De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dankstond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dankstond

3 minuten leestijd

Mijn hemelse Vader, leer mij toch danken. Ik doe het wel, maar veel te weinig en veel te haastig en veel te ondiep. Ik heb zo vaak meer oog en hart voor wat ik mis, voor wat ik begeer, ja soms in stilte in anderen benijd, dan voor de talloze weldaden die Gij mij en alle mensen bereidt.

Ik moest eigenlijk geen zonneschijn aanschouwen zonder U te danken voor die grote weldaad, aan zieken en gezonden, aan boomgaard en akker, aan mens en dier bewezen. Er moest geen regenbui neerdalen of mijn hart moest U loven voor die vloeiende zegen, die het gezaaide doet ontkiemen, de vruchten doet rijpen, het stof op de wegen tempert, de zwoele luchten zuivert.

Hoe weinig dank ik U voor de liefde die mij omringt, voor de hartelijkheid van de mensen, voor de vele verrassingen, die mij op allerlei manieren te beurt vallen. Hoe zelden dank ik hen die mij verzorgen, die zoveel geduld met mij hebben, hoewel ik vaak onheus en onvriendelijk voor hen ben.

Leer mij bovenal danken voor de zegen van Uw Woord; dat ik gedoopt ben in Uw driemaal heilige Naam, opgenomen in Uw christelijke kerk; dat ik de Heiland mag kennen, Die voor zovelen helaas nog onbekend is als de weg, de waarheid en het leven. Wanneer ik aan al mijn voorrechten denk, hoe sterk moest dan mijn erkentelijkheid zijn. Vergeef mij mijn grote gedurige ondankbaarheid.

Ja, lieve, genadige Vader, leer mij ook dénken, nadenken over al Uw wondervolle wegen en leidingen met mij en de mijnen, met mijn vaderland en ons vorstenhuis.

Wanneer ik dat ernstig en rustig doe, hoeveel stof heb ik dan tot prijzen en tot bidden. Hoe breidt zich dan de kring van mijn gedachten uit. Dan blijf ik niet langer staan bij mijzelf, bij mijn zonden en noden, mijn begeerten en klachten, maar dan loof en prijs en verheerlijk ik U om Uw grondeloze barmhartigheid, die zich tot alle schepselen, ja zelfs tot mij, overtreder van al Uw heilige geboden, uitstrekt. Dan dank ik U met een bewogen hart dat Gij ook mij bekwaam hebt gemaakt om deel te hebben aan de erve der heiligen in het licht en dat Gij ook mij getrokken hebt uit de nacht der duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon wer liefde. Dan dank ik U voor die onverderfelijke, onbevlekkelijke, onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is óók voor mij.

Lieve Heere, een van de eerste woordjes, die mijn dierbare moeder mij leerde, was wel: ‘dank u’. Nu ik oud ben geworden, heb ik dat nog altijd te leren, beter en dieper dan toen ik een kind was – ik dank U, Vader in de hemel. Heb dank voor Uw onuitsprekelijke gave in de Zaligmaker, Uw eniggeboren Zoon, mij geschonken. Leer mij waarlijk danken voor die grootste van alle zegeningen dat Jezus Christus ook mijn Heiland is en dat Zijn bloed ook mij reinigt van alle zonden.

Halleluja, waar zijn woorden,
lofakkoorden,
nu mijn ziel is overstort?
Vader, een eeuwigheid is te kort
om in jubelklanken
U te danken
zoals U waard bent. Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Dankstond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's