De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Op het oordeel hopen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op het oordeel hopen

ASPECTEN VAN DE GEREFORMEERDE BELIJDENIS [ 6 ]

7 minuten leestijd

Welk aspect van de gereformeerde belijdenis verdient in onze kerken momenteel vooral de aandacht? Deze vraag legde de redactie van De Waarheidsvriend voor aan diverse leidinggevenden, van binnen de buiten de Protestantse Kerk. Vandaag deel 6 van een serie, die staat in het kader van het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Bond.

Geloof, hoop en liefde. Heel lang was de liefde de meeste, vanwege ‘de werken’ die gedaan moesten worden. Met de Reformatie nam het geloof de leiding. Nu komt het aan op de hoop, omdat we herontdekt hebben dat Gods beloften niet alleen personen maar de hele wereld gelden en tegelijk de historische ervaring ons de moed voor de toekomst beneemt.

De ‘laatste dingen’
Wie houdt nog rekening met de verlossing van de wereld? Wie verwacht nog de verschijning van Jezus Christus? Deze vragen kunnen ook gesteld worden aan de gereformeerde orthodoxie. Want mijn indruk is dat over de hele linie van de westerse christenheid de ‘laatste dingen’ in de beleving zijn beperkt tot een hoop op leven na de dood. Die is weliswaar een belangrijk aspect van de christelijke hoop, maar als ze niet is opgenomen in een rijkere verwachting, dan geven we er blijk van de zonde van het egoïsme zelfs door te voeren in ons geloof. Augustinus schatte dat al goed in, toen hij zei: ‘Mensen worden christen vanwege de belofte van het eeuwige leven.’ Heel lang is de voorstelling van de hemel en de hel als verzamelplaatsen van zielen heersend geweest. Over de toekomst van de schepping, de wereld, de mensheid, de geschiedenis werd wel gespeculeerd, vaak aan de hand van apocalyptische geschriften zoals de Openbaring aan Johannes, maar de kerk en de meeste mensen hielden de boot toch wat af, omdat het ordelijke leven door zulke speculaties gemakkelijk ontregeld wordt. Pas toen aan het einde van de negentiende eeuw bijbeluitleggers nieuw licht wierpen op de wijze waarop in het Nieuwe Testament over het Koninkrijk Gods gesproken wordt, groeide in brede kring het besef dat het Jezus in Zijn prediking primair om het behoud van de wereld ging en dat persoonlijke bekering nodig was met het oog op het persoonlijk deelhebben aan wat God met Zijn schepping gaat doen. De christelijke verwachting werd dus universeel. En de tijdgeest zorgde er in de twintigste eeuw voor dat gedurende enige decennia velen meenden dat Gods Koninkrijk naderbij kon worden gebracht door er ‘tekenen’ van op te richten.

Verlossing van de schepping
Toen we echter uit de droom van een maakbare samenleving ontwaakten, doofde ook weer snel het vuur van hoop voor de wereld. In de tijd dat ik studeerde (de jaren zeventig) was ‘hiernamaals’ een vies woord, niet alleen omdat het geen bijbels woord is, maar ook omdat het staat voor de voorstelling van enkel individueel zielenheil. Kuitert was de eerste die het woord weer in de mond durfde te nemen in 1984 (Alles is politiek maar politiek is niet alles, p. 207) en Van de Beek een goede tweede (vanaf Schepping, 1996, p. 185vv.).
Bovendien was de komst van een ‘Koninkrijk Gods’ als totale verlossing van de schepping natuurlijk altijd al onvoorstelbaar geweest. De exegeten die haar ontdekt hadden, zeiden er meteen al bij: maar Jezus heeft zich vergist, dat Koninkrijk is nooit gekomen, wat kwam, was enkel de kerk.
Met de verwachting van een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont, heb je veel uit te leggen en vooral waarom die er dan nog niet is. Inderdaad is dat het voornaamste probleem: waarom blijft de komst van Jezus Christus zo lang uit? Maar het is voor mij zonneklaar dat tot het geheel van het christelijk geloof de verwachting van de verlossing van de schepping behoort en dat alleen in dat kader, maar dan ook voluit, over onze persoonlijke verlossing mag worden gesproken. Naar mijn

Op 3 augustus deel 7 in deze reeks: ds. S.J. van der Vlies (GZB).

waarneming wordt dat veelal miskend. Ter linkerzijde wordt het evangelie nog steeds versmald tot een oproep om het leven te beteren in navolging van Jezus, en ter rechterzijde (orthodox en evangelicaal) wordt het evangelie versmald tot het aanbod van eeuwig heil.

Koninkrijk Gods
Het komt erop aan de ontdekking van de notie Koninkrijk Gods vruchtbaar te maken voor de prediking zonder het evangelie te moraliseren. Er is geen enkele reden te denken dat gelovigen door goede werken het Koninkrijk Gods naderbij kunnen brengen. Integendeel, wij zijn in de historie nooit verder gekomen dan de kruisiging van Jezus en dingen die daaraan doen denken (Auschwitz bijvoorbeeld). Maar het geloof helpt mij hopen (Hebr. 11:1). Onze houding in cultuur en samenleving, in politiek en economie behoort bepaald te worden door de verwachting dat God bezig is vast te houden aan wat Zijn hand begon. Dat zorgt ervoor dat we hoopvol in de wereld leven en dingen doen die bij die hoop horen – zonder het idee dat het van ons afhangt, maar meelevend met Jezus Christus.

Meer wereld-betrokken
Beschouw ik dit nu als het wezenlijke in het gereformeerde belijden? Het is volgens mij wezenlijk voor het christelijk belijden vandaag en de gereformeerde traditie lijdt op dit punt net zo gebrek als de katholieke traditie. Mijn bijdrage bestaat dus eigenlijk in de vraag of de stof van artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis niet bewerkt moet worden. Ziet de gereformeerde orthodoxie geen aanleiding om ruimer, wereldbetrokken over de komst van Gods Koninkrijk te spreken? Misschien zou mijn collega G. van den Brink daarvoor te winnen zijn (zie zijn bijdrage aan Belijden met hoofd en hart, p. 475-561).
Maar ik kan ook binnen de lijnen van artikel 37 iets aanwijzen dat van wezenlijk belang is voor het christelijk belijden vandaag. Dat betreft de notie van het ‘laatste oordeel’. Ik leg dan wel de nadruk op ‘vandaag’ en ik zeg erbij ‘niet overal’. Want wie ervaring hebben opgedaan met de prediking van hel en verdoemenis, moet mijn oproep bespaard worden. Maar in brede kring is het oordeel zo grondig uit de prediking weggesneden dat er geen vuiltje aan de lucht lijkt. Wel moeten we naar mijn overtuiging zeggen dat God liefde is en niet ook nog wat anders, maar ook dat Zijn liefde doet huiveren, ons ontdekt aan onszelf en het besef wekt dat wij de verwerping waardig zijn. Waar die bevinding onmogelijk wordt gemaakt, gaat de prediking de mist in.
Ook deze notie van het laatste oordeel moet op de wereld, op de komst van Gods Rijk betrokken worden. Als Gods Rijk van vrede en gerechtigheid in volle glorie verschijnt, moet alle ongerechtigheid daarvoor wijken en wordt het verbannen in de buitenste duisternis. In artikel 37 staat een zin die in de buurt komt van wat vandaag beleden moet worden: wij geloven dat Jezus Christus zich zal openbaren ‘als Rechter over levenden en doden, terwijl Hij deze wereld in vuur en vlam zet om haar te zuiveren’. Dat zeg ik graag mee (al houd je je hart erbij vast): de komst van Gods Rijk betekent de reiniging van de wereld. Maar dat wijdse, allesomvattende perspectief, dat het laatste oordeel de verlossing is van de geschiedenis die God met Zijn creatuur begonnen is, wordt daar toch niet vastgehouden. Het lijkt er toch sterk op dat het om de enkele mens gaat, al of niet behorend tot het getal der uitverkorenen dat uit deze wereld gered zal worden.
Ik zou zo graag zien dat de gereformeerde orthodoxie voluit zou gaan voor de verkondiging van het oordeel van Gods liefde voor de wereld, dat heil brengt aan armen en verdrukten en dat daardoor het onrecht aan het licht brengt en verbant – en dat genadig is voor wie hun zonden belijden en opstaan tot een nieuw leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Op het oordeel hopen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's