De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat gelooft gij van de Heilige Geest?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat gelooft gij van de Heilige Geest?

ASPECTEN VAN DE GEREFORMEERDE BELIJDENIS [ 10 ]

8 minuten leestijd

Welk aspect van de gereformeerde belijdenis verdient in onze kerken momenteel vooral de aandacht? Deze vraag legde de redactie van De Waarheidsvriend voor aan diverse leidinggevenden, van binnen en buiten de Protestantse Kerk. Vandaag deel tien van een serie, die staat in het kader van het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Bond.

De Gereformeerde Bond bestaat dit jaar honderd jaar. Volgens de volledige naam die hij draagt, betekent dit dat de Bond zich heeft beziggehouden met ‘de verbreiding en de verdediging van de Waarheid’. Nu is ‘de waarheid’ voor iemand die gereformeerd wil zijn, gegrond op de Schrift en samengevat in de gereformeerde belijdenis. Daarom is het een mooie gedachte om bij dit jubileum een aantal scribenten te vragen welk aspect van de gereformeerde belijdenis in de kerken momenteel vooral onze aandacht verdient en voor het voetlicht hoort te komen. Mijn keuze viel op het artikel over de Heilige Geest en Zijn werk. Zowel in de ‘grote’ als in de ‘kleine’ theologische discussie is hierover momenteel veel te doen en het is mijn verwachting dat de kerken zich de komende tijd op allerlei aspecten van dit geloofsartikel (opnieuw) hebben te bezinnen.

Van de Heilige Geest en Zijn werk
De gedeelten waarin onze belijdenis de Heilige Geest en Zijn werk thematisch aan de orde stelt, zijn opmerkelijk beknopt (vgl. zondag 20 HC; art. 11 NGB). Ik denk dat hiervoor verschillende redenen aan te voeren zijn. In de eerste plaats begint de leer van de Heilige Geest en Zijn werk zich binnen de kringen van de Reformatie pas goed te ontwikkelen als een zelfstandig onderdeel van de leer. Men zoekt zich een weg op een terrein dat in feite pas later breder in kaart wordt gebracht en doordacht. Vervolgens blijkt dat de reformatorische belijdenisgeschriften op deze wijze in het spoor van de Schrift zelf blijven. Daar lezen we immers dat de Geest ‘niet van zichzelf spreekt’. Hij blijft als het ware op de achtergrond, omdat het Zijn liefste werk is Christus en God (de Vader) op de voorgrond te stellen. In de derde plaats kunnen we erop wijzen dat het werk van de Heilige Geest overal verspreid in onze belijdenis oplicht (zie o.a. zondag 25 HC; art. 5 NGB). Het is daarom heel goed mogelijk om in verschillende gedeelten van de belijdenis aanzetten te vinden tot een volledige leer van de Heilige Geest. In het vervolg wil ik aandacht vragen voor vier aspecten van deze leer die naar mijn overtuiging in onze tijd voor kerk en theologie van bijzonder belang zijn.

Trinitarisch
Bij het lezen van de centrale gedeelten die onze belijdenis aan de Heilige Geest wijdt, valt op dat heel veel aandacht geschonken wordt aan de trinitarische aspecten van de Geest. Hij is tezamen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God en Hij gaat van de Vader en van de Zoon uit (zondag 20 HC; art. 11 NGB). Met die laatste uitdrukking staat onze belijdenis ondubbelzinnig in de zogenaamde ‘westerse’ traditie. Daarmee wordt het volgende bedoeld. In de oudkerkelijke Geloofsbelijdenis van Nicea (en Constantinopel) staat over de Heilige Geest het volgende te lezen: ‘En (ik geloof ) in de Heilige Geest, die Heere is en levend maakt, die van de Vader uitgaat …’ Eeuwenlang is dat de officiële tekst van deze belijdenis gebleven, totdat de kerk van het Westen eenzijdig besloot om deze formulering iets uit te breiden: ‘En ik geloof in de Heilige Geest, die (…) van de Vader en van de Zoon uitgaat …’ De kerken van het Oosten weigerden deze toevoeging te accepteren en het gevolg was het grote schisma van 1054. Toen ontstond er een scheuring tussen de Oosters-Orthodoxe Kerk (Byzantium) en de kerk van het Westen (Rome).
Nu pleiten in onze tijd verschillende spraakmakende theologen uit de kerk van het Westen ervoor om de toevoeging ‘en van de Zoon’ ongedaan te maken of een andere formulering te kiezen (o.a. Jürgen Moltmann; Wolfhart Pannenberg; Thomas F. Torrance; Colin E. Gunton). Zo zou men een brug kunnen slaan over een kloof die bijna 1000 jaar geleden geslagen werd. Het gaat immers slechts om enkele woorden? Hoe waar dat laatste ook is, dat betekent niet dat het om iets onbelangrijks gaat. Terecht is erop gewezen dat de zelfstandigheid van de Geest ten opzichte van de Zoon in de Kerk van het Oosten gevolgen heeft voor het werk van de Middelaar. In feite is hier sprake van twee wegen tot de Vader. De ene is de weg van de Zoon, waardoor we de Vader leren kennen. De tweede is de weg van de Geest, waardoor we God genieten (J. van Genderen). Vooral dat laatste heeft de spiritualiteit in de kerk van het Oosten gestempeld. We komen in verschillende geschriften uit deze kring de gedachte tegen dat de Heilige Geest de mystieke vereniging met God bewerkt. Daarbij blijft het werk van de Heere Jezus als Middelaar eigenlijk volledig in de schaduw.

De plaats van de mens
Een tweede aandachtsveld betreft vooral de praktische vakken binnen de theologie. Als reactie tegen de theologie van Barth en zijn school, die sterk Christo-centrisch getoonzet was, pleit men tegenwoordig sterk voor een benadering vanuit de Heilige Geest en Zijn werk. De gedachtegang die daar achter ligt, is in grote lijnen als volgt. Bij een christocentrische benadering ligt grote nadruk op het feit dat Christus het heil voor de Zijnen heeft verworven en het soeverein en genadig aan hen uitdeelt. Wij hebben aan het heil dus niets bijgedragen; het komt als een geschenk ‘van de andere kant’ naar ons toe.
Met name binnen de praktische theologie rijst bij deze benadering de vraag: welke plaats wordt hier nog aan de mens gelaten en welke ruimte blijft hier nog over voor de menswetenschappen? Daarom pleit men voor pneumatologische insteek, dat wil zeggen een insteek vanuit de Heilige Geest en Zijn werk. Op deze manier komt de geheel eigen plaats van de mens, zijn functioneren en handelen in kerk en samenleving veel meer tot zijn recht. Men kan dit nog meer toegespitst onder woorden brengen: in deze benadering ‘vloeien het werk van God en de inspanningen van mensen meer in elkaar over, omdat de Geest in en door mensen werkt’ (G.D.J. Dingemans). Hier dreigt echter het gevaar dat het werk van mensen al te snel aan de Heilige Geest wordt toegeschreven. We kunnen het ook anders zeggen: wat zijn de criteria om te beoordelen of iets werkelijk het werk van de Geest is?

De gaven van de Geest
Het afgelopen jaar is de discussie rond de Geestesgaven in de kerken van de Reformatie in alle hevigheid opgelaaid. Daarbij werd onder meer de gedachte verdedigd dat de kerk de charismatische beweging ‘positief-kritisch’ tegemoet moet treden. Het zou mogelijk moeten zijn charismatische elementen te integreren in de gereformeerde theologie. In dat verband verwijt men de klassiek-gereformeerde opvatting een ‘streeptheologie’ aan te hangen. Dat wil zeggen dat men er hier van uitgaat dat de bijzondere gaven van de Heilige Geest – zoals het spreken in tongen, het profeteren en het verrichten van wonderen – alleen bestemd waren voor de tijd van de apostelen. Na het tot stand komen van de canon van het Nieuwe Testament zou er een streep zijn gezet: de bijzondere gaven van de Geest komen na die tijd niet meer voor.
Ik wil hierbij de volgende opmerkingen maken. In de eerste plaats zijn er in onze gereformeerde traditie over bijbelgedeelten als bijvoorbeeld 1 Korinthe 12 en 14 inderdaad wel dingen gezegd die zo niet gehandhaafd kunnen worden. Vervolgens vind ik het al te gemakkelijk – en daarom ook onjuist – een kritische houding ten opzichte van de charismatische visie op de Geestesgaven te typeren als ‘streeptheologie’. Hier spelen meer dingen dan alleen de gedachte dat de bijzondere gaven van de Geest na de apostolische tijd zijn opgehouden. Ten slotte dienen we ons rekenschap te geven van de eigen heilshistorische plaats van de apostelen en de betekenis van de vorming van de canon van het Nieuwe Testament. Ik zou het daarom toejuichen als deze punten (weer eens) grondig aan de orde gesteld worden in een bijbels-theologische studie over de Geestesgaven.

De bevinding
Al veel langer wordt binnen de gereformeerde gezindte gesproken en geschreven over de bevinding, de persoonlijke toe-eigening en beleving van het geloof. Ook op dit punt scheiden de wegen, niet alleen tussen de verschillende kerken maar ook binnen kerken en zelfs binnen gemeenten. Soms wordt wel gezegd of gesuggereerd dat in de verschillende opvattingen over de bevinding de meest ingrijpende splijtzwammen liggen binnen de gereformeerde gezindte. De problemen die hier liggen, zijn niet zomaar op te lossen.
Naar mijn overtuiging zou er veel gewonnen zijn als de bevinding principieel niet vanuit de (vrome) mens, maar vanuit het werk van de Heilige Geest benaderd wordt. Met een lichte variant op een uitspraak van Calvijn zou bevinding dan als volgt omschreven kunnen worden. Het gaat hier om het werk van de Heilige Geest, waardoor de gelovige ervaart dat God precies zo is als Hij zich in zijn Woord openbaart.
Tegen de achtergrond van deze impressie wil ik de Gereformeerde Bond van harte feliciteren met zijn honderdjarig bestaan. Het is mijn wens en mijn gebed dat de Bond nog vele jaren onder de zegen van de Heere mag bijdragen tot de verdediging en verbreiding van de waarheid, óók met betrekking tot de persoon en het werk van de Heilige Geest.

Volgende week sluit ds. G.D. Kamphuis deze reeks af met een evaluerende bijdrage.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wat gelooft gij van de Heilige Geest?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's