De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerktoetreding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerktoetreding

9 minuten leestijd

Giessen-Oudekerk
Duizenden verlieten de laatste jaren de kerk. Pijnlijk en schokkend waren de cijfers die in de publiciteit kwamen. Het stemde soms somber en zorgelijk. In grote hervormd-gereformeerde gemeenten leek het allemaal nog mee te vallen. Kerkdiensten bleven goed bezocht en predikantsplaatsen konden worden gehandhaafd. Maar wie eerlijk de cijfers analyseerde, ontdekte dat ook hier de erosie aan het toeslaan was. Kerkverlating dus allerwegen. Daarom was het verrassend onlangs in het Centraal Weekblad (7 juli) een uitvoerig verhaal te lezen geschreven door Koos van Noppen over Dorpstoetreders in Giessen-Oudekerk: De trend van kerkverlating is over z’n hoogtepunt heen. De plaatselijke predikant, ds. T.C. Verhoef, vertelt dat er jaarlijks mensen bij komen in de gemeente. Niet alleen door natuurlijke aanwas, maar ook door kerktoetreders of herintreders. Dit jaar, aldus ds. Verhoef, waren bijna de helft van de 24 belijdeniscatechisanten afkomstig van buiten de kerk.
De kerktoetreders in Giessen-Oudekerk vormen een veelsoortige groep, zegt Verhoef: ‘Er is voldoende ruimte in de gemeente om mensen hun eigenaardigheid te laten houden. Het is geen keurslijf. Politiek gezien zijn er onder hen SGP-stemmers, maar ook Groen Linksstemmers. Verder zijn ze afkomstig uit alle leeftijdscategorieën, hoewel de grootste categorie wordt gevormd door de dertigers, jonge gezinnen. Onder hen vind je ook herintreders, die zelf gedoopt zijn en nu bij de geboorte van hun kinderen voor het eerst over hun doop gaan nadenken. ‘Wat ik zelf heb meegekregen wil ik mijn kinderen niet onthouden. Ik laat mijn kind toch niet met een achterstand beginnen?’ Voor sommigen is dat een stap geweest om terug te keren naar de kerk.’ De zondagse kerkdienst heeft doorgaans een traditioneel karakter – afgezien van een enkele jeugddienst met combo – psalmen oude berijming en een enkel gezang. Het geheim van de aantrekkingskracht zit hier zeker niet in de vormen. Verhoef: ‘Ik denk dat het van groot belang is dat de kerk een lage drempel heeft. Dat mensen zich welkom weten – en dat is meer dan zomaar een hartelijk woordje aan het begin. Ze moeten het idee hebben: Ik mag hier zijn en ze zijn nog blij met me ook. Verder moet het evangelie begrijpelijk gebracht worden. Er is vandaag de dag nog altijd veel belangstelling voor. Ik hoor in gesprekken ook veel teleurstelling in de kerk die het soms wel heel ingewikkeld brengt. Daarnaast moeten er in de gemeente activiteiten zijn waar je mensen met een gerust hart naar toe kunt verwijzen; plekken waar ze op hun eigen niveau meer kunnen horen en leren, met veel ruimte voor hun vragen en problemen.’ Anders dan sommige geestverwante gemeenten in de omgeving varen ze in Giessen-Oudekerk bij voorkeur een pastorale koers bij ethische kwesties als samenwonen, homoseksualiteit, echtscheiding of familieruzies. ‘We proberen met problemen om te gaan, als waren het problemen binnen de familie. We zoeken naar een weg, eerder dan dat we ons standpunt uiteenzetten en zeggen: Zodra je het met ons eens bent, bel je maar weer eens.’
Sommige kerkenraadsleden hebben ook een niet-christelijke achtergrond. ‘Zij weten hoe mensen van buitenaf tegen de kerk en de kerkdienst aankijken en welke hindernissen ze te nemen hebben. Tegelijk zijn we een hele gewone hervormde kerk, met hele gewone mensen die al jaren in de kerk zitten en het soms lastig vinden als er mensen bijkomen die op hun plaats gaan zitten. Maar meestal vinden mensen het heerlijk, omdat men elkaar ook kent. Dan zeggen ze: Die? Die ging toch nooit naar de kerk? Ja, hij is er weer.’

In het artikel in het Centraal Weekblad wordt ds. René van Loon (Capelle aan den IJssel) aangehaald. Hij schreef een doctoraalscriptie over het verschijnsel kerktoetreders. Hij ziet een omslag halverwege de jaren negentig met name door de introductie van de Alpha-cursus. Het is onmiskenbaar dat de kerkverlating nog altijd doorgaat en grote aantallen mensen de kerk verlaten. Maar volgens Van Loon is de trend van kerkverlating over z’n hoogtepunt heen. Ik citeer: ‘Dat kan ook niet anders, want op een gegeven moment beland je op een minimumniveau van een harde kern die overblijft. Kerktoetreding geeft in elk geval aan dat de boodschap van het christelijk geloof voor mensen in deze tijd iets te zeggen heeft.’

Gouda
In de woorden van ds. Verhoef viel al te beluisteren dat waar kerktoetreding in een gemeente aan de orde is, een kerkenraad te maken krijgt met praktisch-theologische vragen. In het Kwartaalblad voor evangelische theologische bezinning Soteria (23e jaargang no. 2 – 2006, een themanummer over evangelisatie), doet ds. B.J. van der Graaf in een bezinnend artikel verslag van hoe een en ander in zijn Goudse wijkgemeente verlopen is. Hij schrijft onder de titel: Kerktoetreding in de praktijk. Enkele praktisch-theologische overwegingen bij een hoopgevende ontwikkeling. In de hervormde gemeente St.- Janskerk van Gouda deden in februari 2005 acht Alpha-cursisten belijdenis van hun geloof en werden zes van hen gedoopt. Uitvoerig doet Van der Graaf verslag van de route die binnen de gemeente werd afgelegd om hen die van buiten de gemeente kwamen, binnen te leiden. Dat was uiteraard geen weg zonder hobbels. Ik geef een tweetal citaten die dat laten zien. Eerst uit wat onze collega schrijft over Tussen Alphakring en kerkdienst.

Het is een feit, dat voor veel zoekers de weg naar de kerkdienst lang en vol drempels is. Gelukkig zijn er allerlei uitzonderingen te noemen, van mensen die op wonderlijk snelle manier hun plek in de kerkbank weten te vinden. Een wat traditionele protestantse kerkdienst blijkt voor sommigen laagdrempeliger te zijn dan een veel moderner ogende evangelische dienst. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat het hier wel om uitzonderingen gaat. Het is een onontkoombaar feit, dat iedere gemeente die ernaar verlangt om zoekers naar de reguliere kerkdienst te leiden, op z’n minst voor twee vragen komt te staan. De eerste vraag is, of alles in de gewone dienst kan blijven zoals het was. Daar ziet het niet naar uit. In Gouda stelde de kerkenraad een commissie in die zich over deze vraag moest buigen en de conclusie was: als we werkelijk zoekers naar de kerkdienst willen leiden, dan is bezinning op de vorm en de inhoud van die dienst onvermijdelijk. Kerkdiensten zouden, zo luidde de kernconclusie, ‘melk-en-brooddiensten’ moeten zijn. Dat wil zeggen: we moeten er naar streven om in één en dezelfde dienst zowel zoekers als ‘oudgedienden’ van geestelijk voedsel te voorzien. Om tot zulke diensten te komen, moet eerlijk nagedacht worden over tenminste drie aspecten van de kerkdienst: de vorm en de inhoud van de dienst zelf, de randvoorwaarden van de dienst en de houding van de gemeenteleden. Toch ligt de sleutel eerst en vooral in handen van de voorganger. Hij zal, in alle elementen van de dienst, voor zoekers en voor gemeenteleden moeten spreken. Tim Keller van Redeemer in New York heeft gezegd: ‘Als een voorganger begint om zoekers aan te spreken, dan zullen ze er ook komen.’ Uit eigen ervaring weet ik inmiddels, dat diensten met een ‘melk-en-brood-karakter’ heel veel van de voorganger vergen. Het is hard werken, maar het is alle moeite meer dan waard. Ik vraag me soms wel af, of voorgangers vandaag echt de moed en het geloof hebben zich aan die roeping te geven.

En dan ook nog over wat Van der Graaf noemt Ethische struikelblokken. In het citaat van ds. Verhoef kwamen die ook al aan de orde.

Als mensen worden geraakt door het evangelie van Jezus Christus, gebeurt dat in de situatie waarin ze zich op dat moment bevinden. God zoekt mensen immers op waar ze zijn. Het is duidelijk dat de situatie waarin zo iemand zich op dat moment bevindt nogal eens op gespannen voet staat met wat binnen de gemeente een ‘normaal christelijk leven’ is. Het meest voorkomende voorbeeld is wellicht, dat mensen op het moment dat ze geraakt worden ongehuwd samenwonen. In een gemeente waar dat als ongewenst of zondig wordt beschouwd, roept dat spanning op met het bestaande beleid. Wat is dan wijsheid? Op dit moment komt het erop aan dat we goed verstaan wat genade is. Genade is, dat we in Christus worden aanvaard ondanks onze overgebleven zonden! Met andere woorden: genade is de rechtvaardiging van de goddeloze. Dat wil dus zeggen, dat we eerst moeten erkennen dat God deze mens in genade heeft aangenomen, om vervolgens, in tweede instantie dus, te gaan spreken over hoe het leven anders zou moeten worden. De mooiste tekst die ik in dit verband ken, is Efeziërs 5: ‘Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen van het licht.’ Wanneer we deze woorden lezen in de context waarin ze geschreven staan, komen we onder de indruk van de radicaliteit ervan. Paulus heeft de moed mensen van wie het leven nog steeds vol duisternis is, toch kinderen van het licht te noemen, omdat ze ‘in Christus’ zijn. Een spannende vraag daarbij is, of we in dit hoofdstuk te maken hebben met dooptaal (hetgeen we uit de parallellen met Rom. 6 wel kunnen vermoeden) en of het ‘in Christus zijn’ synoniem is voor ‘gedoopt zijn’. Los daarvan zou ik echter de conclusie willen trekken dat de radicaliteit van de genade en de rechtvaardiging van de goddeloze ons in de praktijk van toetreding veel ruimte biedt om pas in tweede instantie over dingen te gaan praten waar we normaal gesproken, binnen het gewone gemeenteleven, mee zouden beginnen. Uiteraard zal hier blijken hoe groot de spankracht en de veerkracht van de gemeente is. Als deze naar de maat van Gods genade te klein is, zullen we onnodig mensen op de weg verliezen.
Ds. Van der Graaf sluit zijn bijdrage over kerktoetreding af met enkele opmerkingen over het lidmaatschap van de kerk. In de praktijk blijken kerkordebepalingen en definities van lidmaatschap nogal eens, wat hij noemt, aan de krappe kant te zijn. Maar regels mogen nooit heersen over het werk van de Geest. Ik citeer: ‘Toegepast op de praktijk van toetreding betekent dit, dat de gemeente bereid moet zijn tot het leveren van maatwerk en het betrachten van een zo groot mogelijke flexibiliteit. Als het goed is, leidt de reflectie over de daaruit opkomende vragen uiteindelijk tot nieuwe regels en richtlijnen.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kerktoetreding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's