Betrokken op Gods zending
Ds. P. Koeman verlaat CHE na emeritaat
Zending is verweven met het leven en de levensgang van drs. P. Koeman. Jarenlang was hij bestuurslid en voorzitter van de GZB en doceerde hij missiologie (zendingswetenschap) aan de Christelijke Hogeschool Ede. De afgelopen zomer bracht de Barneveldse predikant zijn emeritaat.
Zijn ambtelijke dienst bracht ds. Koeman vanaf 1965 in Bruchem-Kerkwijk-Delwijnen, Wezep, Oene, Rijssen, Woudenberg en Bilthoven. In de drie laatste gemeenten kon hij niet meer fulltime werken, omdat eerst het voorzitterschap van de GZB en later het docentschap aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Bond (THGB) en de CHE op zijn weg kwam.
‘Ik ben negen jaar fulltime aan de CHE verbonden geweest. Al in 1987 vroeg ds. C. den Boer of ik aan de THGB missiologie en evangelistiek wilde geven, eerst aan de zaterdagopleiding, later aan de voltijds opleiding. Diaconaat en pastoraat waren de vakken die daarna volgden, aanvankelijk een breed pakket. De laatste jaren kon ik me concentreren op missiologie, pastoraat, kerkrecht en het geven van supervisie.’
Visie voor jongeren
U bent geroepen tot dienaar van het Woord. Wat moet er gebeuren om als predikant van je gemeente los te komen?
‘Je moet het werk aan de CHE ook als een roeping zien, je moet visie hebben voor jongeren in opleiding, je moet het belang inzien van goede toerusting met het oog op de gemeente.
Ik ben gaan inzien dat deze taken er bij horen. Ik was als gemeentepredikant sterk bij de zending betrokken geraakt. Vanuit die beide invalshoeken – de gemeente en de zending – werd ik gevraagd aan de zaterdagopleiding aan anderen door te geven wat ik in de gemeenten en bij de GZB geleerd had. Toen ik een ongeluk kreeg, moest ik van drie sporen terug naar twee, daarna naar één. Ik heb het als leiding van God ervaren om in die situatie aan de CHE te kunnen (blijven) doceren. Het loskomen van een gemeente – in dit geval Bilthoven – was het moeilijkste. De gemeente blijft je als dienaar van het Woord trekken. Wat ik in Ede deed, was echter met het oog op de gemeente, want dáár gebeurt het.’
Hoe kijkt u terug op de jaren als docent in Ede?
‘Positief, overwegend positief. Ik heb veel geleerd van de vragen en opmerkingen van studenten. Zij leren je bezig te blijven, na te denken. Mijn hart ligt bij mensen, ook bij het persoonlijke leven van studenten, van jonge mensen die zich voorbereiden op werk in de dienst van God.
Tegelijk heb ik gezien dat alles meer formaliseerde, het vergadercircuit steeds uitbreidde, waardoor de aandacht voor het meest wezenlijke – het inhoudelijke: de overdracht van kennis aangaande het christelijk geloof – naar de zijlijn dreigt te gaan. Professionaliseren is op zich nodig, maar kan doorschieten, kan te veel aandacht vragen. Ik heb zelf tot het laatst de ruimte genomen om persoonlijke aandacht aan studenten te kunnen geven. Dat moet blijven! Het gevaar dreigt dat de balans zoek raakt.’
Vaardigheden én kennis
Wordt in de opleiding de sociale invalshoek niet overheersend ten opzichte van detheologische insteek? Aandacht voor intervisie, coaching.
‘Dat is waar. In de beginfase was het wellicht te veel de component kennis. Uit de gemeenten leerden we echter dat ook vaardigheden nodig zijn, zorg hebben voor de ander en weten waar hij zich in het onderwijs bevindt. Het gevaar is nu dat dit doorschiet. Het bezig zijn met de theologie, het met je hoofd en je hart kennis opdoen, komt onder druk te staan of raakt uit beeld. Ervaring is bij jongeren heel ‘in’.
Voor een jeugdwerkleider zijn vaardigheden belangrijk, maar in zijn opleiding moeten we niet inleveren op kennis. In contact met jongeren moet je dingen vanuit de kennis van het verleden kunnen duiden.’
Waar ligt in het tegengaan van deze trend de eerste verantwoordelijkheid?
‘Die ligt bij de docenten. Zij moeten een kritische grens trekken inzake het niveau van kennis, al zal daarover ook met het management het gesprek gevoerd moeten worden. Studenten vragen overigens om kennis van zaken, zowel in de colleges Nieuwe Testament, Pastoraat als bij andere vakken, maar willen wel kennis die verbonden is met de praktijk. Ze horen eveneens graag hoe je er als docent zelf instaat.
Ook in de samenwerking met evangelische opleidingen merk ik dat juist in het gereformeerde belijden componenten zitten die voor het leven van het geloof verdiepend en verrijkend zijn. Wij hoeven ons niet te schamen voor wat we vanuit de Schriften en het belijden van de kerk der eeuwen meegekregen hebben. Dat is waardevol en waardevast.’
Hoe kon u dat kwijt?
‘Als de studenten met hun vragen en visies kwamen, luisterde ik eerst. Daarna vroeg ik: "Kun je dit spiegelen aan het Woord? Zijn er geen andere zaken die ook van belang zijn?"’ Zo leer je hen hoe actueel het Woord van God en het belijden is, ook in de vertaalslag naar de cultuur. Zij vroegen dan: "Hoe is dat in uw eigen leven?" Op die manier probeerde ik dat wat ikzelf van God gekregen heb – in bepaalde fasen zelfs door beproevingen heen – helder te maken en te verwoorden hoe het Woord richting geeft in het kennen van God en de omgang met Hem. Dat leverde échte gesprekken op, waarbij het om meer ging dan ervaring en gevoel. Studenten beseffen dat ervaring alleen geen basis is.’
Identiteit
Wat zou u het College van Bestuur inzake de doordenking van de identiteit willen aanreiken?
‘Ik pleit ervoor elkaar vanuit de docentenvergadering en gestimuleerd door het College van Bestuur voortdurend aan te spreken op wat ons bezielt en beweegt. We moeten doorvragen: "Wat betekent Gods Woord wezenlijk voor jou als docent, wat betekent het voor de school?" Natuurlijk, er is een mission statement en een identiteitsverklaring, maar die zouden meer moeten functioneren, niet om elkaar de maat te nemen, maar wel om elkaar te houden aan waarvoor we staan.
Je moet voor kwaliteit gaan – en het is fijn dat de school hierin al een aantal jaren goed scoort. Maar je diepste motivatie komt uit het Woord van God. Is daar tijd voor, durven we daarover met elkaar in gesprek te gaan? Als dat wegraakt, heb je aan een prachtige verklaring niets.
Ook in de vergaderingen moet hiervoor ruimte blijven, als een wezenlijk onderdeel van de school. Doe bijvoorbeeld gerichte bijbelstudie. Ik heb van mensen overzee geleerd, die me concreet vroegen: "Wanneer is God voor het laatst in jouw leven aanwezig geweest, vertel daar eens iets van?" Weten de studenten verpleegkunde waarom wij zorg besteden aan het welzijn van mensen, durven de studenten journalistiek tegen trends in te gaan en soms iets te laten zien van het komende Koninkrijk?’
Is er op termijn nog toekomst voor de THGB?
‘Ja! Natuurlijk is het een onderdeel, maar dat mag zich profileren en zich voor het grote geheel dienstbaar opstellen. Wat we vanuit het gereformeerd belijden meekregen, mag niet onder de korenmaat komen. De zaterdagopleiding is er nog, maar ook de voltijdsopleiding moet vanuit de gereformeerde traditie gevoed worden, naast de andere stromingen die hier zijn. Als docenten van de THGB kun je je positief profileren. Neem de bezinning op het werk van de Heilige Geest, waarover in de reformatorische traditie zoveel waardevol materiaal voorhanden is. Neem de bezinning op de zending, waarbij je vanuit de missio Dei, de zending van God, kunt laten zien dat God Zélf achter de zending staat. We zouden bepaalde programma’s kunnen aanbieden over spiritualiteit, over het omgaan met jongeren enz., dat moeten we niet uitbesteden aan andere organisaties. Het is jammer als de THGB als de geestelijke beweging die het bedoelde te zijn, uit beeld raakt.’
Bewogenheid van God
Uw vak was vooral de missiologie. Wat wilde u studenten overbrengen?
‘Allereerst wilde ik hen leren hoezeer de Bijbel missionair is, hen laten zien dat zending essentieel is. Heel de Schrift mag gelezen worden vanuit de bewogenheid van God voor een verloren wereld. De zending gaat van God uit, is geen zaak van bevlogen mensen.
Wezenlijk in colleges vond ik ook het aandacht vragen voor de joodse wortels van de zending, voor de relatie met Israël. We hebben in Israël zoveel van God ontvangen en geleerd met het oog op zending. Daarbij komen de moeilijke vragen van cultuur en context aan de orde. Wat wil je aanreiken als zendingswerker? Wie ben je zelf ? Je probeert in de diepe zin van het woord iets van de Geest-drift door te geven. Voor veel studenten was dit een eye-opener. We hebben ontdekt dat zending wezenlijk is, geïntegreerd is in het handelen van God. Ze ontdekten hoe dit heel de Schrift door meespeelt.’
Missionaire gemeente
‘Ik ben blij met de toegenomen aandacht voor het missionaire van de gemeente, want die was er te weinig en is er veelal nog te weinig. Wat is missionair en hoe stel je die levenshouding in de prediking aan de orde, ook met het oog op de eindfase waarin we leven en de naderende wederkomst? Bij de doorlichting van de tijd vanuit een tekstgedeelte is vaak de zending betrokken. Ze behoort tot het wezen van de gemeente.
Iets anders is dat dit kan doorslaan in actiemodellen, in een techniek of tactiek. Nee, zending is het werk van God door de Heilige Geest. Als de gemeente leeft vanuit het werk van de drie-enige God, zal ze niets liever willen dan dat heel de aarde vol is van de kennis des Heeren. Wat heerlijk als je daarbij ingeschakeld wordt. Besteed het niet uit aan een commissie. "Hoe meer zielen, hoe meer vreugd in het Koninkrijk".’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's