De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nieuwe gehoorzaamheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nieuwe gehoorzaamheid

ASPECTEN VAN DE GEREFORMEERDE BELIJDENIS [ 11, SLOT ]

8 minuten leestijd

Welk aspect van de gereformeerde belijdenis verdient in onze kerken momenteel vooral de aandacht? Deze vraag legde de redactie de afgelopen weken voor aan tien leidinggevenden, van binnen en buiten de Protestantse Kerk. Vandaag als laatste een evaluerende reactie.

In één bijdrage reageren op tien artikelen is niet mogelijk. Toch is het de moeite waard om tot een evaluatie te komen.

Een kwetsbare vraag
De vraag die ten grondslag ligt aan de bijdragen, is kwetsbaar en gedurfd. Wat roept de vraag op, wat maakt ze los? Dat zou ons ervan kunnen weerhouden om de vraag open en eerlijk te stellen. Maar de vraag is ook onontwijkbaar. Ze dringt zich onomkeerbaar aan ons op. Want iedere tijd en iedere situatie kent haar eigen vragen, haar eigen dwaling, haar eigen crisis. De geesten van de tijd werkelijk doorzien, vraagt om gebed, om inzicht in de Schrift. Natuurlijk is er een rode draad te ontdekken in de vragen, de dwalingen, de crises van de tijden. Die rode draad hangt samen met onze vervreemding van God, onze ongehoorzaamheid, ons verzet tegen God. Maar iedere keer weer wordt die vervreemding, die ongehoorzaamheid, heel concreet. Zoals onze God volkomen betrouwbaar is, de eeuwen door Dezelfde betrouwbare Heere is, zo is de geest van dwaling en leugen net een kameleon. Ze neemt iedere keer een andere vorm aan. Daarom is ze ook zo verraderlijk.
Een soldaat die op wacht loopt, neemt een strategische route. Daar waar de vijand zou kunnen binnenvallen, wordt gewaakt. Voor ons is nu de vraag: ‘Waar moeten we waken?’ We zouden zo maar op de verkeerde plaats kunnen staan. Daarom moeten we elkaar de vraag blijvend stellen: Waar hoort nu de spits van ons belijden te liggen?’

Een uitdagende vraag
De vraag van de redactie is ook een uitdagende vraag. Waar liggen de vragen die vanuit de tijd en de situatie ons worden gesteld? Waar is onze verlegenheid, waar ligt de verlegenheid van de kerk in ons land? Hoe kunnen we daarmee omgaan? Is onze verlegenheid niet Gods gelegenheid? Heeft het belijden van de kerk niet iets in zich wat boven de tijd uitgaat? Waar we hoop aan kunnen ontlenen? Anders gevraagd: ‘Op welke manier zal het belijden het meest vruchtbaar kunnen zijn in de situatie van nu?’
Die vraag is voor de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland een wezenlijke vraag. Het heeft iets in zich van een roeping om op die vraag een helder antwoord te vinden. Aan de ene kant worden we bedreigd door de koude wind van de secularisatie. Aan de andere kant waait er een evangelische wind. Welke aanknopingspunten biedt ons belijden in deze situatie? Het is een uitdagende vraag. Het is ten diepste ook een vraag in geloof. We geloven ook nu in deze tijd in de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dat is het hart van ons belijden. Maar, hoe brengen we deze grondlijn met alle daaraan verbonden facetten ter sprake op een vruchtbare wijze voor de kerk, voor de gemeenten, voor onszelf?

Een gezamenlijke vraag
De vraag naar de actualiteit van het gereformeerd belijden heeft de redactie voorgelegd aan verschillende leidinggevenden binnen en buiten de Protestantse Kerk. Dat is een bewuste keuze. Deze vraag is geen alleenrecht van de Gereformeerde Bond. De achtergronden van de huidige vragen en begaanbare wegen vinden we alleen in gezamenlijkheid. Het is meer dan nodig dat mensen die leven bij de kracht van het gereformeerd belijden de handen ineen slaan waar dat kan. De tijd vraagt er om, de vragen die zich aan ons voordoen, stellen ons die eis. Alleen vertillen we ons er aan. Bovendien kan binnen de Protestantse Kerk de zaak van het gereformeerd belijden niet slechts verbonden zijn aan één modaliteit. Het is de kerk die belijdt en niet een beweging. Daarom moet in het midden van de kerk het gesprek gevoerd worden over de waarde, de betekenis, de verrassende actualiteit van dit belijden.
We worden samen teruggeworpen op de diepste kern van de Reformatie. Het hart van ons geloven. Om de geesten te weerstaan, breekt iedere scheiding en scheuring ons bitter op, terwijl we juist schouder aan schouder hebben te staan. Daarbij hoeven we de onderlinge verschillen niet te nivelleren. Daar is niets mee gewonnen. Daar kunnen en moeten we samen over in gesprek. We staan samen voor de indringende vraag om het evangelie in onze dagen.te laten horen.

Een verrassend antwoord
Het was een verrassing om te lezen dat een van de scribenten, drs. H. de Jong, aan de tucht dacht. Frappant vond ik het wel dat hij een broeder was uit één van de afgescheiden kerken. Omgaan met de tucht gaat ons als gereformeerden binnen de Protestantse Kerk nooit zo gemakkelijk af. Toch heeft hij een punt. Lang dachten we: Laat de gemeente maar zo open mogelijk zijn, dat is tenminste wervend. Dat zal waar zijn. Toch moeten we ons afvragen of we niet te ver zijn doorgeslagen. De gemeente is heilig of ze is geen gemeente meer. Te veel laveert de gemeente, laveren wij op de grens van kerk en wereld. Christus roept Zijn gemeente op heilig te zijn, een reine bruid voor Hem. En als er Eén is aan Wie men niet komen mag, dan is dat Christus, samen met Zijn Vader en de Geest. Hij is immers Heere! Nadrukkelijk vragen we aandacht voor Hem, de Kurios! Een uiterst radicale belijdenis, vroeger en nu. De belijdenis van Hem als Kurios vraagt om een voortdurend nieuwe gehoorzaamheid.
De vraag is wel hoe de gemeente die gestalte draagt en hoe ze ertoe komt? Door aan de rand af te snijden of door vanuit de volheid van de Bruidegom te denken, te preken, de werken. De gemeente krijgt als bruid van Christus gestalte door de gemeenschap met Jezus’ lijden en sterven en opstanding. Hier ligt een sterke spits voor vandaag. Een christen gaat met Christus onder in Zijn dood en staat alleen zo met Hem op in een nieuw leven. Deze radicaliteit van het evangelie vraagt opnieuw onze aandacht. Daar leeft de gemeente van Christus van. Deze kern heeft consequenties, ook aan de rand. Overigens, hoe moeilijk de tucht rondom het leven ligt, blijkt meteen uit de mijns inziens ongelukkige keuzes die collega De Jong maakt, als hij tot concrete uitspraken komt over abortus en euthanasie. Deze vragen van leven en dood grenzen zijn direct gelinkt aan Gods geboden, Gods bescherming van ons menselijk leven. Juist de bescherming van het ongeboren en verzwakte leven hoort bij de kerntaken van de gemeente van Christus.

Een kernachtig antwoord
In een aantal bijdragen werd verwezen naar het ‘hart van de kerk’, Gods verkiezing. Zitten we daar samen op te wachten? Vraagt dat aspect van het gereformeerd belijden om aandacht?
Het lijkt me zonneklaar. Daar zijn twee redenen voor aan te geven. We komen hier bij het besef van Gods heiligheid. Een besef dat zomaar zou kunnen verdwijnen uit ons geloofsbesef. In onze dagen dreigt het geloofsleven te egaliseren. De ernst van de schrik des Heeren, de wondere hoogte van de genade en de vergeving dreigen we te verliezen. In de vragen rondom de verkiezing stuiten we altijd op het geheim van God, Die de gans Andere is. Vanuit dat besef brengen we Hem ter sprake in onze tijd, in onze wereld. Het gaat me om de doorleving van dit kernmoment uit de Schrift.
Daarmee hangt direct een tweede aspect samen. In ons verlangen om mensen te brengen tot het hart van God, het heil in Christus, biedt Gods verkiezing ons een enorme bemoediging. Waar er voor ons geen beginnen aan is, daar begint Hij. Waar wij niet meer verder kunnen, hoeven we ons hoofd niet in de schoot te leggen, maar is er hoop op Hem Die Zijn eigen wonderlijke wegen gaat. Wegen dwars door onze onmogelijkheden en vragen heen. God openbaart Zich aan mensen ondanks ons. Daarom zullen we deze grondnotie van ons geloven en belijden, als het hart van de kerk, opnieuw vruchtbaar moeten laten zijn in ons bezig zijn.

Een ontdekkend antwoord
In verschillende bijdragen werd aandacht gevraagd voor het doorleefd verstaan van de waarheid, doorleefd geloof, authentieke omgang met God. Helder en krachtig staan we voor het belijden dat ons is overgeleverd. Maar dat belijden houdt ons nadrukkelijk de spiegel voor. De kernvraag is of het ons een levend en doorleefd geloofsbezit is. Daar begint de bezinning, daar begint de revitalisering. Zo komt het weer tot leven, wordt het krachtig.
De belijdenis is ontstaan in een bepaalde historische context waarin nadrukkelijk rekenschap moest worden afgelegd van het beleefde geloof dat de Schriften weer had ontdekt. Die ontdekking dat de Schriften weer opengaan, werkelijk opengaan, helpt ons echt verder. Daarbij is het gereformeerd belijden ons een gids. De spits: een levend geloof!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Nieuwe gehoorzaamheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's