De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Religie als aaibaarheidsfactor

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Religie als aaibaarheidsfactor

8 minuten leestijd

De term ‘aaibaarheidsfactor’ is ooit door de schrijver Rudy Kousbroek bedacht. Hij wilde met die uitdrukking aangeven in welke mate dieren aardig gevonden worden door mensen. Hoe aardiger wij een dier vinden, des te eerder willen we het aaien en des te hoger schatten wij het in. Mij is opgevallen dat dit woord ook steeds meer toegepast wordt op de mate waarin mens en dier zich blij laten maken. In onze tijd lijkt religie in zijn vele verschijningsvormen mensen geluk te brengen. Om het in de termen die je vandaag nogal eens hoort te zeggen: mensen voelen er zich prettig bij en het geeft ze een goed gevoel. Religie als aaibaarheidsfactor.

In het Nederlands Dagblad (14 oktober) stond een uitvoerig gesprek te lezen van Willem Bouwman met mevr. Birgit Meyer. Ze is hoogleraar culturele antropologie aan de Vrije Universiteit. Ik citeer: ‘Ze doet onderzoek naar religie, vooral naar de pinksterbeweging in West-Afrika. In haar inaugurele rede (van 6 oktober jl.) besprak ze het succes van de pinksterbeweging en brak ze de staf over het vooroordeel dat religie ouderwets en achterhaald zou zijn.’ Het opschrift boven het interview spreekt boekdelen: Veel succes met het geloof. Ik begreep het eerst verkeerd. Ik dacht aan wat wij soms tegen elkaar zeggen: succes er mee! Of veel negatiever nog: succes met je geloof. Als jij er wat in ziet, ik niet. Maar na het lezen van het gesprek begreep ik het beter: geloof of religie is in onze tijd een succes story. Zoals van een goed verkopend boek of een druk bezochte film wordt gezegd: het is een bestseller en een kaskraker.

Prof. Meyer vertelt daarover vanuit ervaringen in Ghana. Ze deed er veldonderzoek en Bouwman vraagt haar:

Wat hebt u geleerd?
Ik doe al bijna twintig jaar onderzoek in Ghana en ben zeer geboeid door wat daar gebeurt. De rol van christelijke religie is er gaandeweg veranderd. Eind jaren tachtig kwam ik voor het eerst in Ghana, toen het nog een eenpartijstaat was onder het bewind van Jerry Rawlings, Kranten, radio en televisie waren in handen van de staat. Veel Ghanezen zijn christelijk, de kerken zaten vol, maar onder Rawlings merkte je daar verder weinig van.
Toen de dictatuur in 1992 verdween, kochten pinkstergroeperingen zendtijd op radio en televisie. In een mum van tijd kreeg de publieke sfeer in Ghana een christelijke geur en kleur. Vooral de pinksterkerken lieten zich gelden op radio, tv en in de film. Ondanks de modernisering nam het publieke belang van godsdienst sterk toe. Dat heeft me aan het denken gezet. Hetzelfde zag ik gebeuren in andere landen in West- Afrika. Zo gauw de dictatuur verdween en de samenleving opener werd, traden religieuze groeperingen op de voorgrond. Jerry Rawlings bezocht pinksterkerken om vergeving te ontvangen voor het bloed dat het vergoten had. Hij liet zich als het ware schoon bidden. In veel Afrikaanse landen zoeken politici toenadering tot pinksterkerken, want die hebben invloed en er zijn veel kiezers te vinden. Het verschijnsel doet zich ook in Brazilië voor.

Hoe verklaart u als antropoloog het succes van de pinksterkerken?
Volgens veel onderzoekers geven pinksterkerken mensen houvast in een kapitalistisch, neo-liberaal systeem, want pinksterkerken maken ontplooiing en modernisering mogelijk. Ik denk dat deze onderzoekers voor een deel gelijk hebben, maar ze zien over het hoofd dat de pinksterbeweging een onderdeel van het systeem is. De pinksterbeweging helpt de mensen in het systeem te functioneren.
In de pinksterkerken wordt gebeden om bescherming tegen boze geesten. Er wordt gebeden om kracht, om sterk te zijn, maar ook om visa en andere middelen waarmee je vooruit kunt komen. Ik zeg niet dat deze gebeden worden verhoord, maar ze prikkelen de drang tot succes, ze helpen de mensen hun dromen waar te maken. De ethiek van de pinksterbeweging sluit aan bij die van het neo-liberalisme. Rook niet, drink niet, pas goed op je centen: wie dat doet, kweekt een mentaliteit die garant staat voor succes in het leven.
De pinksterkerken worden gerund als een onderneming. Pinksterdominees zijn vaak slimme, flamboyante zakenlui die gemakkelijk aanhang werven, waardoor de grenzen tussen business, entertainment en godsdienst gaan vervagen. Macht en godsdienst vloeien in elkaar over
.
Een analyse die ontnuchterend is: zo werkt het dus. Karl Marx zou zeggen: Zie je wel, godsdienst is de opium van het volk. Maar ik denk dat we met die conclusie de pinksterkerken in Ghana niet helemaal recht doen.
Interessant is de kwestie die Bouwman daarna aan de orde stelt:

Zijn er overeenkomsten met de bloei van de evangelische beweging in Nederland?
Wat mij hier opvalt, is de sterke nadruk op emotionaliteit en sensatie. Men wil gevoelens opwekken en ontwikkelt manieren om die gevoelens op te wekken, door spectaculaire evenementen, door de keuze van de muziek. De organisatoren van de EO-Jongerendag bedenken voortdurend nieuwe vormen om mensen te boeien en te binden. De EO-Jongerendag straalt uit dat het christelijk geloof ‘cool’ en flitsend is en dat het niets te maken heeft met de geboden en verboden waarmee het christendom zo vaak geassocieerd is. Bezoekers van de Jongerendag moeten het gevoel krijgen dat ze meedoen en meetellen, dat ze hip zijn en dat geloven ‘in’ is. Dat vind ik een interessante overeenkomst met de pinksterbeweging in Ghana en Latijns-Amerika. Weloverwogen en doelbewust worden er kaders geschapen voor spontane geloofsbeleving.

Wie bedenkt die kaders?
Religieuze leiders benadrukken dat hun ervaringen authentiek en direct zijn en dat ze een rechtstreekse band met God hebben. Maar als je vanaf enige afstand kijkt – en een antropoloog moet dat doen – besef je dat het geloof met anderen gedeeld moet worden. Dat is alleen mogelijk als er vormen zijn waarin de beleving van het goddelijke georganiseerd en gestroomlijnd wordt. Ik spreek van ‘sensational forms’, en dat kunnen beelden en rituelen zijn die religieuze ervaringen opwekken en op elkaar afstemmen.
Die ‘sensational forms’ zijn door de televisie over de hele wereld verspreid. Een televisiedominee kan à la minute op het televisiescherm wonderen verrichten. In Ghana circuleerde een videoband waarop een pinksterdominee een dode tot leven wekte; het dode lichaam was in een doodskist de kerk binnengebracht.

Als Bouwman dan aan prof. Meyer vraagt of ze gelooft dat er ook echt een dode is opgewekt, is haar reactie:
Ik geloof het niet, maar vind het te simpel om te zeggen dat het bedrog is.
Als mensen in een religieuze context over wonderen praten, over goddelijke machten die iets hebben gedaan, ga ik ervan uit dat mensen ook iets hebben gedaan. Ze hebben vormen geschapen waarin het goddelijke zijn kracht manifesteert. Religie bemiddelt tussen het goddelijke en de mensen.
Pinksterdominees die wonderen op televisie verrichten, hanteren zo’n ‘sensational form’ om een bepaalde opvatting van het goddelijke te creëren en om het goddelijke vorm te laten krijgen, in dit geval door een dode tot leven te wekken. Zulke vormen bestaan in alle religies op allerlei manieren. Het is te simpel om de ene manier bedrog te noemen en de andere manier een vorm van authentieke, goddelijke openbaring.

Waar of onwaar is hier niet aan de orde?
Nee, hoewel er scherpe kritiek geleverd is op pinksterdominees die wonderen op televisie verrichten. Critici vonden het bedrog. Maar pinkstergelovigen zeiden dat ze wilden laten zien hoe God werkt en dat ze daarbij moderne media mochten gebruiken, omdat ook de moderne media ondergeschikt zijn aan Gods macht.
Ik heb in Ghana onderzoek gedaan naar videofilms. Bijbelse thema’s spelen daarin een grote rol. Mensen zien wonderen op het scherm, ze zien occulte krachten aan het werk. Eerst wist men niet dat filmmakers computerprogramma’s gebruikten om speciale effecten te creëren. Maar toen men het wel wist, vond men het niet erg en zeker geen onzin. Integendeel, die speciale technieken lieten zien dat duivelse en goddelijke krachten met elkaar in strijd zijn.

Mijn conclusie: media en technologie worden moeiteloos een onderdeel van bemiddelingspraktijken die religieuze ervaringen opwekken en stroomlijnen. Uiteindelijk produceren ze een nieuwe visie op het transcendente of het goddelijke. Media spelen een essentiële rol in religieuze bemiddelingspraktijken. Ze geven het transcendente op een nieuwe manier vorm.

In het dagblad Trouw lees ik vandaag (17 oktober) over een soortgelijke ontwikkeling in Kenia in een gesprek met een bisschop van de grootste pinkstergemeente in de hoofdstad Nairobi. Kenianen willen een God die wérkt, staat erboven. Ik begrijp uit het verhaal van de bisschop dat in de crisistijd van de jaren tachtig in de vorige eeuw veel Kenianen zich massaal afkeerden van de ‘catechetische religie’ en vluchtten ‘in een geloof met de nadruk op tastbare beleving’.
Context en cultuur bepalen nadrukkelijk inhoud en vormgeving van het geloof dat men belijdt. Of het allemaal van de Geest is, is na het lezen van de bijdragen over Ghana en Kenia voor mij geen vraag. Menselijke geest en Heilige Geest lopen duidelijk door elkaar heen. Maar daar hebben wij in onze eigen gereformeerde traditie ook genoeg voorbeelden van.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Religie als aaibaarheidsfactor

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's