De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jezus, Zoon van God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jezus, Zoon van God

ASPECTEN VAN DE GEREFORMEERDE BELIJDENIS [ 8 ]

8 minuten leestijd

Welk aspect van de gereformeerde belijdenis verdient in onze kerken momenteel vooral de aandacht? Deze vraag legde de redactie van De Waarheidsvriend voor aan diverse leidinggevenden, van binnen de buiten de Protestantse Kerk. Vandaag deel acht van een serie, die staat in het kader van het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Bond.

Gesprekken tijdens catechisaties en bijbelstudiegroepen hebben mij gestimuleerd bijzondere aandacht te besteden aan de persoon van Jezus Christus. Wat betekent de term ‘Zoon van God’? Waarom is het erkennen van Jezus als wezensgelijk aan de Vader zo belangrijk?

In de Heidelbergse Catechismus wordt Christus Zoon van God genoemd, dat is ‘waarachtig mens en waarachtig God’ (Zondag 18). In zondag 5, 6, 11, 12, 13, 14 en 16 horen we over de Zoon van God in verband met onze verlossing. De Nederlandse Geloofsbelijdenis heeft een afzonderlijk artikel 10 over de godheid van Christus (De drie-eenheid, art. 8-11).
Door vele moderne theologen wordt Jezus slechts als uniek mens gezien. Laten we hierop niet alleen reageren door de goddelijkheid van Christus te verdedigen, maar ook door de term ‘zoon van God’ bijbels-theologisch te duiden. Niet om Jezus te ontleden, maar om Hem in volle rijkdom te kunnen belijden als Verlosser van ons leven, om verwonderd over Zijn liefde met Hem verbonden te zijn. Mijn ervaring na diverse catechisaties en vijf preken over het viervoudig zoonschap van Christus is dat kerkgangers hierdoor beter toegerust zijn het gereformeerd belijden over de Zoon te onderbouwen. Een lezing van dr. B. Wentsel op een predikantenconferentie van het Confessioneel Gereformeerd Beraad ligt aan dit artikel ten grondslag.
Naar mijn opvatting kan een uitgebalanceerd spreken over het zoonschap van Christus ook dienstbaar zijn aan de gesprekken met moslims in Nederland. Velen pleiten voor gezamenlijke inzet van kerk en moskee voor de humaniteit, maar veronachtzamen het gesprek over de onopgeefbare belijdenis van de kerk over Christus. Dit lijkt me geen goede basis voor een gezamenlijke toekomst in ons land.
We willen nu de vier elementen van het Zoonschap van Christus schetsen. Meer dan het laten oplichten van een aantal wezenlijke teksten streef ik daarbij niet na.

1. Zoon van de mens
Adam was de eerste mens, door God geschapen. Daarom wordt hij in het geslachtsregister van Lukas ook ‘zoon van God’ genoemd. (3:38) De drie-enige God had hem bij wijze van spreken verwekt. Jezus is mens, omdat Hij uit Maria geboren is. Hij is in alles aan ons mensen gelijk geworden, uitgezonderd de zonde. Hij was één van ons, zo’n kwetsbaar, breekbaar wezen dat ziek kan worden en sterven. We belijden: Jezus was zoon van Adam. God zelf is een van ons geworden.
Jezus heeft gehoorzaamheid moeten leren uit hetgeen Hij geleden heeft. (Hebr. 5:7v) We moeten Jezus’ menselijkheid niet laten vervluchtigen in Zijn goddelijkheid. Het gevecht van Christus tegen de duivel was geen schijngevecht, maar werkelijk een verleiding om te zondigen. Neergedaald in het vlees is Christus de tweede Adam. Door één mens is de zonde in de wereld gekomen. Het binnendringen van de boze in de goede schepping is en blijft een hels mysterie. Er is geen verklaring voor deze onstuitbare menselijke schuld. Hier tegenover stelt de HERE een ander geheimenis: de vleeswording van zijn Zoon. Jezus zal de opdracht vervullen die Adam eens kreeg, volkomen leven tot Gods eer. Hij doet de geschiedenis over. Paulus schrijft: ‘Dus, zoals het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling is gekomen, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven’ (Rom. 5:18) en ‘Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen levend worden.’ (1 Kor. 15:51) Christus is de enige mens die er uiteindelijk toe doet.
Geen ander teken ons gegeven,
geen licht in onze duisternis,
dan deze mens om mee te leven,
een God die onze broeder is. (Gez. 160:2)

2. Zoon van Israël
God geeft Zijn Zoon in de geschiedenis van Israël. Israël wordt door Mozes bij de Farao de eerstgeboren zoon van God genoemd. (Ex. 4:22) God verkiest zich een volk, dat door het verbond erfgenaam is van Zijn liefde en tegelijk de dure plicht heeft in de vreze des HEREN te wandelen.
Later in het Oude Testament is de Davidische koning vertegenwoordiger van Israël. Hij moet Gods wetten handhaven. Salomo ontvangt de belofte dat zijn nakomelingen voor immer zullen regeren, met deze toevoeging: ‘Ik zal hem tot een vader en hij zal Mij tot een zoon zijn’. (1 Kron. 17:13) We weten dat Davids nageslacht ontrouw was. Het rijk van Gods zoon, Israël, loopt vast in Babel. Toch blijft de HERE Zijn verbond trouw, hoewel er geen aanknopingspunt is (zie Ps. 89:36-38). Hij geeft Zijn liefde niet op, maar spreekt: ‘Er zal een rijsje opschieten uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen.’ (Jes. 11:1) Christus is daarvan de volkomen vervulling.
Maria hoort: ‘God zal Hem de troon van zijn vader David geven’ (Luk. 1:32) en weet: mijn zoon is zoon van Israël en David en dus Zoon van God. Jezus vervult dit koningschap door trouw aan Gods verbond Israël voor te gaan. Daartegen ontstaat verzet, de Christus lijdt en sterft, maar kiest zelfs voor Pilatus zo ‘Koning der Joden’ te zijn. Hij vestigt Gods Koninkrijk op de waarheid. (Joh. 18:33-38) Zo ontvangt Christus op Pasen het recht op Israëls troon. Hij wordt aangenomen als Gods Zoon.

3. Zoon van de Geest|
In Romeinen 8:14 lezen we: ‘Allen die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods.’ We noemen dit het pneumatisch zoonschap. We lezen in de Bijbel over gelovigen die bijzondere gaven van de Heilige Geest ontvangen. Simson (nazireeër), Elia (profeet), Johannes de Doper. In die traditie staat Jezus. Maar ook ‘gewone’ gelovigen kunnen ten dienste van de gemeente bijzondere gaven ontvangen, zoals wijsheid, kennis, dienen, profetie en genezing van zieken. Christus heeft al deze Geestesgaven ontvangen. Hij is totaal vol van de Geest. Dat Hij volstrekt anders is dan een gelovig mens, blijkt uit Zijn geboorte uit een maagd. God zelf verwekt Jezus in Maria. Bovendien, Jezus draagt niet alleen de Geest, Hij beschikt er ook over. ‘Want als Ik heenga, zal Ik de Trooster tot u zenden.’ (Joh. 14:26) Jezus heeft als Opgestane de macht om de Geest uit te delen aan wie in Hem gelooft. Dat begint op de Pinksterdag en gaat nog altijd door. De Heilige Geest wijst ons op Hem die leefde uit de Geest en op Wie de Geest voortdurend wijst, Jezus Christus. Zo weten we dat wij in navolging van de Zoon van God zonen Gods mogen zijn die de Geest ontvangen om vrucht te dragen voor God en zijn kerk.

4. Gelijk van wezen met de Vader
We belijden: Jezus is de eeuwige Zoon van God, die voor zijn geboorte bij de Vader was en na zijn hemelvaart is teruggekeerd. God de Vader getuigt dat Jezus Zijn eeuwige Zoon is (bij Zijn doop en verheerlijking), die Zijn volk zal redden van hun zonden (Matth. 1:21). In het Oude Testament wordt duidelijk dat alleen de HERE zelf Verlosser kan zijn. (Jes. 43:3 en 11) Wanneer Jezus ‘Verlosser’ wordt genoemd door God, blijkt dat Hij meer is dan een mens. Elizabet noemt Maria dan ook ‘de moeder van mijn Heer’ (Luk. 1:43). Als Petrus op Pinksteren Joël 3:5 citeert (‘En het zal geschieden dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden'), past hij een woord over God de Vader toe op Jezus. Wanneer Jezus niet Gods eeuwige Zoon zou zijn, was dat godslastering.
Jezus getuigt van zichzelf als de Mensenzoon (zie Dan.7:13v), die namens God kan spreken en handelen. Hij stelt zichzelf op één lijn met de HERE, wanneer Hij de woorden van Psalm 110 op zichzelf toepast. (Matth. 7) Er zijn meer teksten die aantonen dat Jezus’ persoon en werk niet te verklaren zijn uit het feit dat Hij zo’n bijzonder mens was, dat Hij door Zijn vrome leven tot Gods Zoon werd aangenomen. Jezus is de Messias, het vleesgeworden eeuwig Woord van God, in wie God de wereld met Zichzelf verzoent. Zo spreken Petrus en Paulus. En Johannes zegt: ‘Een ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader. (1 Joh. 2:22v) Ook de vijanden van Jezus erkennen dat. De satan tart Hem bij de verzoeking in de woestijn: ‘Als U Gods Zoon bent …’ En de boze geesten roepen: ‘Ik weet wel wie U bent: de heilige Gods’. Jezus wordt uitsluitend veroordeeld vanwege godslastering, Hij noemt zichzelf de Zoon van God, de Mensenzoon die als God zal oordelen over deze wereld. Jezus is God, weliswaar gehoorzaam aan de HERE vanwege de rangorde in de drie-eenheid, maar toch één van wezen met de Vader, gelijk aan Hem.

Besluit
Jezus, waarachtig God en waarachtig Mens. Het viervoudig zoonschap van Christus is bijbels te onderbouwen. Natuurlijk, het geloof in Gods Zoon kan alleen de Geest geven. Wanneer we als gemeenteleden gehoorzaam naar de Schrift luisteren, wil de HERE genadig dit geloof schenken. We mogen bouwen op de belofte, dat het Woord dat uit Zijn mond uitgaat, nooit leeg wederkeert, maar doet waartoe het is gezonden. De HERE wil ook in 2006 dat allen tot geloof in de waarheid komen, de drie-enige God aanbidden en eren.

Volgende week deel 9 in deze reeks: ds. W. Dekker, studiesecretaris van de IZB.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Jezus, Zoon van God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's