De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Roeping tot delen bleef

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Roeping tot delen bleef

Dertig jaar Stichting Hulp Oost-Europa

7 minuten leestijd

Bij elk lustrum van de Stichting Hulp Oost Europa – dezer dagen het zesde – is de kans groot dat steeds iets meer van hetzelfde wordt verteld. Hoe de stichting ontstond uit een comité, waaraan de naam van ds. J. van Rootselaar was verbonden. Over de oprichter zelf, die met een hartaandoening tijdens een bezoek aan Hongarije in een ziekenhuis belandde en met oud-gemeenteleden uit Delft en gemeenteleden in IJsselmuiden zich ging inzetten om hulp te verlenen in pastorieën en aan noodlijdende gemeenten. Over bijbel en boekentransporten. Over de mensen van het eerste uur, van wie er al verschillenden zijn overleden, te weten ds. Van Rootselaar zelf, en de broeders C. Klok (Barneveld), L. Koppert (Baarn) en J. ten Berge (IJsselmuiden). Over de brede steun die vanuit de gemeenten werd ontvangen en over het werk van vrijwilligers die zich beschikbaar stelden voor bouwprojecten en transporten.
Nu aanstaande zaterdag het 30-jarig bestaan van de stichting wordt herdacht, haal ik enkele gebeurtenissen uit de beginjaren op, toen ik zelf de landen van Oost-Europa bereisde, als voorzitter van de stichting, die uit het oorspronkelijke comité was gevormd

Geschaduwd
Van wijlen Joseph Luns, ooit minister van Buitenlandse Zaken in ons land, gaat het verhaal dat hij samen met zijn vrouw Moskou bezocht en bij vertrek, toen hij in het plafond van zijn hotelkamer een hem geheimzinnig voorkomend apparaatje zag, tegen zijn vrouw zei: ‘Het zou me tegenvallen als er op het vliegveld niet een kist kaviaar voor me gereed stond’. Welnu, zijn wens ging in vervulling. Afluisterapparatuur werd alom vermoed en gevreesd, evenals geschaduwd worden. Of we er in het werk van de stichting ooit zelf mee werden geconfronteerd? Eigenlijk nauwelijks. Maar van tijd tot tijd toch wel. Bij een bezoek aan Cluj (Kolosvar) in Roemenië zouden de heer A.L. de Boo (Delft) en ondergetekende op bezoek gaan bij prof. Dobry János. Toen we met de auto vanaf het hooggelegen hotel vertrokken, volgde ons een andere wagen. Aangekomen bij een pleintje in de stad, waar we onze auto parkeerden, werd ook die andere auto geparkeerd. En waar wij liepen, liep iemand enkele honderden meters achter ons. We vervolgenden derhalve elk onze weg naar het huis van Dobry János langs gescheiden wegen. Aangekomen in het huis van de hooggeleerde, werden direct de vensters gesloten en werd de stekker uit het telefooncontact gehaald; het gevaar van afluisteren vermoedde men ook via de telefoon.
Verder waren er de unheimische grenscontroles. Urenlang kon men aan de grens worden opgehouden, ook als er verder geen grensverkeer was. Het gaf een spannend gevoel dat je niet wist wat de douane al die tijd aan het doen was, met de ingenomen paspoorten bij zich.
Op een zondagavond werd ik gebeld. Een alarmbericht van broeder Koppert. Bij de Hongaarse grens was een boekentransport onderschept. In een geheime werkplaats in Delft werden vernuftige constructies bedacht om boeken in auto’s te bergen, die bij controle niet zouden worden opgemerkt. De controle was nu echter zo grondig dat de boeken werden ontdekt. Uiteindelijk is alles met een sisser afgelopen. Vanaf dat moment wilde ik echter zelf weten wat er allemaal gebeurde in die Delftse werkplaats. Nooit eerder had ik als voorzitter namelijk toegang tot die werkplaats gehad. Maar mensen deden niet zonder gevaar hun werk.

Vertrouwen
Wie is te vertrouwen? Die vraag kwam telkens op tafel inzake de contacten die werden onderhouden. Vast stond wel dat al het werk moest geschieden buiten de kerkleiding in Oost-Europa om. Hoewel in Hongarije, na de opstand van 1956 werd gesproken van goulash-communisme (enigszins gematigd communisme in de Hongaarse context), was er een dusdanige relatie tussen de kerkleiders en de communistische regering dat contacten via de kerkleiding niet veilig waren, zeker ook niet in de Hongaarssprekende gebieden in de landen rondom Hongarije.
Twee predikanten in Boedapest waren aanvankelijk contactpersoon. Dat heeft niet al te lang geduurd. De twee vertrouwden elkaar niet meer. De één deed zich voor als een Martin Luther King. De ander, ds. Bán Joseph, vertrouwde het niet en voelde de grond te heet onder de voeten worden. Hij week in het geheim uit naar het Westen. Onvergetelijk was het moment dat hij direct na zijn vlucht plotseling voor ons stond in de bomvolle kerk in Interlaken, waar hij wist dat wij waren tijdens de vakantiekerkdiensten bij ds. Jan C. Remijn. We bezochten ’s maandagsmorgens diens pastorie in Interlaken, waarna ds. Remijn een plaats voor hem wist te regelen in Zürich. Pas na de Wende is de Hongaarse predikant naar Boedapest teruggekeerd. Tijdens een verblijf in Boedapest bezocht ik samen met J.H. Mouissie (Bussum) zo voorzichtig mogelijk, heel laat op de avond nog een keer de ouders van Ban Joseph, in hun woning in een stikdonkere achterafstraat.
Wie nu Boedapest bezoekt – na de Wende binnen tien jaar een westers ogende stad – kan zich nauwelijks meer voorstellen hoe luguber de stad zich voordeed, toen de communisten er nog aan het bewind waren; slechts vier merken auto’s op straat, de Lada, Trabant, Skoda en Wartburg.
Nadat beide genoemde predikanten niet meer als contactpersonen konden dienen, hebben ds. Harkai Ferenc, onze betreurde vroeg overleden vriend uit Erdliget, en ds. Oliver Czöveck uit Veczes jarenlang als contactpersoon gefungeerd. De stichting is hun veel dank verschuldigd voor wat zij in het werk ten behoeve van de broeders en zusters in de Hongaars sprekende gebieden hebben mogen betekenen.

Wederkerig
Was er in die jaren sprake van ‘hulpverlening’? In zekere zin natuurlijk wel. Geld en middelen werden verstrekt voor de eerste levensbehoeften, lectuur werd gegeven voor geestelijke ondersteuning, vooral Bijbels en zondagsschoolmateriaal. Maar we leerden al spoedig dat er wederkerig gaven mochten worden gedeeld. Wij hadden geld, zij hadden tijd, waren gastvrij, gaven aandacht, stimuleerden geestelijk. Bovendien wisten ze van hun armoede mee te delen. Tijdens het bovenvermelde bezoek van dhr. De Boo en mij aan Roemenië vielen we op zondag onverwacht bij een dominee zo’n twintig kilometer buiten Cluj binnen, bij wie we de kerkdienst hadden meegemaakt. Hij voorzag in zijn levensbehoeften, doordat hij een autowerkplaatsje runde en een flinke moestuin. Direct slachtte hij een kip en enige tijd later zaten we aan een onvergetelijke ‘eenvoudige doch voedzame maaltijd’. En waar men ook kwam, altijd wel was er een slaapplaats.
Gaven zijn niet alleen financieel van aard. Geestelijke gaven mochten worden gedeeld en immateriële gaven binnen het gewone sociale leven. Daarom is in dit internationale werk de uitdrukking van kracht geworden: ‘samen delen wat voorhanden is’; samen delen wat ieder uit Gods hand ontvangen heeft, materiële en niet-materiële gaven.

Nieuwe wegen
Zo heeft de Stichting Hulp Oost-Europa dertig jaar lang gaven mogen delen met christenen achter het IJzeren Gordijn. Na de ommekeer rondom 1990 moesten (mochten) nieuwe wegen worden gezocht in het werk in Oost-Europa. Een belangrijke taak vandaag is de kerk aldaar te helpen in de ontwikkelingen die worden doorgemaakt, nu men zelf weer boeken kan uitgeven, scholen kan onderhouden, universitair werk heeft opgezet, vrijelijk predikanten kan opleiden, missionaire bezinning ter hand neemt, sociaal werk kan doen, kerken kan bouwen, congressen kan organiseren.
De ‘romantiek’ is van de hulpverlening af. Maar de inzet blijft onverminderd van kracht. Bovendien is het ene land ook na de Wende het andere niet. Hongarije heeft zich sneller ontwikkeld dan Roemenië, laat staan de Oekraïne. De Stichting Hulp Oost-Europa blijft een onmisbare schakel tussen daar en hier. De viering van het dertigjarig bestaan moge voor de gemeenten een extra impuls vormen om het werk te ondersteunen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Roeping tot delen bleef

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's