De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen strijd Elia - Obadja

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen strijd Elia - Obadja

Christelijke wenken rond Kamerverkiezingen

8 minuten leestijd

Wat mag – of moet – een predikant zeggen over politiek? Dat kan in de kerk gevoelig liggen. Moet hij daarom zwijgen? Wij bidden altijd voor de overheid – maar hoe? Wij verkondigen het Woord, dat keuzes vraagt op elk terrein. Mag ik jonge predikanten eens helpen, om deze dingen bespreekbaar te maken, zonder aan partijpolitiek te doen? Gemeenteleden mogen meedenken. Zo gaan wij immers altijd met ethische vragen om.

De eerste vraag is waarom er überhaupt christelijke politiek bedreven wordt? Orthodoxe gemeenten staan voor christelijke politieke partijvorming. Waarom? In Engeland en de Verenigde Staten is dat er niet. In Amerika moeten christenen kiezen tussen Republikeinen en Democraten! Dat lijkt me lastig. Waarom is dat bij ons anders? Omdat Groen van Prinsterer, die principieel tegen de liberalen was, in de schoolstrijd ontdekte: We zijn evenmin ‘conservatief ’. Wij begeren overtuigde christenen in de Kamer. Dat betekende: ‘In ons isolement ligt onze kracht’. Christenen zoeken een eigen visie op staat en maatschappij.
Abraham Kuyper werkte dat uit. Na de oorlog zei de hervormde synode: Pas op voor het ‘euvel der vereenzelviging’. Onze zaak is niet Gods zaak. Een valkuil voor orthodoxen, maar alleen voor hen? Onlangs zei de priester-dichter Huub Oosterhuis, lijstduwer van de Socialistische Partij: 'Oprechte christenen kunnen niet anders dan socialistisch stemmen; net als de eerste christenen. Maar christendemocraten,' zei hij, 'die de verzorgingsstaat afbreken en asielzoekers mishandelen, lijken op de bijna goddelijke en wrede Romeinse keizers.' Hierop kreeg Oosterhuis een staande ovatie in deze seculiere partij. Zo niet! Maar hoe wel?

Zoek de man én zijn program
Wat zegt de Schrift? Zelf preekte ik in verkiezingstijd over: ‘Zullen wij wel een man vinden als deze, in wie de Geest Gods is.’ (Gen. 41:38) Dat zei de farao tot zijn knechten, toen Jozef zijn zevenjarenplan voorstelde. In een heidens land kwam zo een godvrezend man aan de regering. Vraag: stem je nu op een persoon of op een program? Wel, Gods Geest was in de man én zijn program.
Wij leven in een westerse democratie en niet in een dictatuur, maar zelfs de farao vroeg instemming van zijn ministers. Wij leven ook niet in een theocratie als Israëls koningen. Valt het Oude Testament dus af ? Nee, onze na-christelijke tijd lijkt op die voor-Israëlitische. Wij zijn weer een minderheid. Jozef moest noodgedwongen ook compromissen sluiten: met heidense priesters. Wordt zo’n preek dan geen ‘politieke prediking’? Niet als wij deze tekst persoonlijk toespitsen. ‘Zullen wij wel een man vinden als deze?’ Gods Geest Gods werkt primair bevindelijk.

Meeregeren of opponeren?
Ook preekte ik over 1 Koningen 18 uit Israëls na-tijd. Obadja was een godvrezende minister, die diende ten tijde van een goddeloze koning. Hij onderhield heimelijk profetenscholen en probeerde zo van Gods dienst te redden wat te redden viel. Maar ook hij moest compromissen sluiten (Achabs manège boven mensen). Elia kon dat niet als profeet. Als profeet was zijn boodschap: ‘Zo zegt de Heere’. Een profeet is zeker geen minister, maar hij stimuleerde de minister wel. En die respecteerde de man Gods en zijn scholen. Zij bestreden elkaar niet.
Wij zijn Israël niet en de profetische taak hoort nu bij de kerk. Hier herken je echter wel het dilemma van christenen in een onchristelijk land: meeregeren of opponeren. Conclusie: áls u stemt op een christen-democratische regeringspartij, doe het dan – net als die minister van Achab – niet om de macht, maar om te redden wat te redden valt; en áls u op een oppositiepartij stemt, doe het dan – net als die profeet – niet om het isolement maar om de boodschap. Bestrijd elkaar niet. Een derde mogelijkheid zag ik niet.
Politieke prediking? Dat wordt het niet, als wij uitgaan van Obadja’s belijdenis: ‘Uw knecht vreest de Heere van zijn jeugd aan’. Dat kan een teer-persoonlijke verbondsprediking worden.

De apostel in het Romeinse rijk
En het Nieuwe Testament? Jezus zei: ‘Geef de keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is.’ (Mark. 12) Onderscheid, maar geen scheiding! De apostel Paulus noemde de (heidense!) overheid ‘Gods dienares en leerde de gemeenten ervoor bidden (Rom. 13). Wat leerde de apostel heidense politici zélf ? Paulus was geroepen om te getuigen voor ‘koningen’! (Hand. 9:15) Zijn eerste bekeerling was een stadhouder in Cyprus (Hand. 13).
Welke consequenties had bekering echter voor politiek? Later sprak de apostel met de heidense stadhouder Felix over ‘rechtvaardigheid, matigheid en het toekomstig oordeel’ (Hand. 24:25). De apostel verwachtte dus niet dat de man in Israël weer een ‘theocratie’ zou invoeren, maar sprak over ‘algemene’ rechtsnormen. Dáárover zou God oordelen. (Zie de studie van dr. J. van Eck: Paulus en de koningen. Politieke aspecten van het boek Handelingen, Franeker 1989).
Na eeuwen van kerstening en ontkerstening in Europa lijkt deze niet-christelijke wereld weer terug. ‘Politieke prediking’? Dat wordt het niet, als wij de tekst zó toepassen dat God ons voor elke daad zal doen komen in het gericht.

Gereformeerde Bond in drieën
In Nederland ontstonden in de tijd van het Réveil twee visies: Groen van Prinsterer pleitte als kamerlid voor openbaar-christelijk onderwijs, maar Van der Brugghen, zijn vriend, wilde in 1857 als minister zijn geloof niet opleggen. Zo verdween de Bijbel van de volksschool ... Kuyper aanvaardde de democratie, maar ook hij toetste christelijke kabinetten wél aan het eigen program.
Waar stond nu onze Gereformeerde Bond? De oprichters waren anti-revolutionair. Men stemde dus op een regeringspartij en bleef dat ook na de schoolstrijd doen. Soms werd op de CHU gestemd. De nieuwe AR-leider Hendrik Colijn sprak bij het 25-jarig bestaan van de Bond. (Zie de dit jaar verschenen bundel Uw naam geef eer. Honderd jaar Gereformeerde Bond 1906-2006). Pas na de oorlog kwam de eerste SGP’er in het GB-bestuur, ds. W.L. Tukker. Een ‘bondsdominee’ werd zelfs voorzitter van de SGP, ds. H.G. Abma. Deze respectabele mannen kozen om allerlei verschuivingen niet meer voor regeringsverantwoordelijkheid, maar in de lijn van de SGP-oprichters (ds. G.H. Kersten, ds. P. Zandt) voor ‘Elia’, zij het in eigen stijl. Intussen ontstonden er meer partijen. Degenen die de christen-democratie te vaag en de gereformeerde partijen te eng vonden, vormden een derde (RPF), die – gelukkig – fuseerde met de tweede (GPV) tot ChristenUnie. Sindsdien stemt men in ‘onze gemeenten’ in drievoud. Politieke keus is geen shibboleth meer. Gelukkig. Maar stilzwijgen zou onverantwoord ‘unpolitisch’ zijn.

Balans
Hoe vervulden de christen-democraten hun ‘Obadja’-taak?
Premier Balkenende schaamt zich buiten de Kamer niet dat hij christen is: bij de herdenking van de Watersnoodramp in 2003 citeerde de Zeeuw Psalm 103; hij bezocht ook de EO-jongerendag. Wie had dat onder ‘paars’ kunnen denken?!
Minister Donner van Justitie, capabel en ernstig, eveneens gereformeerd, herinnerde bij de moord op moslimhater Theo van Gogh aan de wet op de godslastering, maar deed niets tegen het optreden van de versekste en ‘gekruisigde’ popster Madonna. Hij scheidt geloof van politiek. Hij begroette de bouw van een grote moskee en zag geen gevaar. Deze christen-democratische minister weet geen raad met ‘christelijke politiek’. Hij legde als jurist de democratie uit: de meerderheid beslist, ook als die de sharia (op de Koran gegronde wetgeving) wil. Natuurlijk is hij voor de rechtsstaat. Maar intussen: wat hij als christen zelf niet wil, staat hij moslims toe. Echter, wij hebben geen meerderheids- maar een consensus-democratie!
Minister De Geus van sociale zaken, ook lid van de Protestantse Kerk, durfde het zorgstelsel te herzien om het betaalbaar te houden. Beschermt dat de zwakken voldoende?
De rooms-katholieke minister Van der Hoeven van onderwijs nam het eerst moedig op tegen het evolutiedogma (‘ik geloof niet in toeval’, zei Maria), maar zij deinsde terug.
Minister Bot van buitenlandse zaken wil Turkije niet weren uit Europa, zoals de Duitse christen-democratie. Wordt straks een moslimland het grootste land van Europa? ! Lijkt het CDA nu op Obadja? De ethische puinhoop van paars heeft zij, met paarse coalitie-genoten, niet meer ongedaan gemaakt.

‘Strategisch’ nu!
Wat moeten ‘strategische kiezers’ nu?
Zij bleven hun principiële partij trouw, maar stemden bij uitzondering op de (herrezen) christen-democratie om erger te voorkomen (2002/2003). Hoor je dan bij de ‘zwevende kiezers’? Nee! In een nek-aan-nek-race met socialisten steunde je een protestantse premier. Daarna volgt echter de coalitievorming en dan heb je het nakijken. De kleine christelijke partijen waren te klein (Was er anders een ‘bonder’ in het kabinet gekomen?), terwijl de liberalen hen om hun ethische standpunten ook niet wilden. Toen ging de christen-democratie samen met een ónchristelijke partij!
Toen kwam de kabinetscrisis (linkse Femke en Louise tegen rechtse Rita, terwille van Hirsi Ali. Een vijfde vrouw, koningin Beatrix, besliste hoe het verder ging).
De onchristelijke partij zakte weg en de ChristenUnie kwam op. Die roept: stem nú ‘strategisch’ op ons! Waarom is dat nu een optie? De christen-democratie is niet meer bedreigd: zij is terug in het centrum van de macht en bij peilingen de grootste. De ChristenUnie kritiseerde de coalitie terecht: om de zwakken, het asielbeleid, het milieu, en de sharia-uitspaak. De rechts-liberale minister Verdonk zou christen-Iraniërs teruggestuurd hebben, als de kleine christelijke partijen niet op hun post hadden gestaan. De ChristenUnie sprak zich nu ook duidelijk uit voor regeringsverantwoordelijkheid. Dat maakt de situatie anders.
Als Obadja en Elia elkáár bestrijden, zijn ze geen model meer. Dat geschiedt wel: hoe kunnen, vraagt een CDA-man, roomsen op een protestantse partij stemmen, die ook nog ‘rood’ kiest?! En die vragen omgekeerd: laten christen-democraten nu ook het gezin vallen?!
Zij willen na de verkiezingen verder met de liberalen. Er lijkt nog een derde nodig. Een grotere ChristenUnie zou op een wippositie komen. Zij spreekt geen voorkeur uit voor socialisten of liberalen. Liberalen willen hen nóg niet: ook om het vreemdelingenbeleid. In een nieuwe coalitie zouden zij wél tegenwicht kunnen bieden! Samen voor de (Obadja) taak! (Dan kan er alsnog een ‘bonder’ in de regering!)
En: des te nodiger is dat de christen-theocratische partij vanwege het profetische geluid geen zetel verliest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Geen strijd Elia - Obadja

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's