De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoge roeping en heilige kunst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoge roeping en heilige kunst

Communicatie in de prediking [ 1 ]

9 minuten leestijd

Na de bijdrage van ds. Schuurman over de volmacht in de prediking plaatsen we in twee afleveringen de bijdrage van ds. P.J. Visser over de communicatie in de prediking, gehouden op de laatste ontmoetingsdag voor studenten in de theologie.

In alle communicatie die God met ons aangaat, is Hij erop uit om de relatie, die door de zondeval grondig verstoord is, te herstellen, te onderhouden en te versterken. Keer op keer horen wij uit Zijn eigen mond dat dit het is wat Hij op Zijn hart heeft: ‘Ik zal u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn.’ En nog persoonlijker: ‘tot een zoon, een dochter’.
Deze communicatie, die geschiedt via het Woord en door de Geest, voltrekt zich op verschillende momenten en manieren. Heel persoonlijk, in de binnenkamer. In de verborgen omgang met God. Maar met name ook in de kerk. Tijdens de hele eredienst en in het bijzonder onder de verkondiging. Paulus schreef: ‘Het geloof is uit het gehoor en het gehoor uit het gepredikte Woord Gods.’ (Rom. 10:17) In de hoogheilige communicatie die God met Zijn gemeente zoekt, worden mensen dus geroepen om intermediair te zijn: via hun mond wil God Zelf het woord nemen. Zo spreekt ook onze belijdenis (Dordtse Leerregels, I-3): ‘En opdat de mensen tot het geloof (bekering, schuldbelijdenis, overgave, verzoening, vernieuwing) worden gebracht, zendt God goedertieren verkondigers van deze zeer blijde boodschap.’

Risico en waagstuk
Gods spreekt tot mensen via mensen. In Zijn wijsheid heeft Hij gekozen voor die menselijke weg als de beste manier om ons te bereiken. Op z’n diepst bleek dat in Jezus, in Wie het Woord op een unieke wijze vlees en bloed werd. Deze vleeswording kreeg echter een pneumatologisch (pneumatologie: de leer omtrent de Heilige Geest) vervolg in de apostelen en alle verkondigers na hen. Na Zijn opstanding zei Jezus: ‘Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend ik ook u.’ Vervolgens blies Hij op hen en zei: ‘Ontvangt de Heilige Geest’ (Joh. 20:21, 22).
Waarom koos God bij uitstek die menselijke weg? En roept Hij mensen om intermediair te zijn in de communicatie van Hem met ons? ’t Is wat vreemd gezegd misschien: maar het is het beste middel dat Hij heeft. Ga maar na. Juist wie zelf aangesproken werd en wordt van Hogerhand, met alle reacties die dat oproept in eigen ziel, is in staat om anderen met dat Woord nabij te komen. Zo één voelt immers van binnenuit aan wat er in de ander omgaat en is in staat daarop aan te sluiten, in te haken. Tegelijk brengt het een enorm risico met zich mee. Het is ronduit een waagstuk dat God via mensen spreken wil. Want juist dat menselijke van de predikers kan ook nogal eens wat ‘ruis op de lijn’ veroorzaken. Waardoor de communicatie behoorlijk kan worden verstoord. En waaronder de relatie dan lelijk kan gaan lijden. Dat menselijke wat God inschakelt, is voor de communicatie niet alleen uiterst kostbaar, het maakt deze ook bijzonder kwetsbaar. Laten wij ons dat terdege bewust zijn.

Geen vrijbrief voor gemakzucht
In dienst genomen door de Heere – om stem te geven aan Zijn stem – zijn we geroepen de ruis zo veel mogelijk te vermijden en weg te nemen. Vandaar de gerichte aandacht voor de communicatie in de prediking. Wij zijn het verplicht aan onze Zender en aan de Zaak die we dienen, alles op alles te zetten om deze zo goed mogelijk te laten verlopen. Ook dit staat in het kader van de navolging van Christus: zoals Hij alles inzette tot herstel van de relatie met God, bloed, zweet en tranen, zó zullen ook wij alles op alles zetten om daaraan dienstbaar te zijn. Zweten en ploeteren op je studeerkamer en goed oefenen voor de spiegel op stem en intonatie zijn niet minder geestelijk dan gebed en meditatie.
Het zou ronduit zonde zijn, een verzaken van onze roeping, als wij ons hier met een Jantje van Leiden van afmaken. O zeker, vanwege de aard van de prediking – als het ter sprake brengen van de Sprake Gods – kan zij nooit anders dan in ‘vreze en beven’ en ‘met veel zwakheid’ geschieden (1 Kor. 2:3). Wij komen in principe nooit boven de uitroep ‘Wie is tot deze dingen bekwaam?’ en boven de belijdenis ‘Onze bekwaamheid is uit God!’ uit. Maar dit is geen vrijbrief voor gemakzucht. Het houdt juist onze uiterste inspanning in.

Schema
Hierbij geef ik in schema weer hoe God vanuit het Woord een relatie aangaat en onderhoudt met mensen (de gemeente) en welke centrale rol de prediking in deze communicatie tussen God en mens vervult.
Aan de hand van de drie lijnen die er in dit schema lopen, ga ik nader in op de rol van de prediker als intermediair.

1. Prediker als hoorder

Bevindelijk
Als verkondigers moet wij eerst hoorders willen zijn. Wat zegt God mij in dit gedeelte? Welke bemoediging of vermaning hoor ik hier? Waar ligt mijn moeite? Waar herken ik mij in? Wat roept verzet op? Juist door deze vragen te stellen en te beantwoorden, als mens en gelovige, zal de boodschap als vanzelf meer afgestemd worden op mijn hoorders (ik verschil immers niet zoveel van hen!). Bovendien zal zij vanaf het begin persoonlijker (bevindelijker, existentiëler) door mij worden verstaan en begrepen, wat de communicatie straks alleen maar ten goede kan komen. Haar duidelijker, levendiger en krachtiger zal maken (Vgl. Eugène H. Peterson, Dragende delen, p. 83- 114).

Exegetisch
Vervolgens komt het aan op een zorgvuldige exegese. Het gaat immers om de Woorden van God! Staat er wat ik hoorde. Of staat er toch iets anders. Sowieso zal er meer gezegd zijn dan ik op het eerste gehoor opvang. Het is noodzakelijk en heilzaam ons daarin door anderen (commentaren) te laten corrigeren. Ook hier geldt dat wij alleen samen met anderen de diepte, hoogte, lengte en breedte leren verstaan van wat God op Zijn hart heeft. Wie daar serieus werk van maakt, wordt geregeld verrast. Ontdekt wekelijks, naast het bekende, iets van het ongekende.

Hermeneutisch
Daarna moet ik mij de hermeneutische vraag stellen. De lastigste. Ik kan daar in dit verband niet te diep op ingaan, maar zou die in het licht van bovenstaande als volgt willen formuleren: wat gebeurt hier in de relatie tussen God en mens (en tussen mensen onderling voor Gods Aangezicht) en wat zou dit vandaag voor ons kunnen betekenen, in onze relatie met God en met elkaar? Het gaat hier om een wisselwerking tussen een grondig inleven in de situatie van toen en van nu. Het komt erop aan dat wij deze vertaalslag zo goed mogelijk maken, wil onze verkondiging niet in een ver verleden blijven steken. Wereldvreemd worden en in de lucht blijven hangen.
Geroepen zijn wij om Gods beloften en geboden te vertolken in het hier en nu, te laten landen in de werkelijkheid van vandaag. Hier zijn wij niet klaar met een paar gemeenplaatsen. Dit vraagt om een profetische doordenking van het Woord: actualisering en toepassing van het geschreven woord in de gegeven situatie. Bidden en zweten gaan hier samen op, helder inzicht en stille meditatie gaan hand in hand.

2. Prediker als verkondiger

Ingeschakeld
Het feit dat God door ons heen Zijn werk wil doen, mag ons enerzijds veel moed en vertrouwen geven. En daarmee de nodige ontspanning. Anderzijds geeft het echter aan ons bezig zijn ook een bijzondere dimensie: omdat het om Gods werk gaat, is alle slordigheid en onzorgvuldigheid in de communicatie verboden. Het vereist alle mogelijke inspanning van mij. En dan gaat het niet meer alleen om wat ik zeg, maar ook om hoe ik het zeg. de verkondiging van het evangelie vraagt om een goede opbouw en structuur, een juiste intonatie en houding. Ik moet er uit alle macht voor waken dat mijn manier van zeggen en doen niet afstotend en hinderlijk overkomen. En ik mag daar best flink aan werken, in oefenen. Zeker in onze tijd, nu een goede communicatie heel belangrijk geworden is om iets over te brengen, mogen wij daarin niet achterblijven. Daarmee doen wij onnodig schade aan de doorwerking van het evangelie. Ik denk in dit verband even aan David. In Gods Naam ging hij Goliath tegemoet – dat was het beslissende! –, maar intussen zocht hij zorgvuldig naar een paar goede stenen en hanteerde hij met volle concentratie de slinger om doel te treffen (vgl. 1 Sam. 17:37-40).

Het beste inzetten
Als we ervan overtuigd zijn, dat het in de evangelieverkondiging gaat om de meest wezenlijke boodschap voor mensen, dan zullen we in de overdracht daarvan in principe alleen met het beste genoegen mogen nemen. Het beste moeten halen uit de gaven en talenten die God ons gaf. Augustinus was er al van overtuigd dat verkondigers zich moeten scholen in retorica. Verkondiging als heilsbemiddeling is namelijk niet alleen een hoge roeping maar ook een heilige kunst. Een ambacht dat we ons eigen moeten leren maken. Met inzet van alle kracht. Juist omdat het om Gods Zaak gaat.
Jezus kon communiceren als geen ander. Wij moeten het stukje bij beetje leren. Daarbij kunnen we het nodige van Hem ‘afkijken’. Het feit dat Jezus de schare leerde als machthebbende en niet als de Schriftgeleerden, heeft niet alleen alles te maken met wat Hij zei, maar net zo goed met hoe Hij het zei: begrijpelijk, helder, met goede en herkenbare beelden, met een zuivere intonatie, één met Zijn boodschap, echt in Zijn emotie. Mede omdat Hij zo goed te volgen was, had Zijn woord de mensen het nodige te zeggen, bezat het gezag. Mij dunkt, daar kunnen wij van leren. Hoe moeilijker iets te volgen is, hoe minder het heeft te zeggen en hoe meer het aan gezag en kracht inboet.

Alsof er geen Heilige Geest is
Volgens de communicatiewetenschap gaat van een goede boodschap die slecht wordt gecommuniceerd, zo’n 87 % verloren. Al betwijfel ik het of dit ook helemaal waar is als het om de evangelieverkondiging gaat – omdat dit van een eigen en andere orde is – het zegt intussen wel wat. Al zou het de helft zijn, dan was het nog te veel! Het is niet terecht om gemakzucht op dit punt af te schuiven op de Heilige Geest (die het moet doen) of op de hoorder (die zich maar beter moet inspannen dat uur in de week). Wij zijn geroepen ons te oefenen dit percentage zoveel mogelijk te verlagen. Spurgeon hield zijn studenten voor dat zij zo moesten preken alsof er geen Heilige Geest was en alles van hen afhing. Pas dan mogen we ten volle van de Geest verwachten wat ons niet lukt: dat Hij door het gesproken woord harten zal aanraken en wederbaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Hoge roeping en heilige kunst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's