GLOBAAL BEKEKEN
Bij de herdenking van het 250-jarig bestaan van de Remonstrantse Broederschap in 1869 was ook de voorzitter van de hervormde synode aanwezig. Hier volgt een fragment uit het boek van ds. Tjaard Baarda Van ‘verstoten Kind’ tot belijdende Kerk (uitg. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam), waaruit blijkt hoezeer de 'modernen' toen het beeld van de Hervormde Kerk bepaalden (boekbespreking volgt).
’s Avonds vindt een feestmaal plaats. Sprekers zijn Tideman en dr. F.J.J.A. Junius, voorzitter van de hervormde synode. Opvallend in hun woorden is het streven naar eenheid. Tideman toost als eerste. Het feit dat de voorzitter en vice-voorzitter van de hervormde synode aanwezig zijn, zou voor de voorvaderen een ‘reparatie van grieven’ zijn geweest. ‘… gij kunt u naauwlijks voorstellen, hoe dat het harte der Remonstranten goed doet. Onze Vaderen beschouwden zich als de echte Gereformeerden, en daarom viel het hun zoo zwaar, dat zij werden uitgezet uit hunne kerk. In haar hadden zij gehoopt hun beginsel te doen zegevieren en daarom viel het hun zoo zwaar, dat dit met hen werd uitgesloten uit de kerk, die zij liefhadden. Te allen tijden behielden dan ook de Remonstranten op die kerk eene naauwe betrekking. Remonstrantsch-Gereformeerden noemden zij zich reeds in 1620 (…) En thans met u aan het feestmaal der Broederschap mogen onze oogen ten volle zien, wat onze vaderen zoo vurig wenschten, maar niet aanschouwen mogten. Ja, ten volle zien want wat zij oorspronkelijk en altijd het meest verlangden, daarvan getuigt gij in ons midden, dat in de Gereformeerde kerk het vrijheidsbeginsel, hetwelk zij voorstonden, thans krachtig wordt gehandhaafd.
De woorden van Tideman worden even hartelijk beantwoord door de voorzitter van de synode. Hij vindt ook dat de plaats van de remonstranten is binnen de Hervormde Kerk. Zolang de Broederschap nog bestaat wenst hij haar het beste:
Men vraagt heden ten dage, of de Remonstrantsche Broederschap als kerkgenootschap nog een raison d’étre heeft, of het niet beter ware, dat zij in de Hervormde kerk werd opgelost? Heden op den dood der Broederschap te drinken, zou niet passen, maar wel op hare gezondheid zoo lang zij leeft. Wat de vereeniging met de Hervormde kerk betreft, gaf broeder Tideman ons zoo even de broederhand, ook wij zijn bereid die aan u allen toe te reiken, u in het oude vaderhuis te ontvangen. Wij houden ons verzekerd, dat gij daarin eene waardige plaats zult bekleeden. Maar wij vergeten niet, dat in het Godsrijk de band des geestes de beste is. Die band bestaat. De beginselen van het Remonstrantisme zijn de beginselen geworden van den adel der Hervormden. Daarom stel ik een toast in op de gezondheid der Broederschap zoo lang zij leeft en op hare geestelijke vereeniging met de Hervormden.
In IDEA (Evangelische Alliantie) vertelt Pieter van Kampen over Fanny Crosby (1820-1915), schrijfster van vele liederen, onder andere in Engelstalige gezangboeken.
Fanny Crosby was een blinde dichteres, die in totaal zo’n 9000 gezangen en liederen schreef (waarmee ze koning Salomo verre overtrof: zie 1 Koningen 5:12). Die twee gegevens staan niet los van elkaar. Fanny werd blind toen ze zes weken was, als gevolg van een fout van een kwakzalver die zich voor arts uitgaf. Althans, 'als het een fout was', want zoals ze in haar autobiografie schreef: ‘Als mij volmaakt gezichtsvermogen op aarde werd aangeboden, zou ik het niet aanvaarden.’ Ze koesterde geen wrok naar de ‘arts’ en getuigde van een opmerkelijk positieve levensinstelling: ‘Het was misschien een blunder van de dokter, maar God heeft geen fout gemaakt. Ik geloof echt dat het zijn bedoeling was dat ik mijn dagen in lichamelijke duisternis zou doorbrengen, opdat ik des te beter toebereid zou zijn om Gods lof te zingen en ook anderen daartoe aan te zetten. Ik had geen duizenden liederen kunnen schrijven, als ik door allerlei afleidingen zou zijn gehinderd: al die mooie en boeiende voorwerpen die zich dan aan mijn aandacht hadden opgedrongen.
Toen ze negen jaar oud was, ervoer ze al ‘als grootste geluk’ de invloed van de Bijbel en de poëzie.(…) Toen ze tien was, kon ze de eerste vier bijbelboeken en de evangeliën uit haar hoofd opzeggen!’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2006
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2006
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's