De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

6 minuten leestijd

Bernhard Reitsma:Wie is onze God? Arabische christenen, Israël en de aard van God. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 294 blz.; € 19,90.

Bernhard Reitsma:
Wie  is  onze  God? Arabische christenen, Israël  en de aard van God.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 294 blz.; € 19,90
.
Dr. Bernhard Reitsma werkte bijna acht jaar in Libanon in dienst van de GZB. Hij was daar docent aan de Near East School of Theology en het Arab. Baptist Theological Seminary in Beirut. Tijdens deze periode kwam hij voortdurend in aanvaring met de geloofsworsteling en nood van de Arabische christenen in het Midden-Oosten. Die wordt veroorzaakt door het bestaan en de politiek van de staat Israël als joodse staat.

Dat riep bij hem de vraag op naar God. Is Hij ook God van Zijn – Joodse – volk en van de staat Israël en wie is Hij dan voor de Arabische christenen? Door hun geloof in Jezus Christus zijn zij toch ook Zijn volk. Is God vóór Israël en dus tegen de Arabieren en Arabische christenen? De ontmoeting met hun lijden dwingt ons opnieuw te kijken naar de validiteit van onze Israël-theologie.
- Door het ontstaan van de staat Israël in 1948 is de kerk in het Westen hoe langer hoe meer haar – Joodse! – wortels gaan ontdekken. In het Midden-Oosten is juist het tegenovergestelde gebeurd. Het Oude Testament is de Arabische christenen ontnomen. Want mede met een beroep daarop (Jozua 6!) zijn zij uit hun bezit verdreven. Voor Reitsma is dit Gods ultieme openbaring in Jezus Christus, met name Romeinen 9-11. De betekenis hiervan voor het verstaan van Israël als Gods volk, voor de landbelofte en een echt verstaan van het Oude Testament maakt hij in zijn boek verder duidelijk.
Dit betekent dat onze redding genade is. Wij kunnen ons nergens op beroemen. Jezus overstijgt wezenlijk Zijn Jood-zijn. Beslissend voor het behoud van Jood, en Arabier, en van elk mens is Zijn Zoon van God-zijn. Jezus' Jood-zijn mag daarom voor niemand een belemmering zijn. Hoe moeten wij de Torah, de wet, als het hart van Gods openbaring aan Israël verstaan? Is er een weg tot God voor Israël via de wet en één voor de volken via het geloof in Christus?
Christus is het einde van de wet. (Rom. 10:4) In Hem komt de Torah tot zijn ware bestemming. Wat Israël najoeg, de gerechtigheid voor God, kan alleen ontvangen worden in het geloof in Jezus Christus. Zowel in de wet als in als in Christus gaat het om dezelfde genade van God. Alleen daardoor worden jood en niet-jood gered. Daarom moet de kerk niet het feest van de vreugde der wet vieren, maar de vreugde over Gods genade in Christus als de vervulling daarvan.
- Is Israël vandaag nog Gods volk? Zo niet, is Hij dan wel de betrouwbare? Zo ja, is Hij dan een vijand van Arabische christenen? Terecht beklemtoont Reitsma vanuit de exegese van Romeinen 9-11 dat God Zijn volk niet verstoten heeft. Want een ‘rest’ gelooft in Christus. Ook in Zijn verharding van het ‘overige deel’ heeft God Israël niet losgelaten. Want die verharding dient het toebrengen van de volken tot Christus. En daardoor wordt Israël jaloers gemaakt om Hem aan te nemen. Hierdoor en door het geloof (en alzo) wordt geheel Israël (het volk, dat als collectie deelt in al Gods beloften) behouden. Dit is het geheimenis, waarover Paulus in vers 26 spreekt. In deze zin blijft Israël ook nu Gods volk, doordat het in Christus tot zijn bestemming komt. In Hem is het ook een universele werkelijkheid. Want het volk van God zijn nu de gelovige Joden en heidenen.
- Vanuit de nieuwe heilswerkelijkheid in Christus is ook de landbelofte vervuld. Het land krijgt ook universele betekenis. De gelovige Abraham is een erfgenaam van de wereld. (Rom. 4:13): de herstelde kosmos (Rom. 8) voor het volk van God uit gelovige Joden en heidenen. Ook de landbelofte wordt getransformeerd. Kanaän wijst heen naar een nog veel rijkere, en concrete werkelijkheid.
Dat is het ‘tegoed’ voor Israël en de volken. Daarom is de stichting van de staat Israël niet zonder meer een aparte vervulling van wat in Christus al is gegeven. Het hoogste doel voor Jood en Arabier is het leven als het ene volk van God door Christus en de Geest. Dat overstijgt de betekenis van het land. Joden moeten kunnen leven onder Palestijnse heerschappij en omgekeerd. Want waar Christus en Zijn Geest regeren, heerst de liefde.
- Vanuit Gods ultieme openbaring in Christus lezen wij het Oude Testament. Het blijft Zijn openbaring, maar in een heilshistorische context. De Palestijnen kunnen daarom niet gelijkgesteld worden met de inwoners van Kanaän, om hen het land te ontnemen. (Jozua 6). Gods liefde in Christus gaat uit naar alle mensen. Wie Hem afwijst, wacht het oordeel. Het ‘tegoed’ van het Oude Testament is met name de voltooiing van Christus’ heilswerk voor Israël en de volken.
- In Christus is de God van Israël de God van de wereld. Dat overstijgt de grenzen van Israël als volk en land. Daarom is Hij geen partij in het Midden-Oostenconflict. Een eerlijke, veilige verdeling van het land is nodig. Joden en Arabieren hebben elkaar te dienen vanuit Gods liefde voor allen. Zij en wij mogen uitzien naar de voltooiing van Zijn heil in Christus. (Rom. 8)
Reitsma’s model is één van de meerdere. Gekleurd door zijn jarenlange contacten met de Arabische christenen. Als leden van Christus’ lichaam weet hij zich daarom met hen nauw verbonden. Zoals hij zelf zegt, is zijn model niet dat van de GZB en het Centrum voor Israël Studies. Dat heeft o.a. te maken met de verschillende uitleg van het mysterie in Romeinen 11:26: en alzo (= en dan) zal geheel Israël zalig worden. Het gaat dus ook om iets toekomstigs. Zijn al Gods beloften in Christus vervuld? Leren de Messias-belijdende Joden ons niet dat bijvoorbeeld de landbelofte in Christus zijn blijvende betekenis houdt?
Wijzen teksten uit het Oude Testament niet op een terugkeer en een bijzondere doorwerking van de Geest tot geloof in Christus, als een toekomstig gebeuren. Dat zal tot zegen zijn van de wereld en de volken. (Rom. 11:15). Er zijn meerdere lagen in de vervulling, die uitloopt op de voltooiing.
Is het niet Gods leiding dat het joodse volk in de terugkeer en in de stichting van de staat Israël in 1948 weer vaste grond onder de voeten heeft. Wordt Reitsma’s model toch niet te veel beheerst door zijn uitgangspunt? Zijn vraag is terecht of wij in de kerk kunnen leven met verschillende visies. Gesprek blijft daarom nodig.

Zijn boek is een moedig en leerzaam boek. Dank daarvoor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's