slotte debatteerden Bert Jan Lietaert Peerbolte en Bram van de Beek over het geding om de Messias. Elk debat werd van een slotcommentaar voorzien; door Maarten den Dulk twee keer, en andere door Hanneke Meulink-Korf, Theo Hettema, Marius van Leeuwen en Kune Biezeveld. De winst van dergelijke ‘twistgesprekken’ is dat men elkaar dicht op de huid zit. Dan mag het dus heus (en heftig) ergens over gaan. Al zou de bedoeling alleen maar zijn ‘het verschil met elkaar willen doorleven’ (p.10)!
Wanneer we de resultaten de revue laten passeren, valt op in het duel over Miskotte dat de opponenten elkaar nauwelijks kunnen vinden. De Kruijf denkt langs de lijn van de openbaring, Biezeveld langs die van de ervaring en de geschiedenis. Het uiteindelijke verwijt wordt gemaakt dat onze openbaringstheologie te vast (te nauw) omlijnd kan zijn en dat de complementen ervaring en geschiedenis in ons spreken over God wel moeten worden verdisconteerd maar niet geabstraheerd kunnen worden van de bijzondere openbaring van de God van Israël. Het vraaggesprek van Hettema en De Roest over de kerkelijke herbergzaamheid laat zien dat optimisme wat dit betreft voortdurend de argwaan op de hielen krijgt.
Van den Brink en Drees scherpen de messen haarscherp aan de definitie wetenschap voor hun debat over scheppingsgeloof en evolutietheorie. Toch gaan zij elkaar niet echt ‘te lijf ’. Het lijkt er op dat de opvatting van wetenschap als ‘familiebegrip’ (Wittgenstein) van Van den Brink jammer genoeg niet serieus genomen wordt. Een spannend debat over het pastoraat wordt gevoerd door Meulink-Korf en Verheule.
In het slotcommentaar op dit duel wordt door Den Dulk duidelijk gemaakt waar de eigenlijke spanning ontstaat. Het is die tussen de vrijheid van de mens als individu en zijn gebondenheid als gemeenschapsmens. Het boek besluit climaxrijk met twee ‘hot items’: het geding om de kerk en om Israël.
Van den Berg en Verboom hebben elkaar afwisselend in de houdgreep uit een verbeten liefde voor de kerk. Van de Beek en Lietaert Peerbolte zetten het ingehouden op een schelden. De enige in het boek die met een mooie spreuk komt, is de remonstrant Van Leeuwen: ‘Eenheid in het nodige, vrijheid in het onzekere, in alles de liefde.’ Het siert de opponenten dat zij zich allen aan deze spreuk wensten te houden.
L.W. van der Sluijs
Laura Zwoferink en Jaap Kramer: Kijk en luister. Bijbelse verhalen in woord en beeld voor kleine kinderen.
Uitg. Den Hertog, Houten; 205 blz.; € 27,50.
Opnieuw is een kinderbijbel verschenen. Deze keer voor de kleinsten, voor kinderen vanaf twee jaar. Het doel van deze uitgave is om kleine kinderen vertrouwd te maken met de verhalen uit de Bijbel. Kenmerkend is de eigen functie die de illustraties hebben. Is het in de regel zo dat deze een plaatje bij de tekst vormen, in deze kinderbijbel is het andersom: de tekst vormt een uitleg bij de illustratie. De meeste illustraties zijn prachtig, scherp van kleur en heel geschikt om, samen met de tekst, een middel te zijn om met kleine kinderen, die visueel zijn ingesteld, in gesprek te zijn over de verhalen.
Na een Woord Vooraf volgen 28 verhalen (13 OT en 15 NT). De keus lijkt mij verantwoord. Wat de tekst betreft: in weinig woorden wordt veel, soms heel veel verteld. In de praktijk zal de gebruiker de hoofdstukken naar eigen inzicht kunnen splitsen. In de lijn van Van Wijk en Vreugdenhil vinden we in deze kinderbijbel geen illustraties van Jezus. Deze keus dient te worden gerespecteerd, al is er mijns inziens theologisch niets op tegen om Jezus af te beelden. Het behoort juist bij het wonder van de menswording van Gods Zoon dat Hij mens was, zoals wij. Dat Jezus’ godheid (vóór Zijn opstanding) niet lichamelijk zichtbaar was, is immers een van de redenen waarom men niet in Hem geloofde.
W.A. Janse-van der Meide:
Ik zal Mijn gemeente bouwen. De kerkgeschiedenis in twee delen (deel 1).
Uitg. De Banier, Utrecht; 376 blz.; € 28,50.
De auteur schreef na haar werk als zendeling in Irian Jaya deze kerkgeschiedenis voor de stichting Friedenstimme Nederland ten behoeve van Russische kinderen. Ze werkte onder leiding van een begeleidingscommissie. Daarna bewerkte zij de verhalen voor kinderen vanaf tien jaar in Nederland. Na een aanbeveling van I.A. Kole volgen in dit eerste deel 39 hoofdstukken. Het gaat dan om (een keuze uit) de geschiedenis van de kerk vanaf Pinksteren tot en met Bernard van Clairvaux. Steeds schreef zij een verhaal na een vertelling. Dat is te merken aan de dialogische stijl. Het geeft het boek iets levendigs en maakt het toegankelijk. De toon getuigt van een positieve betrokkenheid bij en liefde voor de kerk. Ook waar ontwikkelingen kritisch worden beschreven, is de woordkeus goed. Verder trof me dat de opzet iets breeds kent, het gaat over de wereldkerk, die missionair is. Het geheel lijkt me een prima weergave van de feiten. Jammer dat de illustraties niet gekleurd zijn.
W. Verboom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 2006
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 2006
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's