BRIEFWISSELING
Beste dominee,
Laat ik mij eerst even kort voorstellen. Ik ben een 50-plusser, echtgenote en moeder van een groot gezin, waarvan de helft nog thuis woont. Een paar weken geleden benaderde de redactie van de Waarheidsvriend me met de vraag of ik wilde meewerken aan een briefwisseling tussen een predikant en een gemeentelid. Zeker omdat ik onder pseudoniem mocht schrijven, reageerde ik spontaan en beloofde medewerking. Maar toen ik er goed over nadacht, bekroop me het gevoel ‘Waar ben ik aan begonnen?’ Het is tenslotte niet mijn dagelijkse werk.
Maar eigenlijk wist ik meteen waarover ik u wilde schrijven: over de geloofsbeleving in de gemeente. Het valt me op dat jongeren, en zij niet alleen, vrijmoedig spreken over het geloof. Op clubs en kringen laten ze anderen delen in hun ervaringen en gevoelens op dat gebied. Dat heeft iets moois.
Toch herken ik me niet in wát ik dan hoor. Het lijkt wel of ze het geloof altijd op zak hebben en het nooit eens kwijt zijn. Wat ik mis, is de schroom en schuchterheid als het gaat over de toe-eigening van het heil.
En eerlijk gezegd vind ik hun praten vaak ook zo ik-gericht: ik geef, ik doe, ik kies, ik groei, ik voel me er goed bij. Als ik dit allemaal hoor, vraag ik me soms af waar ik nu eigenlijk zit, in een hervormd-gereformeerde of in een evangelische gemeente? Ik moet denken aan wat ik pas in De troost der verkiezing van wijlen ds. L. Vroegindeweij las. Hij schrijft in deel 3, blz.166, over meewerkende, helpende genade: ‘Zij heeft voor de natuurlijke mens veel aantrekkelijks. God lijkt de eer te krijgen vanwege Zijn hulp en een mens houdt toch de verantwoordelijkheid en houdt zijn eer, want hij neemt de beslissing.’ Dat bedoel ik met het ik-gerichte-geloof.
Is ook de bijbelse ervaring niet heel anders? David klaagt in Psalm 51 ‘want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad’ Hier kom ik zondebesef tegen. En dat was toch niet iets van David zelf, maar het ontdekkende werk van de Heilige Geest? Zo is het ook met het liefhebben en het loven van God, zoals staat in Psalm 119 (vers 175), ‘Laat mijn ziel leven en zij zal U loven.’ Dat geeft God aan zondaars, weglopers, aan mensen die juist niet willen en dat doet Hij uit vrije genade, niet omdat ik zo gelovig ben.
Vergeleken hiermee komt dat ik-gerichte geloof me zo opgekrikt en oppervlakkig over. Ik vraag me af of we het nog over dezelfde dingen hebben. Zou het alleen maar een verschil in leeftijd en in taal zijn? Nu dominee, ik ben benieuwd naar uw reactie. U mag best weten dat ik me nogal eens een vreemde in mijn gemeente voel, terwijl we toch broeders en zusters van hetzelfde huis zijn.
Hartelijke groet,
Maria Bakker-van Doorn
In dit nummer van ‘De Waarheidsvriend’ starten we met een wekelijks te verschijnen briefwisseling tussen een gemeentelid en haar predikant. Maria Bakker schrijft haar dominee over waar ze in haar dagelijks bestaan mee in aanraking komt: de zegeningen van elke dag, de moeiten van het leven, de betrokkenheid op de gemeente, de opvoeding van haar kinderen, het leven met God enzovoort. Haar predikant antwoordt de week erna.
Redactie De Waarheidsvriend
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's