Schriftgetrouw evenwicht
BESTE BRAM & BESTE ROELOF
In de laatste van de zes briefwisselingen stelt ds. Kieskamp dat in de academische theologiebeoefening een Schriftgetrouw evenwicht gezocht moet worden. Hij blijft na zes brieven zitten met het feit dat bepaalde uitspraken van prof. Van de Beek in het geheel van zijn theologisch denken niet tot evenwicht komen. Deze antwoordt dat preken en theologiseren in een concrete situatie plaatshebben.
De Geest zet ook in taalveld orde op zaken
Beste Bram,
Dit zal de laatste briefwisseling worden, al houd ik de mogelijkheid open dat er van ons beiden nog een korte eindreactie komt. Deze keer wil ik insteken bij jouw opmerkingen over de taalkwestie. Je schrijft dat het gelovig spreken over het niveau van God en het niveau van de mens – en dat zijn verschillende niveaus – niet altijd precies uit elkaar te houden is. Het goudschaaltje moet er niet aan te pas komen. Dan volgt er een zin die ik letterlijk citeer. ‘In dat perspectief moet je mijn opmerkingen over het duistere in God en God die vuile handen maakt, zien. Dat is taal uit het aards vertoog.’
Aan de ene kant ben ik blij met dit citaat, want het kan heel ons probleem uit de wereld hebben geholpen. In de meest goede zin opgevat, zeg je er immers mee dat je God en het kwaad duidelijk uit elkaar wilt houden, hoewel je in je ‘aards vertoog’ wel eens aanleiding hebt gegeven tot het tegendeel. Toch wil ik er aan de andere kant een aantal opmerkingen omheen maken, om te laten zien dat mijn pijn zeker nog niet weg is.
Om te beginnen noem ik Luther, die op gespannen voet kwam met het belijden der kerk door opmerkingen over het straflijden van God. In het geheel van zijn theologie kwam dat echter weer redelijk tot evenwicht, gelet op zijn leerstuk dat de menselijke natuur van Christus ook deelt in de Goddelijke eigenschappen van zijn Goddelijke natuur. Daarmee komen beide naturen van Christus zo dicht bijeen dat het lijden van Christus aan zijn mens-zijn ook betrokken zou kunnen worden op zijn God-zijn. Al zijn we het als gereformeerden met dit lutherse leerstuk oneens, bij Luther zelf functioneerde het als een manier om evenwicht aan te brengen in eenzijdige uitspraken. Verder denk ik aan Noordmans, die zegt dat het geheel van de dogmatiek in de preek scheefgetrokken dient te worden. Hij bedoelt te zeggen dat het in volgende preken weer wordt rechtgetrokken. Dan gaat het dus om preken. Maar als het gaat om het doordenken en verwoorden van de heilige Godgeleerdheid, komt eventueel scheeftrekken veel gevoeliger te liggen. Zeker, waterdicht krijgen we ‘ons aards vertoog’ nooit. Toch dient bij academische theologiebeoefening, nog meer dan op de preekstoel, Schriftgetrouw evenwicht betracht te worden.
Ten slotte denk ik aan wat je zelf zegt over het spreken van de Schrift, dat die ‘niet anders doet’ dan het niveau van God en mens enigszins door elkaar halen. Als voorbeeld haal je dan de verharding van de Farao aan. Hierbij wil ik er echter op wijzen dat wanneer we ‘Schrift met Schrift vergelijken’, de Bijbel zichzelf nergens echt tegenspreekt. Meer nog dan bij Luther kent de Schrift evenwicht, want de eenheid van God doet ons geloven in de eenheid van de Schrift.
Dit alles nu wil ik verbinden met wat ik hierboven van je citeerde, namelijk dat jouw spreken over het duistere in God en God die vuile handen maakt, taal is uit het aardse vertoog.
Dat maakt me, zoals gezegd, aan de ene kant blij. Aan de andere kant blijf ik zitten met het feit dat bepaalde uitspraken van jou niet tot evenwicht komen in het geheel van je theologisch denken. Dat geldt te meer daar je nu weer zegt (citaat) ‘dat God ook degene is die in het aanzijn roept datgene wat wij kwaad en duistere en vuil noemen.’ Zo'n citaat maakt God toch tot Auteur van het kwaad (hoewel je elders zegt dat niet te willen), ontkent ‘de staat der rechtheid’ en gaat in tegen Schrift en belijdenis!? Uiteraard heeft elke theoloog eigen eenzijdigheden. Er zijn echter wel grenzen, zeker ook als het gaat om zaken die, zoals je zelf ook terecht aangeeft, ‘de meest fundamentele vragen van de theologie betreffen, waar alle ketterijen ontspruiten’. Hier dient het schriftuurlijke goudschaaltje terdege gehanteerd te worden. Dat heeft immers ook alles te maken met het werk van de Heilige Geest, die orde op zaken stelt, ook in ons taalveld (Hand. 2).
Dan nog enkele slotopmerkingen. Terecht zeg je dat het een foute tendens is, vandaag, om God in onze wereld te trekken. Toch hebben God en onze wereld alles met elkaar te maken. We geloven dat God alles bestuurt, ook het kwaad, al kunnen wij het niet ontrafelen. Deze besturing van God geeft troost, ook vanuit Psalm 103. Een psalm die niet verstaan kan worden vanuit de schepping, nog voor de zondeval, maar vanuit de geschapen werkelijkheid van na de val.
In dit verband wil ik ook aan de orde stellen dat jij het goede van de goede schepping uit Genesis 1 ziet als goedheid van het kruis van Christus. Mijn vraag is dan hoe jij de aardse geschiedenis ziet? Het kruis stond immers op Golgotha en niet in het paradijs, nog voor de zondeval? Hooguit kun je zeggen dat het kruis in Genesis 3:15 reeds begon op te lichten.
Aan het einde van je brief noem je heel kort de essentie van het remonstrantisme als gered worden om ons geloof, tegenover de essentie van de Schrift/de Reformatie als gered worden door het geloof. Hierachter ligt de vraag of wij als mensen van de Reformatie echt vrij zijn van remonstrants denken. Een hoogst actuele zaak voor het geheel van ons kerk-zijn.
Als laatste wil ik neerschrijven dankbaar te zijn voor deze open briefwisseling. Moge de eeuwigheid openbaren dat het positief heeft gewerkt voor Gods Koninkrijk.
Roelof Kieskamp
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2006
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2006
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's