BRIEFWISSELING
Beste Maria,
Natuurlijk heeft u gelijk dat de gesignaleerde manco’s in het geloof van de jongeren niet alleen te maken hebben met de veranderde leefwereld, maar ook met de prediking in de kerk. Overigens heeft ook de prediking in de kerk alles te maken met de tijd waarin we leven. De predikanten, u en ik, we zijn allemaal ‘modern’.
Maar nu de prediking. Als degelijke dominee zou ik u natuurlijk graag willen bijvallen dat het ontdekkende werk van de Heilige Geest onderbelicht wordt in de prediking. Maar ik val u toch niet zonder meer bij met een standaard antwoord. Daar zou u niks aan hebben.
Ik wil toch nog een keer verwijzen naar het moderne, ik-gerichte levensklimaat waarin jongeren en wijzelf leven. Het vervelende is dat de prediking, maar ook de opvattingen van serieuze mensen zoals u, ook zo beïnvloed zijn door dat ikgerichte levensklimaat. Zonder u persoonlijk aan te vallen, wil ik dat bewijzen uit een opmerking die u zelf maakt. U spreekt namelijk over het ontdekkende werk van de Heilige Geest. Dat is met alle respect al vrij modern uitgedrukt. De Reformatie drukt zich, als het gaat over de ontdekking van zonde, veel minder ik-gericht uit. De kennis van de zonde komt niet uit de Heilige Geest, maar uit de Wet (Zondag 2). Dat maakt behoorlijk verschil. Wanneer ik tegen een jongere zeg: ‘Jij moet nodig eens ontdekt worden door de Heilige Geest’, dan verwijs ik hem in wezen naar zichzelf. Hij moet dan gaan kijken of er al dan niet Geesteswerking aanwezig is in zijn binnenste. En of hij bij zijn zonde wel genoeg en het juiste gevoel heeft. Maar prediking is: ‘Gods Woord (in Wet en Evangelie) zegt dít: Mens, je bent een schepsel, én een zondaar, en je hebt nu te horen naar Wet en Evangelie’. En dan doet Gods Woord zijn werk. Dan is door de Wet de kennis van de zonde en door het Evangelie de kennis van de genade. Luther zegt ergens: ‘Iedereen in de wereld roept Geest, Geest, Geest; ik daarentegen roep Woord, Woord, Woord.’
Nog een tweede antwoord heb ik op het hart. Het is binnenkort weer reformatieherdenking. De grote her-ontdekking van Luther was dat de grondslag van de Kerk is ‘de rechtvaardiging van de goddeloze’. De vragen in uw brief komen eigenlijk neer op de vraag: Krijgt dat ‘goddeloze’ wel genoeg aandacht in de prediking? Wanneer dat niet het geval is, dan vervalt een kerk of gemeente tot een club van brave burgers en nette gelovigen. Overigens kun je dan zowel een evangelische pet als een bevindelijke hoed op hebben. Het is zo modern om van de grondslag van de Kerk te maken: de rechtvaardiging van de vrome, bevindelijke, gelovige, reformatorische, evangelische enz. mens. Persoonlijk vind ik, eerlijk gezegd, een andere vraag nog veel klemmender: Krijgt die rechtvaardiging wel de goede en nodige aandacht in de prediking? Ik ben wel eens bang dat er bij alle aandacht voor bevinding, psychologie, gevoel en ( ja ook) de Heilige Geest, te weinig aandacht is voor Christus. En daarmee is de rechtvaardiging ook verdwenen.
Met hartelijke groet, uw predikant
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's