De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christus als de Alpha en de Omega

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christus als de Alpha en de Omega

Wie gelooft nog werkelijk zondag 10 van de Catechismus?

6 minuten leestijd

Wie gelooft nog werkelijk zondag 10 van de Catechismus?

Beste Roelof,

Preken vinden niet in het luchtledig plaats. Er is een concrete gemeente en een concrete boodschap. Vandaar Noordmans’ opmerking dat een preek het dogma scheef trekt. Maar ook de heilige godgeleerdheid vindt niet in het luchtledige plaats. Dat is zelfs het geval met het dogma en de belijdenis. Dordt zou er nooit gekomen zijn zonder Arminius en Nicea niet zonder Arius. Ook mijn theologiebeoefening vindt in een concrete theologische situatie plaats met een duidelijke spits. Die is juist nodig om het evenwicht te herstellen, nu het verstoord is. Het gaat mij in de theologie in het aandachtsveld waarover wij discussiëren om verschillende dingen:

a. vasthouden aan de belijdenis dat God de Almachtige is. Veel mensen in de kerk, ook predikanten, geloven dat niet meer of nemen het niet serieus. Het is verbijsterend te horen hoe een predikant de Geloofsbelijdenis in de dienst uitspreekt en vervolgens in de preek zegt dat God zoiets als de tsunami niet heeft gewild. We zullen het niet zo hard zeggen als Maarten ’t Hart, maar wie gelooft nog werkelijk zondag 10 van de Catechismus?

Dat deze belijdenis ons voor veel vragen stelt, is duidelijk, maar die mogen we niet ontlopen en al helemaal niet iets van Gods almacht afdoen in ons spreken. Uiteindelijk wil jij dat ook niet, want ook jij zegt ‘dat God alles bestuurt, ook het kwaad, al kunnen wij het niet ontrafelen.’ Ik vraag me af: ‘Wat zeg je dan anders dan ik? Is de discussie die je met mij voert, niet een discussie die je met jezelf moet voeren en die iedere theoloog die de almacht van God belijdt, moet voeren? ’
b. de volstrekte afhankelijkheid van de mens. In de hedendaagse theologie wordt de mens zozeer als zelfstandig wezen gezien dat de enorme afstand tussen God en mens wordt vergeten. In het arminiaanse klimaat van de hedendaagse theologie, gevoed door een cultuur van menselijke mondigheid, is Gods wonen onder de mensen niet meer een eeuwig wonder en een onbegrijpelijke paradox van genade, maar nog meer vanzelfsprekend dan de vader in het gezin. De laatste loopt tegenwoordig (dankzij menselijke mondigheid) nogal eens weg of wordt weggestuurd. Mensen vinden het dan fijn om God als virtuele vader te hebben, die nooit wegloopt. Laten we evenwel liever vasthouden aan de God die ons als nietige mensen maakte en ons verantwoordelijkheden gaf.

Naar mijn gevoel wordt het gesprek bemoeilijkt, doordat jij bij het lezen van de Schrift alle teksten na Genesis 3 in het licht van ‘na de zondeval’ plaatst, niet alleen wat hun plaats in de Bijbel betreft (dat ligt voor de hand), maar ook wat hun inhoud aangaat. Dat komt duidelijk naar voren uit je reactie op Psalm 103: dat gaat volgens jou over de mens na de val. Maar gaat het daar niet over de mens die God heeft geschapen: wat maaksel wij zijn, gedachtig dat we stof zijn en verwijst die tekst daarmee niet direct naar Genesis 2, waar staat dat God de mens uit stof maakte?

Je kunt toch ook niet zeggen dat, als Efeze 1:4 zegt dat God ons heeft uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, dat gaat over iets van na de val? Het gaat over Gods beslissing die eerder is dan de val, zelfs eerder dan de wereld werd geschapen. Dus na de val wordt over voor de val gesproken. Dat is het geval in Psalm 103 en op heel veel andere plaatsen. Precies deze manier van bijbellezen speelt je ook parten, als het gaat over Christus. Die kan eigenlijk pas een rol gaan spelen na de vleeswording van het Woord. In de Schrift wordt er echter anders gesproken. Ook Hij is vóór de grondlegging der wereld in de verkiezing Gods volgens Efeze 1 en andere teksten in het Nieuwe Testament. Dat is niet alleen maar een idee, maar dat gaat om zijn concrete persoon en om zijn werk. Openbaring 13:8 vat samen: ‘Het Lam dat geslacht is van de grondlegging der wereld.’ Daarom zeg ik dat de hele geschiedenis in het licht van het kruis moet worden gezien. Het valt mij op dat jij in de discussie steeds aan de christologische vragen voorbij gaat. Dat komt mijns inziens, omdat je de vragen van het kwaad en het godsbestuur doordenkt zonder de christologie. Ze horen in jouw model immers in de scheppingsleer thuis en de christologie is het volgende hoofdstuk. Maar kunnen we ooit het eerste artikel van de geloofsbelijdenis doordenken zonder het tweede? Johannes 1 en Kolossenzen 1 leren ons anders. En de Schrift zegt dat Jezus de Here der heerlijkheid is, dat wil zeggen de heilige God zelf, met zijn heerlijkheid. Paulus zegt zelfs dat deze Here der heerlijkheid is gekruisigd (1 Kor. 2:8). Daarom zegt Lukas 18:31 ook dat Hij alles heeft vervuld wat de wet en de profeten hebben gesproken. Als een latere versie zegt dat Hij alles heeft vervuld wat de wet en profeten over Hem hebben gesproken, dan is dat niet bedoeld alsof de rest dat niet doet, maar dat die wet en profeten het over Hem hebben.

Uiteindelijk denk ik dat, zoals bij veel theologische discussies, het gaat om een verschillend lezen van de Schrift. Ik lees die in christologisch perspectief en jij in het perspectief van een trinitarische spreiding, waarbij ook nog eens het historische besef van de laatste eeuwen en de westerse antropologie zijn gevoegd. Maar kan drie-eenheid ooit anders worden verstaan dan als uitdrukking van de christologie? De leer van de drie-eenheid heeft zijn wortels in het denken over Christus, de ene Here die de Here der heerlijkheid is en is niet in een model om zelfstandig over de personen en hun werk te gaan denken alsof God een bestuur met portefeuillehouders zou zijn.

Ik denk dat onze discussie van groot belang kan zijn, omdat jij centrale vragen, die ik telkens weer hoor, inbrengt. Het gaat niet om jouw privé-mening, maar jij formuleert de reactie van velen. Mijn antwoorden gelden dan ook die velen en ik hoop dat jij en de anderen voor wie je spreekt, door deze briefwisseling zullen verstaan wat mij beweegt. Want het gaat niet om een privé-mening, maar om het verstaan van Christus als de Alpha en de Omega, niet alleen de M en de N, niet alleen de Omega, maar ook de Alpha.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Christus als de Alpha en de Omega

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's