Brug tussen vrijzinnig en orthodox
Dissertatie behandelt debat over verzoening
Mevr. Guda Borger-Koetsier heeft in haar proefschrift 'Verzoening tussen God en mens in Christus' de discussie in de twintigste eeuw over de verzoening in kaart gebracht.
Na de Tweede Wereldoorlog is er verschillende keren een intensief debat gevoerd over de verzoening. Kort na de oorlog was de confessionele theoloog A F.N. Lekkerkerker in gesprek met de hoogleraren Korff en Brouwer. In 1959 zorgde het geruchtmakende artikel van prof. P. Smits over de plaatsvervanging voor veel commotie die uiteindelijk leidde tot een herderlijke brief van de Synode van de Hervormde Kerk. Binnen de Gereformeerde Kerken was het de Amsterdamse studentenpredikant Herman Wiersinga, die in 1971 in zijn proefschrift een effectieve verzoeningsleer bepleitte, gericht op verzoening als verandering. In de jaren tachtig en negentig waren het C.J. den Heyer en H.M. Kuitert wier uitspraken voor veel onrust zorgden. Dat de discussies vaak fel en emotioneel waren is geen wonder. We raken hier immers aan het hart van de prediking als bediening van de verzoening met God (2 Kor. 5:10-21). De hele theologie komt daarbij in beweging, maar vooral ons spreken over God, over de Persoon en het werk van Jezus Christus en over de Heilige Geest.
Verzet
Het verzet richtte zich vooral tegen de orthodoxe verzoeningsleer, zoals die in de gereformeerde belijdenisgeschriften naar voren kwam: verzoening door voldoening aan Gods gerechtigheid, het stillen van de toorn van God, het plaatsbekledend lijden en sterven van Christus. Die vragen werden niet alleen in de twintigste eeuw gesteld. De leer van de verzoening door voldoening van de middeleeuwse theoloog Anselmus stuitte in zijn tijd al op bezwaren van de kant van Abaelardus, bezwaren die ook in de zestiende eeuw verwoord werden en met name sinds de Verlichting en de opkomst van de moderne theologie in de negentiende eeuw steeds weer hoorbaar werden. Niet zelden sprak men smalend van de ‘bloedtheologie’ en verweet men de orthodoxie een heidens spreken over God, waarbij God door de genoegdoening eerst tot liefde bewogen moest worden. Ergerniswekkend vonden anderen de gedachte dat een Ander je schuld zou kunnen overnemen.
Toch heeft het klassieke belijden aangaande Christus’ verzoenend lijden en sterven altijd weer verdedigers gevonden. We denken aan de prediking van Kohlbrugge en Gunning wat betreft de negentiende eeuw, aan Bavinck en Berkouwer in de twintigste eeuw.
Guda Borger-Koetsier heeft in haar proefschrift, dat zij in juni van dit jaar verdedigde aan de Vrije Universiteit, de discussie in kaart gebracht. Zij bespreekt een groot aantal theologen die in de twintigste eeuw over de verzoening geschreven hebben, niet alleen van protestantse, maar ook van rooms-katholieke zijde. Zo wordt er veel aandacht geschonken aan de Nijmeegse dogmaticus Edward Schillebeeckx, die in de jaren zeventig en tachtig een trilogie publiceerde over Jezus van Nazareth. Ook de eeuwen daarvoor komen in beeld, met name de posities van Anselmus en Abaelardus, alsmede Baur en Ritschl, twee theologen uit de negentiende eeuw die in hun tijd zowel op het terrein van het Nieuwe Testament als de dogmatiek veel invloed hadden. Een manco is wel dat de Reformatie en met name ook de belijdenisgeschriften uit die tijd nauwelijks behandeld worden. Uit de eerste helft van de twintigste eeuw komen Bavinck, Heering, Korff en Noordmans ter sprake.
Informatief
Wie in zo’n 250 bladzijden een zo groot terrein moet overzien, moet keuzes maken. Ook mevr. Borger doet dat. De besproken theologen worden bevraagd op de samenhang tussen de verzoeningsleer en de leer aangaande schepping en zonde en de vraag hoe ze in hun denken en spreken over de verzoening het Oude Testament ter sprake brengen. Terecht wijst ze er op dat de nieuwtestamentische teksten over het werk van Christus teruggaan op het Oude Testament. Al komt er veel exegetisch materiaal ter sprake, haar theologie-historisch uitgangspunt brengt met zich mee dat de verschillende exegetische standpunten niet kritisch geanalyseerd worden.
In hoofdstuk 8 probeert de auteur de lijnen samen te brengen en geeft ze aan wat naar haar oordeel van belang is in het Oude en Nieuwe Testament met het oog op de relatie tussen God en mens een bijbels verantwoord spreken over verzoening.
Het is intussen geen geringe opgave die zij zich gesteld heeft. Je moet het hele veld overzien en bovendien in kort bestek de essentie van de besproken dogmatici naar voren halen. Ik heb grote bewondering voor de belezenheid van de auteur, waarvan een uitgebreide literatuurlijst getuigt. Jammer is wel dat een blad als Theologia Reformata waar de afgelopen jaren meermalen over de verzoening geschreven is, aan haar aandacht ontgaan is.
Niettemin is het een boek dat bijzonder veel informatie verschaft ten aanzien van de geschiedenis van de theologie op dit punt in de twintigste eeuw, waarvan ieder die zich op dit punt wil oriënteren, dankbaar gebruik zal kunnen maken. De aard van deze bespreking staat niet toe op alle details in te gaan. Uiteraard leest ieder de genoemde theologen weer door zijn of haar eigen bril. Zo vraag ik me bijvoorbeeld af of mevr. Borger helemaal recht doet aan wat prof. A. van de Beek ten diepste wil en bedoelt in zijn spreken over God en Jezus. En om nog een klein detail te noemen: dat Van Ruler zich eigenlijk niet gemengd heeft in de discussies van zijn dagen, lijkt me niet juist. In de bespreking op de synode van het rapport over de verzoening heeft hij als kerkelijk hoogleraar een belangrijke rol gehad.
Reformatorische traditie
Wat haar eigen positie betreft, de indruk bestaat dat dr. Borger de tegenstelling tussen vrijzinnig en orthodox probeert te overstijgen. Toch merk je uit heel haar boek dat zij wil staan in de reformatorische traditie. Zo schrijft ze op blz. 299 dat de Bijbel voor haar een door de Geest van God geïnspireerd boek is en dat de rede niet aanvaard kan worden als norm voor wat in het geloof kan worden bepaald. ‘Hoe feilbaar het menselijk interpretatieproces van de Schrift ook is, voor een belijdend spreken is de christelijke kerk aangewezen op wat God van zichzelf heeft geopenbaard.’ (blz. 300) Dat is ten aanzien van het modernisme van Smits, maar ook van Kuitert een heldere positiebepaling. De centrale betekenis en het unieke van Christus heilswerk wordt door haar voluit beleden. Dat vermeld ik met dankbaarheid en instemming.
Vragen
Toch heb ik ook vragen bij haar boek. Zo bevreemdt het me dat zij, gelet op haar kijk op de Bijbel, tamelijk onkritisch staat tegenover Schillebeeckx’ visie op de historische Jezus. Wat bedoel je, als je zegt dat het in de evangeliën gaat om noties die hun wortel hebben in het concrete optreden van Jezus? Maak je jezelf dan niet kwetsbaar tegenover iemand als Den Heyer? Ik zou ook door willen praten over de vraag naar de relatie tussen God en Jezus in het gebeuren van de verzoening. Ik vind het te loven, als de auteur aandacht geeft aan het leven van Jezus en het verzet dat Zijn optreden opriep. De dood van Jezus kan van Zijn levensweg niet losgemaakt worden. Maar is Jezus’ lijden primair te zien als het lijden van een slachtoffer, een door mensen verworpene? Hoe zit het dan met het handelen van God in dit gebeuren en hoe zijn de teksten te verstaan die spreken over het moeten van Jezus’ lijden en sterven? Voor mijn gevoel zwakt mevr. Borger deze teksten toch wat af. Ik zou er aan willen vasthouden dat het hier wel degelijk ook gaat om een moeten gebeuren van Godswege – de volvoering van zijn heilsplan – zonder dat dit de ernst van de verwerping van de kant van mensen uitsluit. Ook over de noties als offer en plaatsvervanging zou ik meer willen zeggen dat door dr. Borger gedaan wordt, als het gaat om Jesaja 53. Het gaat in dit hoofdstuk om meer dan om een verandering van inzicht bij de mensen. Zeker dat spreekt ook mee, maar breek je toch de spits van het reformatorisch belijden inzake de verzoening niet af, als je zegt dat het uiteindelijke doel van het optreden van Jezus gericht was op de verandering van mensen (p. 291).
Bijbeluitleg
Ik heb ook wat moeite met de wijze waarop dr. Borger over de relatie tussen exegese en dogmatiek spreekt. Ze is – terecht – vuurbang voor speculatie die theologen op wegen voert waarin de Schrift nauwelijks meer klinkt. Maar heeft de dogmaticus naast de exegeet toch niet een eigen taak? Die taak behelst nog iets meer dan het met elkaar in verband brengen van de verschillende bijbelse teksten. Dat behoort tot het specifieke van de bijbelse theologie. In de dogmatische bezinning gaat het ook om de denkende reflectie, waarbij de Schrift, maar ook de dogmatische traditie een plek heeft. Dat betekent dat ik nog niet direct geneigd ben om Berkouwer in zijn spreken over verzoening te betichten van dogmatisch exegese. Bijbeluitleg is nooit zonder vooronderstellingen. Ook bij de door haar doorgaans met instemming geciteerde Schillebeeckx zijn de vooronderstellingen inzake de vertolking van de Schrift met handen te tasten. Ik volsta met deze enkele punten, maar wil niet eindigen zonder dr. Borger van harte geluk te wensen met de verschijning van haar proefschrift. Ergens merkt ze op dat het er haar om te doen is in het in het huidige tijdsgewricht de boodschap van het evangelie duidelijker dan vaak gebeurd is, te kunnen verwoorden. Dat betekent dat zij met haar boek de prediking en de gemeente wil dienen en dat verdient grote waardering.
N.a.v. Dr. Guda H. Borger-Koetsier:
Verzoening tussen God en mens in Christus. Theologiehistorisch onderzoek naar de opvattingen in het twintigste-eeuwse Nederland.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 336 blz.; € 29,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's