De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dankdag in Gods huis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dankdag in Gods huis

Meditatie: Psalm 122:4

4 minuten leestijd

Wat zeg je dan? Plichtmatig klinkt het antwoord: Dank u wel. Goed zo, dat is nog eens een beleefd jongetje. Als kind leer je dank u wel te zeggen bij wat je krijgt. Dat getuigt van goede manieren. Hoe goed zijn onze manieren ten opzichte van de HEERE God?

'Waarheen de stammen opgaan, de stammen des HEEREN, tot de getuigenis Israëls, om de Naam des HEEREN te danken.'

De liederen Hammaäloth, liederen voor onderweg naar Jeruzalem. In Psalm 122 is de pelgrimsreis bijna voorbij. ‘Onze voeten zijn staande in uw poorten, o Jeruzalem’, kan de reiziger op weg naar Gods huis zingen. We zijn er bijna! We, want onderweg hebben ze elkaar ontmoet: hij, de pelgrim, op weg naar de tempel vanwege een van de grote feesten, en die anderen die óók zeiden ‘wij zullen in het huis des HEEREN gaan’.
Maar wat ga je daar dan doen in die tempel? Stap voor stap legt vers 4 dat uit:
'Jeruzalem … waarheen de stammen opgaan, de stammen des HEEREN, tot de getuigenis Israëls, om de Naam des HEEREN te danken.'
Je ziet het voor je: uit alle richtingen komen mensen naar Jeruzalem. Het is het volk van God, dat opgaat, de stammen des HEEREN. Tot ‘de getuigenis van Israël’, zegt de psalm. De getuigenis ziet met name op de twee stenen tafels, de Tien Geboden, die de HEERE aan Zijn volk heeft gegeven. Dáárheen gaan ze op. Ze komen om zich onder de wet van God te stellen. Op oude kansels kun je nog een lijst zien, vaak gemaakt van prachtig houtsnijwerk. Beeld voor een spiegel, de spiegel van de wet, waarin je jezelf als gemeentelid mag zien vanuit Gods wil. Het is goed te beseffen dat ook dát een wezenlijk onderdeel van het gaan naar de kerk is.

Dankweek
Vanuit de getuigenis, de wet, zijn vele andere wetten en leefregels aan Gods volk gegeven. Eén ervan wordt hier uitgevoerd. Het volk van God gaat naar de tempel, in navolging van Gods eigen opdracht (Ex 23:17; Deut. 16:16, 17): Ze gaan de HEERE danken! Het is dankdag, of zelfs dankweek. Gezien vanuit ‘gewas en arbeid’ ging men met Pesach naar de tempel om de HEERE te danken voor het eerste wat de oogst gaf. Vijftig dagen later kwam men op het Weken- of Pinksterfeest weer naar de tempel om er de HEERE te danken voor wat Hij tot dan toe gegeven had. En met het Loofhuttenfeest kreeg de dank voor het geheel van de oogst zijn grootste diepte en beleefde de vreugde zijn grootste hoogte. Dankdag, dankweek voor wat de HEERE gegeven had. Tegelijk stond dit alles in het kader van het besef dat het niet vanzelfsprekend was, wat men allemaal kon oogsten. Het land en alles wat daarin mocht worden opgebouwd, was uiteindelijk gave van God.
Pesach: bevrijding uit Egypte.
En Loofhuttenfeest: gedenken dat het volk in de woestijn in tenten woonde en door de HEERE verzorgd werd van dag tot dag. Dat maakte de dank voor de oogst des te groter.

Hart dat dringt
Dankdag: Gods volk gaat op om de HEERE te danken. Het is goed dat wij dat in een kerkdienst doen. Want het is niet alleen beleefd als je ‘dank U’ zegt, het is niet meer dan vanzelfsprekend. Ook wij: wat hebben wij, wat wij niet hebben gekregen? Gewas en arbeid zijn gaven van de HEERE. Net zo goed als kracht en gezondheid, om het werk te doen, gaven van de HEERE zijn. Wie beseft hoe de HEERE gezorgd heeft, die heeft reden tot danken. Dan valt het niet onder de godsdienstige plichten, zoals het volk Israël indertijd opgedragen werd naar de tempel te komen, maar is het je hart dat je dringt tot het danken van de HEERE.
Waren het in de tempel offers die gebracht werden, wij kennen dat niet meer. Wel is er de mogelijkheid om onze dank ook vorm te geven. In een hartelijk gebed waarin onze dankzegging klinkt, dat allereerst. Maar ook in een gave voor Zijn dienst; gave die werkelijk de typering van ‘offer’ mag dragen. De stammen gingen op om de Naam van de HEERE te danken. Gods Naam, diezelfde waarvan we iedere zondag zeggen: ‘Onze hulp is in de Naam van de HEERE.’
Op dankdag mogen we die Naam dankzeggen, dát Hij onze hulp was en ons gezegend heeft, zoals Hij heeft gedaan. Die Naam zíj gedankt!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Dankdag in Gods huis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's