De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Mag de herder ook leren?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mag de herder ook leren?

Over de toekomst van de predikant

7 minuten leestijd

Over het werk van de synode wordt momenteel volop gepraat – dát heeft het rapport 'Pastor in beweging' in korte tijd voor elkaar gekregen. Want breed is de zorg over de toekomst van de kerk, als dit rapport richtinggevend voor de positie van predikanten gaat worden.

De ‘brede studiecommissie inzake beleidsvisie predikantsbezetting’ heeft de synode, die volgende week donderdag en vrijdag hoopt te vergaderen, een rapport over de toekomst van de predikant in onze kerk aangereikt. Het is veelzeggend dat van zoveel kanten op de teneur van dit rapport wordt gereageerd. Blijkbaar ráákt de positie van de dominee heel de gemeente, het leven van de gemeente, het karakter van de eredienst, ja, de toekomst van de kerk en van de theologie. Dat voelen niet alleen predikanten zelf aan, maar wordt ook in de gemeente ervaren. Waar altijd gebed voor de synode als ambtelijke vergadering geboden is voordat en wanneer ze samenkomt, mag dit komende zondag temeer gelden, nu deze bespreking zich aandient.

Niveau van de opleiding
Misschien komt de zorg over de positie van de predikant ook voort uit een gevoel van onbehagen, nadat in april 2005 besloten werd het Latijn te schrappen als verplicht vak in de opleiding. Dat was een besluit als gevolg van het geschapen onderscheid tussen gemeentepredikant en geestelijk verzorger. Hoe je het wendt of keert, het niet meer verplicht stellen van het Latijn betekent dat predikanten niet zelf toegang hebben tot bepaalde bronnen, die grote waarde hebben in onze kerk- en cultuurgeschiedenis. Onderwijshervormingen (als de komst van het Bachelor/Mastersmodel) maakten dat het niveau van de aanstaande predikant verlaagd is – een feit dat studenten theologie ook zelf betreuren.
Een nivellering van het predikantschap kan niet verdedigd worden na een doorlichting van onze tijd. De vele vragen die in onze samenleving – en daarmee ook in de kerk – leven naar de aanwezigheid en het handelen van God, naar de toepassing van zijn leefregels in onze gebroken werkelijkheid, roepen juist om een concentratie van het werk van de predikant op zijn eigenlijke taak: het lezen, uitleggen, verkondigen en toepassen van de Heilige Schrift. Dat is essentieel voor de arbeid van een dienaar van het Woord.

Binnenkamer van de pastorie
Hoe onrustiger de tijd wordt en hoe de vragen zich vermenigvuldigen, hoe meer de predikant in de binnenkamer van de pastorie – zijn studeervertrek – mag zijn. ‘Wie studeert, pleegt geen roofbouw op de gemeente, hoogstens op zichzelf ’, schreef ds. C. van den Bergh ooit in de bundel die ds. K. Exalto kreeg aangeboden. En over laatstgenoemde: ‘Het was zijn lust en zijn leven zich te verdiepen in de Heilige Schrift en te graven naar de schatten die verborgen liggen in de belijdenisgeschriften en in de geschiedenis van de kerk der eeuwen.’ Tegen de achtergrond van neergang in de kerk, secularisatie, schetst het rapport Pastor in beweging de taak van predikanten in de toekomst, onder meer om te zorgen voor ‘nieuw elan’. Mogen wij het aangrijpende woord van Hosea onder de aandacht brengen? ‘Mijn volk is uitgeroeid, omdat het geen kennis heeft.’ Zou hier de sleutel in veel kerkelijke malaise niet kunnen liggen? Het rapport benadrukt helaas vooral het herderschap van de predikant – het is opvallend dat het woord predikant is ingeruild voor pastor. Vanuit de bediening van het Woord is het echter de predikant die het geheel van de gemeente dient, ook in de doordeweekse activiteiten.

Inhoud rapport
Hierin zit naar onze mening de angel van het rapport. Het mist een doordachte visie op waar het in het werk van de predikant allereerst en allermeest om gaat. Dat wreekt zich. We citeren een aantal lijnen uit de nota:
- Er wordt een dreigend fors tekort aan predikanten gesignaleerd;
- Het nieuwe elan in de kerk moet vooral komen van predikanten en kerkelijk werkers;
- De noodzaak van samenwerking tussen gemeenten wordt groter;
- De kloof tussen theologen met een academische opleiding en hbo-theologen moet worden opgeheven, om het dreigende tekort op te vangen;
- Omdat kerkelijk werkers zonder bevoegdheid en toerusting voorgaan in diensten, is een sluipende uitholling van het ambt gaande;
- De kerk moet in haar werkgeverschap nadenken over loopbaanontwikkeling, beloningsdifferentiatie en deskundigheidsbevordering.

Taak van kerkelijk werker
De nivellering tussen de academisch opgeleide predikant en de hbo-theoloog wordt in het rapport met economische motieven en met een gegroeide praktijk onderbouwd. Geconstateerd wordt dat op ‘diverse plaatsen kerkelijk werkers voorgaan in diensten zonder voldoende toerusting daartoe’ en dat ‘geregeld preekconsent wordt verleend zonder toetsing van benodigde competenties’. Daarom wordt gepleit voor een eenduidige regeling voor het toelaten van hbo-theologen tot het voorgaan in de eredienst. ‘Maar als hij of zij mag voorgaan in de eredienst, dient de hbo-theoloog ook toegelaten te worden tot het ambt van predikant’, luidt vervolgens de gevolgtrekking. Veel sterker dan dit uitgaan van een gegroeide en ongewenste praktijk is het om het vertrekpunt voor de bezinning te nemen in het eigen profiel van de predikant en de kerkelijk werker, hun eigen deskundigheid die gebaseerd is op hun opleiding en gaven. Dat geldt voor de predikant, maar dat geldt ook voor de kerkelijk werker, die in de gemeente van veel betekenis kan zijn als toeruster in een specieke taak: jeugdwerker, missionair werker, pastoraal werker, in de vorming van gezinnen en jonggehuwden. De vragen vanuit het werkveld vragen wel om een heldere afbakening van zijn taak en een formele verankering van zijn positie.

Verdere doordenking
Die doordenking van het eigene van predikant en kerkelijk werker zal in de komende jaren onze aandacht blijven vragen, ook als het rapport Pastor in beweging niet aangenomen wordt. Laat het de kerk duidelijk zijn dat er vanuit de Gereformeerde Bond bereidheid is hierin op een zodanige wijze mee te werken dat het tot zegen is voor al de gemeenten – ook die kleine gemeenten die niet zelfstandig een predikantsplaats kunnen financieren. Deze gedachte was ook leidend om in de maand mei op de jaarvergadering over het ambt na te denken, toen ds. R.H. Kieskamp en de rector van Hydepark, dr. H. de Leede, van gedachten wisselden, en om in september tijdens de ambtsdragersvergaderingen te spreken over de praktijk van het ambt. Echter, ook de gemeenten staan niet los van deze thematiek. De zorg voor de prediking en het werk van de dienaren van het Woord dient toch een plaats te hebben in de eredienst, met name de gebeden? Is de gedachte terecht dat dit minder dan voorheen onder ons een plaats heeft? Waar zondags in de voorbede de Heere gebeden wordt om arbeiders in Zijn wijngaard, zou Hij ze dan niet geven? Het synoderapport pleit voor ‘investering in mensen en middelen voor de werving en scouting van nieuw talent onder potentiële en aanstaande pastores’. Helaas is in deze formulering de bijbelse notie van de roeping buiten beeld. Paulus stelt in Romeinen 10 de retorische vraag: ‘Hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden?’ Tegelijk blijft buiten beeld het gebed of de Heere arbeiders in Zijn oogst wil uitzenden en de Heilige Geest krachtig wil werken, opdat er gemeentegroei kan komen. Dat gebed mag ook in de gezinnen plaatshebben, wetende dat dienaren van het Woord nogal eens (door hun moeder) in het gebed aan de Heere zijn afgestaan. Zo raakt dit rapport niet alleen synodeleden, maar het gemeentelijk en geestelijk leven van allen!

Taak van de classis
Veel zou er over allerlei facetten uit dit rapport nog te zeggen zijn, onder meer over de toegenomen taak voor de classicale vergadering, die opnieuw een forse taakverzwaring zal krijgen, of over de beoogde samenwerking tussen gemeenten, die vanwege identiteit of dorpscultuur nooit van bovenaf te organiseren is. Hopelijk leidt een uitvoerige synodediscussie tot een weldoordachte lijn voor de toekomst, tot zegen van de kerk. Het is met het oog daarop dat de hoofdbesturen van de Confessionele Vereniging, het Confessioneel Gereformeerd Beraad en de Gereformeerde Bond gezamenlijk in een persbericht (hiernaast afgedrukt) hun mening verwoorden. In de ambtelijke vergadering vallen de beslissingen, waarbij synodeleden vooraf ook hun winst kunnen doen met signalen vanuit het grondvlak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Mag de herder ook leren?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's