De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

3 minuten leestijd

Johan Ringelberg: Met de vlag in top. De geschiedenis van het Leger des Heils in Nederland (1886–1946). Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam; 340 blz.; € 22,50.

Johan Ringelberg is naast officier in het Leger hoofd van de afdeling Redactie op het Nationaal Hoofdkwartier. In het kader van een promotieonderzoek heeft hij de geschiedenis van het Leger in Nederland beschreven. De onderzochte periode loopt van 1886 – het jaar waarin het Leger in Nederland start met de opening van een verenigingslokaal in de Amsterdamse Pijp – tot en met 1946. In dat jaar nam de Legerleiding de beslissing om als stichting de status van kerkgenootschap in de zin der wet aan te nemen. Daarmee begon een nieuwe fase in de geschiedenis van het Leger in Nederland. Het doel van het boek is te laten zien hoe het Leger evangelisatie en diaconaat tussen 1886 en 1946 in praktijk bracht. Daarin is Ringelberg zeker geslaagd.

De wortels van het Leger liggen in een opwekkingsbeweging in het Verenigd Koninkrijk. Bij het ontstaan speelt het echtpaar William en Catharine Booth een belangrijke rol. In 1878 roepen zij een evangelisatiebeweging in het leven met een militaire organisatievorm. In 1886 start het Leger in Amsterdam en in daarop volgende jaren raakt het als evangelisatiebeweging verankerd in de samenleving. In 1890 publiceert William Booth zijn In Darkest England and The Way Out. Het eerste gedeelte is één grote aanklacht tegen de maatschappelijke ellende in Engeland, terwijl het tweede deel een sociaal plan ontvouwt. Tegenwoordig zouden we het een resocialisatieplan noemen, want het was niet alleen gericht op het lenigen van maatschappelijke nood. Het uiteindelijke doel was mensen door middel van een aantal stappen tot nuttige burgers van de maatschappij maken of dat ze zich aansloten bij het Leger. In feite introduceert Booth een nieuwe doelstelling. Aanvankelijk was het doel mensen tot geloof in Jezus Christus brengen. Nu werd de nadruk gelegd op het feit dat mensen die in nood verkeerden, zonder bijbedoelingen geholpen moesten worden. Helaas is nooit duidelijk geworden wat Booth ertoe bracht zo’n radicale verandering door te voeren. Ringelberg komt op p. 284 niet verder dan het opsommen van hypothesen.
De blauwdruk van Booth voor een betere samenleving verscheen in 1891 in het Nederlands onder de titel Maatschappelijk Plan. Intern leidde deze verbreding, die de identiteit van het Leger raakte, tot spanningen. De periode van 1892 tot 1937 is een periode van grote expansie geweest. Het aantal korpsen groeide en daarnaast kwam het maatschappelijk werk tot ontwikkeling en werd het geprofessionaliseerd. Uit het onderzoek van Ringelberg blijkt dat de Legerleiding er altijd op uit is geweest de beide ‘werksoorten’ – hoewel ze ieder een eigen weg gingen – bij elkaar te houden. Tijdens de Duitse bezetting werd men gedwongen deze eenheid los te laten.en de geloofsgemeenschap en het maatschappelijk werk in verschillende en onafhankelijke organisaties onder te brengen. Men heeft gepoogd de eenheid zoveel mogelijk te bewaren en na de bevrijding werd de vooroorlogse situatie zoveel mogelijk hersteld. Ten slotte gaat Ringelberg nader in op de beslissing die de Legerleiding in 1946 nam om het Leger in Nederland voortaan als kerkgenootschap te kwalificeren.

Ik ben bij het lezen ‘gegrepen’ door dit boek. Dat heeft verschillende oorzaken. Het Leger heeft een boeiende geschiedenis en Ringelberg bezit de gave die zo te vertellen dat dit boek – hoewel het wetenschappelijk verantwoord is – leest als een roman. Het meest heeft mij geraakt dat het Leger zijn groeiende invloed heeft te danken (gehad) aan het feit dat het de twee werksoorten – evangelisatie en diaconaat – principieel als een eenheid heeft beleefd en gepraktiseerd. Dat het nu niet meer op dezelfde manier kan als in de vooroorlogse jaren, is duidelijk. We leven immers in een verzorgingsstaat. Hoe wij dit principe – dat God zo duidelijk gezegend heeft – in onze (stadse) situatie anno 2006 kunnen vertalen, is voor mij in toenemende mate een aangelegen punt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's