BOEKBESPREKINGEN
J. L. van der Pauw: Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog. Uitg. Boom, Rotterdam; 956 blz.; € 49,50. B.J. van Wijk: De bijbelse geschiedenis aan onze kinderen verteld, deel 3. Uitg. De Banier, Utrecht; 68 blz.; € 10,00.
J.L. van der Pauw:
Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog.
Uitg. Boom, Rotterdam; 956 blz.; € 49,50.
In opdracht van de gemeente Rotterdam werd vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw gewerkt aan een nieuwe, eigentijdse geschiedschrijving van de Maasstad vanaf haar ontstaan tot vandaag. In 1999 verscheen het eerste deel, over de periode tot 1813: Stad in aanwas. Het tweede deel Stad van formaat nadert zijn voltooiing. In deze opzet zou de periode van de Tweede Wereldoorlog een te beperkte ruimte krijgen.
Gegeven het feit ‘dat het bombardement op 14 mei 1940 de geschiedenis van onze stad een dramatische wending heeft gegeven’, besloot de gemeenteraad tot een aparte beschrijving van de oorlogsperiode. De historicus Van der Pauw heeft dit werk geklaard, hetgeen resulteerde in een kolossaal boek (950 blz.!). In twee delen, die vanwege het totale gewicht van dit boek (3 kg) beter in twee banden met kartomslag hadden kunnen worden uitgegeven, worden de gebeurtenissen in resp. de jaren 1940 tot 1942 en 1943 tot 1945 minutieus beschreven. Nadat Rotterdam aan de vooravond van de oorlogsjaren de revue is gepasseerd, volgen in overzichtelijke hoofdstukken onder andere ‘de meidagen van 1940’, ‘de eerste weken na de capitulatie’, ‘de wederopbouw’ (in 1942), ‘de Arbeitseinzatz’, ‘de opkomst van de grote verzetsorganisaties’, ‘de hongerwinter’ en de ‘meidagen van 1945’.
Wie in Rotterdam of, als ondergetekende, onder de rook van Rotterdam is opgegroeid, ziet alleen al in de grote hoeveelheid fotomateriaal bekende beelden voorbijkomen: het bombardement op 14 mei 1940 (ik aanschouwde het vanuit de verte op de arm van mijn moeder), de brandende gebouwen, de vernielde stad, waaronder de Laurenskerk, waarvan alleen de toren restte, de marcherende Duitse troepen, de V1’s met hun verwoestende uitwerking, de razzia’s, de jodendeportaties, de gruwelijke beelden van de hongerwinter 1940/1945, toen mensen op straat stierven, de voedseltochten in de omliggende dorpen, het schillen van suikerbieten voor de soep of voor de bietenkoeken, de Dolle Dinsdag, toen men de bevrijding nabij waande, de represailles die daarvan het gevolg waren; maar ook de intocht van de bevrijders, de voedseldroppings met het wittebrood uit Zweden. Men kan zich nauwelijks voorstellen dat het nog slechts ruim zestig jaar geleden is dat dit alles plaatsvond en de nood tot aan de lippen was gestegen. De schrijver laat in zijn tekst op boeiende, voor een breed lezerspubliek toegankelijke wijze de gebeurtenissen de revue passeren. Over de opkomst en de macht van de NSB. Over burgemeester Oud, die plaats moest maken voor de ‘burgemeester in oorlogstijd’, de heer Müller.
Oud werd op 7 mei 1945 in zijn ambt hersteld, Müller kreeg tien jaar gevangenisstraf met ontzetting voor het leven uit het actief en passief kiesrecht; een voor die tijd milde straf, waarbij rekening werd gehouden met de inzet van deze burgemeester voor de bevolking gedurende de hongerwinter. Hij werd overigens al in 1950 vrijgelaten. De auteur betwijfelt intussen of Oud, wanneer hij zou zijn aangebleven, bij de nazi’s meer had kunnen bereiken voor de bevolking dan deze foute burgemeester. De ‘kwade genius’ achter de burgemeester was ex-wethouder Dijkhuis. Hij kreeg uiteindelijk vijftien jaar met ontzetting uit beide kiesrechten. In hoger beroep werd de straf teruggebracht tot tien jaar. Ook hij kwam al in 1951 vrij. De ‘beruchte verrader’ Van der Waals, die verantwoordelijk was voor de dood van tientallen personen, werd ter dood veroordeeld en op 26 januari 1950 gefusilleerd. In de nacht voor zijn executie kwam hij tot schuldbelijdenis.
Zijn laatste woorden sprak hij tot ‘de dominee’ (waarom de naam niet genoemd?), die hem begeleidde naar de plaats van de executie: ‘Ik wil u nog zeggen dat ik een heel slecht mens ben geweest. Ik heb u gisteravond gezegd dat ik de doodstraf een te zware straf vind. Wilt u straks aan mr. Van Doorn zeggen dat ik nu inzie dat ik de doodstraf heb verdiend?’
Een dergelijk omvattend boek valt slechts aanduidenderwijze te typeren. De auteur besluit zijn boek met de constatering dat de Rotterdamse bevolking de oorlogsjaren taai heeft doorstaan. De bevolking wist ook in de moeilijkste momenten ‘fatsoen en moraliteit’ te behouden. ‘Schaduwzijden waren er echter ook, zoals de veelvuldige en aanzienlijke plunderingen na bombardementen en het omvangrijke verraad van ondergedoken mannen na de razzia van 1944.’ De schrijver wil niet onvermeld laten dat Rotterdammers, die buurtgenoten hebben beroofd en verraden, het blazoen van Rotterdam ‘lelijk hebben besmeurd’.
Het boek bevat 80 pagina’s noten, 25 pagina’s ‘affiches en documenten’ en 60 pagina’s bijlagen, waaronder portretten van drie ‘dagboekschrijvers’ uit die jaren, te weten dr. H. Mees, dr. F.A. de Graaff en H. Diemer, die van 1912 tot 1946 directeur en hoofdredacteur van dagblad De Rotterdammer is geweest. Van tijd tot tijd komt ook de (rol van de) kerk ter sprake. De schrijver spreekt van ‘de aanzienlijke betekenis’ van (ook) het verzet van de kerken.
Neem en lees! Aangename lectuur? Zo kan het niet heten bij zoveel gruwelverhalen. Nochtans een boek waarin men juist vanwege de adequate beschrijving ervan helemaal verzonken raakt. Daarvoor behoeft men niet in Rotterdam te wonen of te hebben gewoond.
J. van der Graaf, Huizen
B.J. van Wijk:
De bijbelse geschiedenis aan onze kinderen verteld, deel 3.
Uitg. De Banier, Utrecht; 68 blz.; € 10,00.
Opnieuw is een deel verschenen van de bewerking van de kinderbijbel van Van Wijk uit 1948. De uitgave kwam tot stand in samenwerking met de John Bunyan Stichting. In dit derde van de acht delen staan 23 verhalen die kunnen worden voorgelezen of zelf gelezen. De verhalen behandelen de periode van de doortocht van Israël door de Schelfzee tot en met de geschiedenis van Boaz en Ruth. Elk verhaal eindigt met het noemen van enkele Schriftgedeelten, een Psalm om te zingen en gespreksvragen, waarbij rekening is gehouden met verschillende leeftijden van de kinderen. De illustraties, meest gekleurd, zijn van Adri Burghout. In deze bewerking is de archaïsche taal van 1948 aangepast. Ook zijn verkortingen en hier en daar herschikkingen aangebracht. Aan het eind van elk verhaal wordt een toepassing gemaakt naar het persoonlijke geloofsleven. Bijvoorbeeld bij Jericho en Rachab: ‘De Heere laat zien dat Hij ook uit de heidenen Zijn volk kiest. Hoor jij al bij Gods volk? Ook nu bekeert de Heere nog mensen! Vraag daar veel om.’ (p.33) Achterin het boek vindt men de antwoorden op de gespreksvragen.
W. Verboom, Waddinxveen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's