Bevoegdheid van God
VOLMACHT IN DE PREDIKING [ 1 ]
Tijdens de laatstgehouden ontmoetingsdag voor studenten in de theologie sprak ds. J.C. Schuurman over de volmacht in de prediking. In enkele afleveringen plaatsen we deze inleiding.
Dit thema raakt het hart van de prediking. De volmacht is het wezenskenmerk van de prediking. Wat de prediking tot prediking maakt, is de volmacht. Omgekeerd: als de prediking haar volmacht verliest, houdt de prediking op prediking te zijn. Althans prediking naar Gods bedoeling, prediking op het niveau van de Schrift. Zonder volmacht verwordt de prediking tot een causerie (die al dan niet onderhoudend en boeiend is).
Deze enkele zinnen willen aangeven dat we ons richten op een van de kernzaken rond de prediking. En het is uiterst belangrijk dat we ons voortdurend bezinnen op de volmacht. Niet alleen in je studententijd, maar ook als je al jaren zondag aan zondag preekt.
Bezinning blijft nodig op de vraag wát volmacht is. En ook op de vraag hóe het in de prediking werkelijk tot volmacht komt. Dat zijn vragen waar we in de praktijk van de prediking ons leven lang aandacht aan hebben te geven. We hebben er ook onze handen vol aan (als het goed is). Die bezinning is nodig om met vreugde en vrijmoedigheid het Woord van God te kunnen bedienen.
Wat volmacht is
Wat ís volmacht? Volmacht wordt in het grote woordenboek van Van Dale omschreven als de ‘uitgedrukte of stilzwijgende overeenkomst waarbij iemand aan een ander de macht geeft of de last opdraagt om een zaak voor hem en in zijn naam te verrichten’.
Volmacht heeft dus te maken met een opdracht. In opdracht van een ander wordt een bepaalde taak verricht. Tevens wordt de bevoegdheid verleend om die taak namens hem uit te voeren. Er zijn allerlei voorbeelden te geven van volmachtverlening. Als je tijdens verkiezingen geen gelegenheid hebt om persoonlijk je stem uit te brengen, kun je een ander daartoe machtigen. Die stemt namens jou, maar dan wel zoals jíj zelf zou stemmen. Zo kan een kerkenraad of de synode het moderamen machtigen om bepaalde zaken af te handelen. Uiteraard dient er naderhand wel verantwoording te worden afgelegd van de gevolgde handelwijze. In ieder geval maken deze voorbeelden duidelijk dat volmacht te maken heeft met het ontvangen van bevoegdheid.
Nu, dat is ook van toepassing op de volmacht in de prediking. We spreken uit Naam van God. Dat is een machtig wonder. Om Zich verstaanbaar te maken in deze wereld, maakt de eeuwige en de heilige God gebruik van kleine, zondige mensen. Hoe is het mogelijk dat Hij via ons gehoord wil worden. Ik hoop dat wij allen iets van dit wonder aanvoelen. God machtigt mensen – dat roept een enorme spanning op. En dat moet ook een spanning blíjven. Laat het nooit een zaak van gewenning voor ons worden dat God Zich van mensen, ja van óns, van míj bedient. Het is nodig dat ik iets van de huiver ken dat de Heere mijn mond tot de Zijne wil maken. Daar wen je toch nooit aan!
Afhankelijkheid
Het is geen wonder dat Paulus ergens uitroept: ‘Wie is tot deze dingen bekwaam?’ Gelukkig is er ook een antwoord op deze vraag: ‘Onze bekwaamheid is uit God!’ (2 Kor. 2:16 en 3:5). Wee ons als het de gewoonste zaak van het predikant-zijn wordt dat de levende God door ons spreekt! Dan krijgt de prediking iets routinematigs, en het besef van het gewicht van de prediking vlakt af. Het wordt niet meer als een spanning ervaren om woordvoerder van de Allerhoogste te zijn. Nu, dan wordt het hoog tijd dat het alarm gaat rinkelen. Want we zijn wel bezig om de volmacht te verspelen. Er kan alleen sprake zijn van volmacht als we ons realiseren namens Wie we spreken.
Hier ligt ook een belangrijk verschil tussen de voorbeelden van volmacht die ik zojuist noemde en de volmacht in de prediking. Als het moderamen van de synode gemachtigd wordt, heeft het een zekere zelfstandigheid om naar bevind van zaken te handelen. Dat kan moeilijk anders – de leden van de synode die de machtiging hebben verstrekt, zijn er zelf niet bij. Maar dat ligt in de prediking anders. Volmacht vraagt om volstrekte afhankelijkheid in het besef voor God te staan. Paulus schrijft in 2 Korinthe 2:17 dat wij spreken ‘in de tegenwoordigheid van God’. Volmacht is slechts mogelijk als de Heere er Zelf bij is, door de Heilige Geest Die ons spreken doorgloeit. De prediking is ‘vol macht’ als ze ‘vol Geest’ is. Kortom: volmacht is ten diepste vol Geest.
Prediking als Woord Gods
Een bekend woord van de reformator Bullinger uit de Tweede Helvetische Confessie is: ‘De prediking van het Woord van God ís het Woord van God’. Dat is een stevige uitspraak. Een groot woord (C. Trimp). Wij hebben de neiging om hierop het een en ander af te dingen. Kan en mag de prediking gelijk gesteld worden aan het spreken van God Zelf? De prediking is toch feilbaar. We kunnen ons vergissen in de exegese van een tekst. Soms slaan we de plank finaal mis, en kan het gebeuren dat je later over dezelfde tekst nogmaals, maar dan wel heel anders preekt. Je zat er de eerste keer gewoon naast.
Zo kunnen we ook met eigen inzichten komen. Bovendien is elke prediker beperkt, als het gaat om het verstaan van de Schrift. Wie is bij machte om het hele heil uit te zeggen? Dingen worden soms ook ongelukkig of krom verwoord. Daarom kunnen we de nodige moeite hebben met die uitspraak van Bullinger waarin de prediking wordt geïdentificeerd met het Woord. ‘De prediking van het Woord van God ís het Woord van God.’ Zeker in onze tijd roept zo’n stellige uitspraak weerstand op. Wat verbeeldt een prediker zich wel!? Wat hij naar voren brengt, zijn niet meer dan zíjn gedachten over God. En daar kun je het mee eens zijn of niet mee eens. Maar dat je voor de prediking moet buigen, omdat het een boodschap van de andere kant is, dat besef is bij velen (ook binnen de kerk) weg. Dat de prediking het Woord van God ís – dat staat haaks op het levensgevoel van nu.
Toch zullen we in het licht van de Schrift die uitspraak van Bullinger moeten vasthouden. Uiteraard wordt niet bedoeld dat de prediking onfeilbaar is. De volmaakte preek is nog nooit gehouden. Of het zou die korte kerstpreek van de engel uit Lukas 2 moeten zijn (en andere preken door engelen gehouden). Onze verkondiging is voor een groot deel mensenwerk (met alle beperkingen die daaraan verbonden en daarmee gegeven zijn). En toch maakt God er gebruik van.
In zijn boek En toch preken schrijft H. Jonker dat God Zich in de kerkdienst openbaart in menselijke woorden. ‘Achter de prediker staat de sprekende God, door de verkondiging heen voltrekt zich het geheimenis van de dynamische arbeid van het scheppende en verlossende Woord. Willen wij de kerkdienst vanwege al onze gebrekkigheden daarom minder hoog kwalificeren, dan doen wij tegelijk tekort aan de volmacht en de soevereiniteit van het Woord Gods.’ Opvallend dat Jonker nadrukkelijk de volmacht noemt. De volmacht in de prediking hangt ten nauwste samen met de belijdenis dat God Zelf spreekt via mensen. Het wordt door Jonker een geheimenis genoemd. Dat ís het! Maar wel een onopgeefbaar geheimenis om het eigene van de prediking te bewaren. God spreekt! Dat is geen automatisme. Maar Hij spreekt wel in en door de verkondiging.
Schriftgegevens
We vinden dat terug op tal van plaatsen in de Schrift. Ik noem enkele gegevens. In het Oude Testament klinkt uit de mond van profeten het ‘alzo spreekt de Heere’. De aarzelende Jeremia krijgt te horen dat God Zíjn woorden in zijn mond geeft. In het Nieuwe Testament zegt Jezus tegen Zijn discipelen: ‘Wie u hoort, hoort Mij; wie u verwerpt, verwerpt Mij!’ (Luk. 10:16). En wie denkt niet aan Jezus’ woorden over het binden en ontbinden. Nauw daarmee verweven is de sleutelmacht die aan Petrus en zijn medebroeders wordt toevertrouwd (Matth. 16:19). Het is bijzonder aangrijpend als we Jezus horen zeggen: ‘Zo wat gij binden zult op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn!’
Na Zijn opstanding laat Christus Zijn volgelingen weten dat het hierbij om de vergeving van de zonden gaat (Joh. 20:23). ‘Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zij gehouden!’ In zondag 31 van de Catechismus (over de sleutels van het hemelrijk) wordt deze notie van de vergeving sterk benadrukt. Dáár draait het om. Wie de verkondigde belofte van het evangelie aanneemt, heeft vergeving. Maar wie zich niet bekeert, blijft onder Gods toorn. Er gaan in de prediking deuren open en dicht. Dienaren van het evangelie zijn ‘deurwachters’, aldus Calvijn.
Overigens wijst Calvijn er op (zowel in zijn uitleg op Matth. 16 als op Joh. 20) dat het binden iets bijkomstigs is. De nadruk ligt op het openen van het Koninkrijk. Dat is Gods liefste werk.
Dat proeven we ook in dat geladen hoofdstuk van Paulus over de dienst van de verzoening (2 Kor. 5). ‘Zo zijn wij dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bade: (…) laat u met God verzoenen’. Er wordt een hartstochtelijk appèl op de gemeente gedaan. En hoe komt Paulus aan die hartstocht? Die heeft hij van God. En om nog één belangrijk schriftwoord te noemen: 1 Thessalonicenzen 2:13. Paulus dankt God dat de Thessalonicenzen de prediking ontvangen en aangenomen hebben. En dan zegt hij letterlijk: ‘Niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord’. Deze tekst wordt ook aangehaald in het bevestigingsformulier van predikanten. En terecht! Als het om bijbelse gegevens gaat, kunnen we ten slotte ook denken aan de grondwoorden die voor de prediking worden gebruikt. Ik noem alleen het Griekse kèrussein dat het werk van een heraut aanduidt. Zoals bekend treedt een heraut namens de koning op en spreekt hij met gezag, ja met volmacht. Dat geldt ook voor de dienaren van Koning Jezus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2006
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 2006
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's