De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Continu een wonder van genade

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Continu een wonder van genade

Heiliging in rechtvaardiging

9 minuten leestijd

Rechtvaardiging en heiliging behoren bij elkaar. Ondertussen wordt de bekende uitspraak van de Reformatie tegelijk rechtvaardige en tegelijk zondaar nauwelijks meer verstaan.

Opnieuw steken allerlei vormen van het oude doperdom de kop op. Op een heel subtiele wijze worden rechtvaardiging en heiliging weer uit elkaar gehaald, zoals destijds bij Rome en de Dopersen, de beide fronten waarop de Reformatie streed. Fronten die vandaag weer uiterst actueel zijn.
Het kenmerkende voor het hedendaagse ‘doperdom’ is dat men het, evenals destijds, opneemt voor de heiliging. De rechtvaardiging, ja! Maar de heiliging is er óók nog! Alsof beide geen organische eenheid vormen en alsof dat niet bedoeld werd met de reformatorische tweeslag: ‘tegelijk rechtvaardige en tegelijk zondaar’. Men kon zich ten aanzien van een herleving van het gemeenteleven beter druk maken om het rechte verstaan en beleven van de rechtvaardiging. Het leerstuk, waarmee de Kerk staat of valt, naar een woord van Luther.
Ik vrees dat de kerk met rasse schreden wordt teruggevoerd in de slavernij van het diensthuis van de wet. Men spreekt dan van de eenzijdige kruistheologie in het lutherse denken, die er toe geleid zou hebben dat de ervaring van de rechtscheppende gerechtigheid van God werd versmald tot zondevergeving. En zo gezien is iemand dan niet rechtvaardig als zijn schuld is vergeven, maar pas als zo iemand herboren is tot nieuw leven uit de Geest van de opstanding. Alsof dit uit elkaar te halen zou zijn.

Zelfkennis en Godskennis
Hier blijkt het aperte onbegrip van de wedergeboortetheologie, als ze wordt losgemaakt uit het kader van de theologie van de rechtvaardiging van de goddeloze. Dat hier sprake is van een wezenlijke misvatting, blijkt daaruit dat men stelt dat het leven van de rechtvaardiging uit meer dan alleen permanente op zichzelf gerichte boete bestaat. Alsof de doorgaande boete in het leven van een christen, waar Calvijn van spreekt in zijn Institutie, alleen gericht zou zijn op zichzelf en niet tegelijkertijd op God. Bij hem gaan zelfkennis en Godskennis altijd samen. Aldus vormen zij bij Calvijn het stramien waarop de christologische tweeslag ‘tegelijk rechtvaardige en tegelijk zondaar’ is geborduurd. Men moet niet met een karikatuur aan de haal gaan om zijn gelijk te krijgen of te bewijzen.
In feite gaat dit hedendaagse accentueren van de heiliging altijd ten koste van de rechtvaardiging, van welke laatste men zelf een karikatuur maakt zonder het te weten of te willen weten.
Gearriveerdheid in de theologie en in de gemeente is het gevolg. Men weet kennelijk niet meer dat Christus Jezus ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking (!), en verlossing (1 Kor. 1:30). Deze begrippen zijn geen losse bestanddelen van het heil, maar vormen een wezenlijke eenheid. Met dien verstande, dat als het ene er niet is, het andere er uiteraard ook niet is.

Kohlbrugge
Nog altijd kan Kohlbrugge hier een baken in zee zijn. Evenals de lutherse Kierkegaard is de gereformeerde Kohlbrugge een randfiguur geweest in het officiële theologische en kerkelijke leven van de negentiende eeuw. Zij voorzagen de crisis van hun tijd en de malaise van het theologische en kerkelijke leven waar we nu midden in staan. Maar ze zijn wel de ‘zieners’ geweest, die de weg aangaven die gegaan zou moeten worden, toen en nu. Opnieuw benadrukten zij dat er maar één theologie is, de theologie van de Reformatie en van de kerk der eeuwen: de kruistheologie!
Kohlbrugge was daarbij een onvergelijkelijk prediker van het kruis, en volgens Franz Spemann behoren zijn geschriften tot het op geestelijk gebied diepste wat hij naast Paulus kende, en hij kon alleen Luther naast hem stellen (Theologische Bekenntnisse, Furche-Verlag 1929). In de verkondiging van Kohlbrugge is slechts plaats voor een rechtvaardiging van de goddeloze. Dit in tegenstelling tot Kuypers rechtvaardiging van de uitverkorene. Treffend zegt hij: ‘Ik heb beide, gerechtigheid en heiliging, tegelijk in en uit de dierbare kostelijke wonde; en juist dat is de inhoud van mijn prediking.’ De onder ons bekende O. Noordmans geeft eenzelfde getuigenis. Hij vindt de prediking van Kohlbrugge zo markant, scherp en snijdend, dat wat betreft de leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen, hij niemand kan noemen die zo diep op de gemeente heeft ingewerkt. Heel nadrukkelijk stelt Noordmans dat deze leer van vrije genade, de lijn is van Paulus naar Augustinus en van deze naar Luther. En dat Kohlbrugge als een heraut van Jezus Christus in deze de weg gewezen heeft in een eeuw die in eigen kracht een weg door het leven probeerde te banen. Volgens Noordmans heeft Kohlbrugge accenten gevonden die met het machtige talent van Luther kunnen wedijveren en het hier en daar zelfs overtreffen.

Komma
Het is niet overdreven de ontdekking van de komma in Romeinen 7:14 door Kohlbrugge een cruciaal punt in zijn theologie en prediking te noemen. Hij las voor het eerst: ‘Ik ben vleselijk, (komma!) verkocht onder de zonde.’ Het ging niet aan de wedergeboren mens tot op zekere hoogte vleselijk en overigens geestelijk te laten zijn en hem dus als eensdeels verkocht onder de zonde en anderdeels vrij van de zonde te beschouwen. Nee, hij is geheel en al vleselijk ( zondaar!), maar uit genade en door het geloof tegelijkertijd geheel en al geestelijk! De preek waarin Kohlbrugge deze gedachte heeft uitgewerkt, heeft heel wat opschudding teweeggebracht en heeft hem uiteindelijk ook vrienden gekost.
Het komt hier nadrukkelijk aan op het in Christus zijn. In Christus is de zondaar rechtvaardig en heilig. En op deze geloofsweg van het in-Christus-zijn uit genade alleen, van het geheel en niet gedeeltelijk van Christus zijn, komt het tot levensheiliging. Immers, het in-Christus-zijn brengt met zich mee dat Christus in ons is en Zijn Geest ons kracht verleent tot het doen van het goede. Hoe meer iemand in Christus is, alleen uit genade en alleen door het geloof, hoe meer heiliging er navenant zal zijn. Maar dit mag voor Kohlbrugge geen vorderen op de weg van de heiligmaking heten: ‘De gelovige is niet iemand die vorderingen maakt, die als overwinnaar openbaar wordt, maar de ellendige, die door de Wet steeds opnieuw wordt geoordeeld.’ Wél is er zo sprake van een opwas in de kennis en genade van Christus. Heel markant zegt Kohlbrugge het zo: ‘Ik zag een Lam ter rechterhand der heerlijkheid, en daar heb ik afstand gedaan van alle heiligheid, van al mijn weten van goed en kwaad, van mijn wedergeboren, bekeerd, vroom zijn, van mijn God kennen, God beschouwen, van alle godsvrucht, van alles wat vlees heeft en geeft en werkt – en nu is mijn enig heil in de hoogte en in de diepte: Met ons God!’

Scheiding der geesten
Met name door de toenmalige Reveilkring werd hem voor de voeten geworpen dat hij een vijand was van de wet en daarmee van de heiliging. De bekeerde jood Da Costa maakte zich tot tolk van de ontevredenheid. Hij meende dat Kohlbrugge het derde stuk van de Heidelbergse Catechismus verwaarloosde en zó ook het werk van de Heilige Geest in de gelovigen. Nóg horen we vandaag dezelfde tegenwerpingen: U weet niets van de ‘gratia duplex’ (dubbele genade), zoals met name Calvijn die leerde en u veronachtzaamt het werk van de Heilige Geest in de gelovigen. Men is er kennelijk door diezelfde Geest nooit van overtuigd dat deze Geest, die uitgaat van de Vader en van de Zoon (Nicea), nooit en nergens aandacht vraagt voor zichzelf. Hij zou immers van Zichzelf niet spreken (Joh. 16:13).
Vaak is gezegd dat Kohlbrugge bij Romeinen 7 is blijven staan. Maar integendeel gaat hij uit van Romeinen 8, dat hij die in Jezus Christus gelooft, geheiligd is (N.B.). Een andere broeder van de Reveilkring, Willem de Clercq, had hem beter verstaan, al begreep hij hem niet helemaal: ‘Waarlijk, er is een diepte bij hem, die ik nergens vond.’

Actueel|
We zullen vandaag terug moeten naar dit reformatorisch getuigenis, en anders zullen we geen dageraad hebben. Met alle mogelijke vormen van geestdrijverij, als het opnieuw aandacht vragen voor de Geestesgaven, bevestigen we alleen maar de doodsheid en ingezonkenheid van veel gemeenteleven. Omdat we uitgaan van een ongelofelijke gearriveerdheid: we zijn in Christus en nu verder. Het venijn zit hier duidelijk in de staart. De oude slang roert zich: ‘Gij zult als God zijn’ (Gen. 3:5). Alsof het in Christus zijn niet eenmaal en andermaal en continu een wonder is van genade. Alleen in die continue verwondering groeit en bloeit de heiliging.
Wanneer deze dynamiek van de genade, van het geloof en van de dienovereenkomstige verwondering weg is, dan is de heiliging ook weg. Want gestolde heiliging is geen heiliging die voor God kan bestaan. In de zogenaamde gereformeerde gezindte sterven hele gemeenten weg aan heiliging zonder God. Een aanfluiting (zie 1 Kon. 9:8)! Bovendien moet heel deze geestdrijverij een anachronisme van de bovenste plank worden genoemd. Hopeloos uit de tijd. Indien ze al ooit van deze tijd is geweest. Het herleefde doperdom met zijn nadruk op de beleving en de emotie sluit op een absoluut verkeerde wijze aan bij de postmodernistische nadruk op en voorkeur voor het gevoel en de emotie. Voor de postmoderne mens is de doperse nadruk op het gevoel van volheid en heelheid volkomen achterhaald en nietszeggend. Dit correspondeert niet met de ruwe hedendaagse werkelijkheid van bloed en tranen, tanks, puin, dood en angst. En als de postmoderne mens zich echt uitleven wil, dan meent hij dit vele malen beter te kunnen.
Het hedendaagse doperdom bevestigt alleen de burgerlijkheid en kneuterigheid van een gevestigd christendom zonder God. Op een subtiele wijze herhaalt het zichzelf. Op deze wijze heeft het eigenlijk niets meer te zeggen. Laat staan dat het een Woord zou hebben voor de wereld.
We gaan dan echt een brug te ver. En de ander heeft de brug al lang opgehaald. Dit werkt dus van geen kanten. Het kwam en komt ook maar van één kant. Eenzijdige genade, met een tweezijdige uitwerking. Alleen dit werkt. Omdat God zó werkt. Ook vandaag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Continu een wonder van genade

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's