BRIEFWISSELING
Zeer geachte Maria,
Mijn complimenten voor de ernst en diepte waarmee u vraagt en de antwoorden oppikt. En vervolgens weer nieuwe vragen daaraan vastknoopt.
Ik hoor in uw brieven uw aanhoudende vraag of niet het werk van de Heilige Geest meer gepreekt moet worden. En dan ook áls werk van de Heilige Geest. U vindt in de Bijbel dan ook talloze werkingen van de Heilige Geest terug. De Dordtse Leerregels geven er de samenvatting van (‘Hij opent het hart, etc’). Nu vermoedt u dat uw predikant geloof en bevinding uit elkaar trekt. Geloof en werking van de Geest uit elkaar trekt.
Dat is echter bepaald niet mijn bedoeling. Ik vrees eerlijk gezegd juist dat u dat zelf min of meer doet. Al mijn antwoorden (door u daartoe uitgedaagd) waren erop gericht juist die eenheid van geloof en werking des Heiligen Geestes te benadrukken. Die ik overigens meer bij Luther dan in de Dordtse Leerregels vind. Graag wil ik nog een keer proberen uit te drukken wat ik bedoel.
Natuurlijk is er zeer veel te zeggen en moet er in de prediking zeer veel gezegd worden over de werkingen van de Heilige Geest. Maar het is een ernstig misverstand om te denken dat de prediking van het geloof iets anders is dan de prediking van de werking van de Heilige Geest. Een misverstand dat helaas wél veel voorkomt. Er is immers veel prediking geweest die het werk van de Heilige Geest tot in alle (duistere) schuilhoeken van het hart naspeurde, waarbij de prediking van het geloof (ik bedoel de prediking van de geloofsinhoud en van de enige wég van het geloof ) ernstig tekort kwam. Het geloof kreeg helemaal geen plaats meer. Het geloof verloor zo zijn directe betrokkenheid op het Woord van God. Want men werd meer gericht op die werkende Heilige Geest dan op het Woord van de Heilige Geest.
Bij Luther kunnen we nu juist leren dat de werking van de Heilige Geest Woord-werking is. Luther kan dan ook bijna altijd Woord en Geest stuivertje laten wisselen. Wanneer Luther het heeft over het Woord, dan kun je evengoed lezen: Geest. En omgekeerd zijn de werkingen van de Geest voor Luther niet anders dan die van het Woord. Dat daarbij het geloof in en de onderwerping aan het Woord een werking van de Heilige Geest is, dat staat als een paal boven water. ‘Wat is geloven in de Heilige Geest?' (vraagt Luther in de Kleine Catechismus) ‘Dat is geloven, dat ik niet uit mijn eigen verstand of kracht in Jezus Christus mijn Heere, geloven of tot Hem komen kan, maar de Heilige Geest heeft mij door het heilig Evangelie geheiligd en staande gehouden.’ De winst die zo verkregen wordt, is zeer groot. Omdat ons hart zó niet gericht wordt op de Heilige Geest, en ook niet op onszelf, maar op het Woord en op Christus. De visie van Luther was dan ook ten opzichte van latere godgeleerden niet gebrekkig; maar hij staat op een (misschien wel eenzame) hoogte.
U zult aanvoelen dat ook mijn opmerking over de ontdekking van de zonde, door de Wet en niet door de Heilige Geest in dit verband werd gemaakt. Laten onze ogen toch zijn op Wet en Evangelie. Laat er niets komen tussen ons enerzijds en Wet en Evangelie anderzijds! De Heilige Geest staat niet vóór ons (en er tussenin), maar áchter ons.
Uw opmerkingen over opvoeden en leren, het belang daarvan, de verantwoordelijkheid die ouders en kerk hebben; daar ben ik het eigenlijk hartelijk mee eens. Willen de kerkelijke ambtsdragers daar iets in kunnen doen, dan zal aan die ambtsdragers wel hun (bijbelse) gezag moeten worden toegekend. En ook dat is een groot probleem. Het moet wachten tot een andere keer.
Met hartelijke groet, uw predikant
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's