Schuil achter het Woord
VOLMACHT IN DE PREDIKING [ 2 ]
In deze tweede bijdrage kijken we naar de praktijk van de prediking. Hoe krijgt de prediking (en dan bedoelen we natuurlijk ónze prediking) volmacht?
Dat gebeurt in ieder geval niet door onszelf. Volmacht máken wij niet. We kunnen in de prediking ontzaglijk veel over God zeggen, maar dat betekent nog niet dat God Zelf aan het woord komt. Ons (s)preken is niet automatisch Gods spreken. Ik kwam een kernachtig woord van Miskotte tegen: ‘Alle woorden óver God samengeperst zijnde, leveren nog niet één woord ván God op!’ Dat is verootmoedigend. Zeker voor dominees (en kandidaten) die menen over de volmacht te kunnen beschikken. Dat leert de Heere ons wel af. Volmacht hebben en krijgen we nooit in onze vingers. Soms zijn er van die diensten dat ‘het’ er is. Ja, wat? Dat is moeilijk onder woorden te brengen. Maar de prediking heeft gloed, en legt beslag. Op de preekstoel word je boven jezelf uitgetild. Je spreekt met gezag. Je staat ook in de vrijheid van de Geest. En voor de gemeente wordt de verkondiging een gebeuren. Er wordt iets ervaren van het wonder dat Gód spreekt. En ondertussen klinkt het verlossende Woord. Er gaan deuren open. Maar helaas ook dicht. En dat kan zelfs gelijktijdig gebeuren. In ieder geval is de verkondiging met kracht!
In onmacht
Dat hebben we zelf niet in handen. Soms verwacht je vanuit de voorbereiding een krachtige prediking. Thuis, op studeerkamer werd je door het tekstwoord meegenomen. Maar op de kansel slaat het Woord voor je beleving dicht. Het komt er niet uit. Dat wil niet zeggen dat zo’n dienst ongezegend blijft. Je eigen beleving is geen maatstaf voor de kracht en de volmacht van de verkondiging. Maar je had er zelf zoveel meer van verwacht. Dan kom je wel eens teleurgesteld, triest en terneergeslagen van de preekstoel. Zulke ervaringen doet elke voorganger op zijn tijd op. En we hebben het nog nodig ook om te leren dat wij de prediking en dus ook de volmacht niet beheersen. Achteraf hebben we het misschien toch te veel zelf willen maken. En daar heeft God een streep door gehaald. Pijnlijk maar nuttig.
Omdat je in deze weg leert sterven aan jezelf. En in het Koninkrijk van God is sterven nodig om vruchtbaar en dienstbaar te zijn. Maar – ook het omgekeerde komt voor. Het wilde van geen kant met het maken van de preek. Met pijn en moeite is er een preek op papier gekomen. Je gaat met lood in je schoenen naar de kerk. Wat moet het worden? Je schaamt je eigenlijk voor je eigen preek, en ook voor jezelf, voor je innerlijke gesteldheid. Moet jíj nou gaan preken? En dan dat wonderlijke dat het Woord in de dienst tot leven komt. Tegen je eigen verwachting in. En er gaat zó’n kracht van uit dat ‘het’ er is. Dat wonderlijke dat God spreekt. En dat de gemeente luistert (want dat is evenzeer een wonder). Ook dan kom je klein de kansel af.
Maar dan klein van verwondering en dankbaarheid. Kortom, volmacht maak je zelf niet. Heeft Paulus niet gezegd dat Gods kracht in zwakheid wordt volbracht? Met een variant op dit woord: volmacht geschiedt in onmacht.
Innerlijke vrijheid
Maar – betekent dit ondertussen dat we er zelf niets aan kunnen doen, en ook hebben te doen? Nee, dat niet! De volmacht in de prediking is wel gebonden aan een aantal voorwaarden. En daarin dragen we als verkondigers een grote verantwoordelijkheid. We staan immers in Gods tegenwoordigheid. Wat is er nodig voor een prediking in volmacht? Allereerst roepingsbesef. De overtuiging gezonden te zijn. Zodat we weten van een Zender Die achter ons staat en namens Wie we spreken. Als verkondigers staan we tussen God en mensen in. En wij hebben al gauw de neiging om op mensen te zien. Op wat zíj willen horen, en op wat zíj van de prediking vinden. Maar het zien op mensen kan ons de volmacht ontnemen. Paulus zegt in 1 Korinthe 4:4: ‘Die mij oordeelt, is de Heere!’ Volmacht vraagt innerlijke, geestelijke vrijheid ten opzichte van mensen. En die vrijheid wordt alleen ontvangen als we op onze Zender zien. Tegen Ezechiël zei de Heere bij zijn roeping: ‘Gij zult Míjn woorden tot hen spreken, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen’ (Ez. 2:7). En dan is het niet altijd een aardige boodschap die goed in het gehoor ligt en goed valt. En dan worden er ook preken gehouden die niet mooi te noemen zijn, omdat de gemeente (wij zelf incluis) wordt geconfronteerd met Gods recht. En vanwege onze zonden worden we in de prediking aangeklaagd. Om dat met volmacht te kunnen doen, is het besef gezonden te zijn onmisbaar.
Levende omgang met de Schrift
Nauw daarmee verbonden is de noodzaak van een leven dichtbij de Heere. Een levende omgang met Christus en met de Schrift. Volmacht komt van boven. Ezechiël moest de boekrol met de te brengen prediking eten. Voordat we spreken, hebben we eerst te luisteren. Preken – en zeker preken in volmacht – begint met horen.
Het Woord van God wil gegeten, in ons opgenomen worden. Zodat we als het ware één met de boodschap worden.
Wanneer krijgt de prediking gloed? Als het Woord door onszelf is heengegaan. Dat is een belangrijke notie met het oog op de volmacht. Dat vraagt dus graven in de Schrift. Daar zullen we tijd voor moeten nemen. Hier ligt ook de prioriteit van dienaren van het Woord. Grondig exegetiseren. En mediteren. Ik las bij Bohren: ‘Als meditatie vreugde wordt, wordt prediking hartstocht!’ En dat is waar. Het is heerlijk als je in de voorbereiding zelf gegrepen wordt door het Woord. Je bent bezig met een tekst, maar op een gegeven moment gaat de tekst met jou bezig. Je wordt door het Woord meegenomen. Dat is altijd weer een verrassende ervaring die ik zelf als een geschenk van de Heilige Geest beleef. En dan moet de boodschap er ook uit! Het Woord drijft je naar de preekstoel. En dan ís er volmacht!
Tijd voor rijping
Hoe meer we leven in de Schriften, hoe meer volmacht. Op de preekstoel staan wij achter de opengeslagen Bijbel. En dat is meer dan symboliek. Dat is nu precies het wezen van de verkondiging. Als het goed is, schuiven we het Woord naar voren. We gaan er zelf wat achter schuil. Maar dat is alleen mogelijk als we eerst het Woord hebben gegeten (zoals Ezechiël moest doen). In een tekst moet je duiken, kopje onder gaan, om vervolgens met de verworvenheden uit het Woord weer óp te duiken. Dan heb je wat te zeggen namens je Zender. Dat geeft aan de prediking gezag en volmacht.
In de praktijk is dat een heel proces. Het Woord moet in ons leven rijpen. Volgens Bohren worden veel preken vierentwintig uur te vroeg gehouden. Meer tijd voor rijping zou de kracht en de diepte van de verkondiging hebben gediend. Volgens Bohren kan de nacht een filter zijn. In ieder geval vraagt de prediking een zorgvuldige omgang met het Woord. De Schrift geeft Zijn geheimen niet zomaar prijs. Prediking in volmacht kost moeite. Het kost ook jezelf. De voorbereiding is maar al te vaak een worsteling. Je komt immers ook weerstanden in je eigen hart tegen. Soms moet je een boodschap gaan brengen die je niet wílt brengen vanwege innerlijk verzet. Wat kan het een strijd geven om eerst zelf te buigen voor wat de Heere zegt. Dan ben je aan het vechten met je preekstof. Maar dat is onvermijdelijk. Om te kunnen preken in volmacht, is het nodig om zelf door het Woord overwonnen te zijn, zodat je als prediker aan Gods kant staat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's