BOEKBESPREKINGEN
Ad van Nieuwpoort: Tenach opnieuw. Over het Messiaanse tegoed van het evangelie naar Lucas. Uitgave Van Gennep, Amsterdam; 220 blz.; € 22,50. Enny de Bruijn en Henk Florijn. Revius – dichter, denker, dominee. Uitg. Den Hertog, Houten; 144 blz.; € 19,50.
Ad van Nieuwpoort:
Tenach opnieuw. Over het Messiaanse tegoed van het evangelie naar Lucas.
Uitgave Van Gennep, Amsterdam; 220 blz.; € 22,50.
Dr. A.G.L. van Nieuwpoort, predikant bij de Thomaskerkgemeente te Amsterdam, werd tot het schrijven van dit proefschrift allereerst geïnspireerd door Frans Breukelman, die hem deed ontdekken het Bijbels ABC van K.H. Miskotte, waardoor hij de weg naar de Schriften ‘opnieuw leerde te gaan’. Zijn promotor, prof.dr. K.A. Deurloo, was hem daarbij een goede gids voor de uitleg van de Schrift. Hiermee is direct aangegeven dat Van Nieuwpoort theologiseert in de sfeer van de Amsterdamse School, de door Breukelman geïnitieerde stream in de theologie, waarbinnen nauwkeurig wordt geëxegetiseerd, met de bijbelteksten in de grondtalen als basis. In de lijst van geraadpleegde literatuur treft men dan ook de werken aan van spraakmakende theologen in deze kring: behalve F.H. Breukelman en K. Deurloo ook onder andere N.T. Bakker en R. Zuurmond. De theologische discussies met deze stroming hebben meestal in hoofdzaak betrekking op de historiciteit van de bijbelse gegevens, die bij hen ondergeschikt is aan de teksten, die vooral hun verhaal hebben voor elke tijd. Meer dan een aankondiging van dit doorwrochte werk, dat van de hoogleraar Bakker een zeer lovende beoordeling kreeg, kan ik in dit bestek niet bieden. In de onderhavige studie van Van Nieuwpoort gaat het om ‘de samenhang van de Schrift’. Deze is actueel voor deze tijd, waarin ook in de kerk, zegt de auteur, de centrale plaats van de Bijbel dreigt te verdwijnen. Daarbij gaat het vooral om de samenhang van het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Van Nieuwpoort heeft de vraag naar die samenhang voorgelegd aan de evangelist Lukas. Twee momenten staan centraal: hoe brengt de evangelist Lukas Jezus ter sprake en hoe stelt hij daarbij Tenach (het Oude Testament) present? Letterlijk: ‘Door na te gaan hoe in het Evangelie naar LuKas de ‘Gezalfde des Heren’ en de verkondiging van ‘Mozes en de profeten’ zich tot elkaar verhouden proberen wij op het spoor te komen hoe Lukas zelf de schriften lezen wil’. Daarbij richt hij zich vooral op de ouverture (Luk. 1:1- 4) en de finale (Luk. 24) van het Lukas-evangelie. Van Nieuwpoort is van oordeel dat de theologie van Lukas pas de laatste decennia merkbaar is. Men hield hem vooral voor de historicus onder de evangelisten. Hij citeert onder andere J. van Bruggen: ‘En historicus ìs Lukas …’. In deze dissertatie zijn daarom ‘theologie’, ‘geschiedenis’, ‘historie’ en ‘waarheid’ de begeleidende thema’s, vooral naar aanleiding van Lukas 2:1-20.
Van Nieuwpoort komt tot de conclusie dat er bij Lukas sprake is van een ‘Messiaans tegoed’. De bouwstenen van het Lukas-evangele liggen in de boeken van Mozes en de Profeten. ‘Lukas past zelfs zijn Grieks aan om het zo ‘oudtestamentisch’ mogelijk te laten klinken.’ Het boek is gekenmerkt door verrassende exegetische momenten, waarbij het gesprek met tijdgenoten niet wordt geschuwd. Wat weldadig aandoet, is dat Van Nieuwpoort zijn studie niet schreef in de afgetrokkenheid van een stoffige studeerkamer, maar als gemeentepredikant: ‘Immers, op de kansel liggen de schriften, in fysieke en geestelijke zin bijeengebracht in één boek. Rondom dat ene boek komt de Messiaanse gemeente zondag aan zondag samen’. De term ‘Messiaanse gemeente’ is intussen kenmerkend voor deze studie, waarin Tenach een centrale plaats inneemt. Ik houd het nochtans liever op christelijke gemeente, om helder te houden dat de Messias in Jezus Christus gekomen is. Behalve een ‘Messiaans tegoed’ heeft het Nieuwe Testament zijn meerwaarde in Zijn komst. Intussen noopt de eerbied die in de kring van de Amsterdamse School voor de teksten wordt getoond, een eerbied die ook blijkt uit deze studie, tot gesprek met hen die de historiciteit essentieel achten. Van Nieuwpoort zoekt het eigene van de Schrift in haar getuigeniskarakter. De NGB (art.5 ) noemt als het gaat om de betrouwbaarheid van de Schrift, mede het getuigenis dat de Heilige Geest daarvan geeft in de harten. Zo mag ook het gesprek over deze studie worden aanbevolen.
J. van der Graaf, Huizen
Enny de Bruijn en Henk Florijn:
Revius – dichter, denker, dominee.
Uitg. Den Hertog, Houten; 144 blz.; € 19,50.
Van lezen in de geschiedenis gaat ook bemoediging uit, denk ik, meelevend met degenen die zich momenteel zeer inzetten om de tweede deeluitgave van de herziene Statenvertaling op de markt te krijgen. In hun op een breed publiek gerichte studie Revius – dichter, denker, dominee tonen Enny de Bruijn en Henk Florijn dat Revius en de zijnen ook grote moeite hadden om het afgesproken tijdpad voor het werk aan de Statenvertaling te halen. Zorgvuldigheid ging ook toen boven snelheid. Laten we die geschiedenisles ook nu ter harte nemen en gestaag doorwerken.
Jacobus Revius als grootste calvinistische dichter in onze geschiedenis, dat feit betekent dat een toegankelijke studie over hem voorhanden moet zijn. Daarom schreef RD-redacteur Enny de Bruijn – onderweg naar een dissertatie over Revius – samen met kerkhistoricus Henk Florijn dit boek. Revius relevant maken voor nu, dat beogen de auteurs en daarom zijn op alle linkerpagina’s teksten van de Deventer dichter opgenomen. Zo moeten geestverwanten geïnspireerd worden. Waartoe die inspiratie mag dienen, tonen de auteurs in de vijftien korte hoofdstukjes van deze bundel. Revius’ grootste prestatie is de vele citaten van klassieke en eigentijdse schrijvers, van wereldse liedjes of katholieke poëzie die in zijn hoofd rondzingen, als dichter te verwerken op een manier die recht doet aan zijn gereformeerde geloof. En waar hij persoonlijk wordt – zoals in zijn bekendste gedicht, met de beginregel ‘’t En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die U kruisten’, raakt hij na eeuwen nog het hart.
Wat Revius tot calvinist maakt? Dat zijn leven en werk geen andere spits heeft dan de eer van God. In zijn geschiedkundig werk staat dit centraal, in zijn poëzie, in zijn roeping tot predikant – ook in zijn sterven: ‘Uit het paradijs gedreven ben ik toenmaal, maar hoe schoon/ is de hemel waar ik woon’.
De auteurs kozen voor een journalistieke aanpak, een losse schrijfstijl, die vanwege hun beheersing van de stof, nergens leidt tot het inleveren van diepgang.
P.J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's