Een erfenis…
Pastor in het verpleeghuis [ 11 ]
'Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, die naar zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u' (1 Petr. 1:3, 4).
Wat laat een mens achter?
Wij noemen wat de mens na het overlijden achterlaat een erfenis. Mensen van deze eeuw kijken dan vooral naar materiële zaken. Zijn er waardevolle spullen? Wat had de overledene aan geldmiddelen, aan bezit? Wat zou er in het testament staan? Petrus spreekt over een andere erfenis, een erfenis die onverderfelijk is; een eeuwige erfenis.
Opname in ons verpleeghuis
In ons verpleeghuis zijn de nieuwbouwplannen in een ver gevorderd stadium. Een groot aantal bewoners moet nu hun slaapkamer nog met drie andere personen delen. Mijn vader, die in ons huis opgenomen is, deelt met drie andere mannen zijn slaapkamer. Zijn bezittingen kunnen in een bescheiden hangkast en in een nachtkastje.
Dat is wat nog overgebleven is van zijn bezittingen die in zijn appartement in Harderwijk stonden. Geen plaats voor boeken, geen ruimte voor een cd-speler, voor meubilair of een schilderij. Waar mijn ouders voor de Tweede Wereldoorlog zo hard voor gespaard hebben, daar is niets meer van overgebleven.
Bewoner(s) geworden
Zo was ook zij met haar man in ons verpleeghuis komen wonen. Hun bezittingen pasten in twee kartonnen dozen. Na een maand overleed haar man. Zij bleef alleen achter. Ze was vergroeid door de reuma. Weggedoken zat ze in haar rolstoel. Door middel van een hoofdsteun werd haar hoofd in de goede richting gehouden. Ze kon immers haar hoofd maar met moeite oprichten. Als je met haar wilde spreken, moest je op je knieën voor haar zitten. Ze kon je dan zien en in de ogen kijken. Ik kon niet meer met haar op een gewone manier communiceren. Wel had het woord ‘dominee’ voor haar een bijzondere betekenis. Ze had een natuurlijk respect voor dominees. Mijn stem was voor haar een bekende stem geworden. Als ze er toe in staat was, kwam ze naar de bijbelkring en bezocht ze de zondagse kerkdienst in onze kapel.
Als ik voor haar ging zitten, praatte ze wat. De woorden die ze sprak, waren vaak onverstaanbaar. Aan haar ogen, die oplichtten als je sprak, kon je zien dat ze die aandacht op prijs stelde. Ik zocht wat naar woorden uit het Woord en hield haar hand vast.
Bezoek
Elke dag omstreeks half twaalf kwamen haar dochter en schoonzoon of een van de kleinzoons om moeder eten te geven. Met veel liefde en geduld gebeurde dit. De laatste tijd werd dit eten geven steeds moeilijker. Kleine beetjes werden geconsumeerd, soms ging het in geheel niet. Het slikken werd hoe langer hoe moeilijker. Het geven van eten werd een stil gevecht.
Totdat ... er niet meer werd gegeten ... niet meer gedronken. De krachten verminderden. Zichtbaar werd hoe de aardse tent, tabernakel werd afgebroken. Opnieuw werd het duidelijk dat de dood tot ieder mens komt. Wat een pijn kan dit geven. Ook hier.
Wachten
Ook deze mevrouw voelde aan dat ze heen zou gaan, zou sterven. Bij het lezen uit de Bijbel en het gebed lag ze me aan te kijken met een tevreden blik.
Ze lag te wachten tot de HEERE haar Thuis zou halen. Zo gebeurde het op een stille zondagmorgen. Er was geen sprake van een testament. Materieel was er niets te verdelen. Deze mevrouw had in haar gezonde dagen getuigd van haar Zaligmaker. Gedichten die haar aangesproken hadden, had ze in een notitieboekje opgeschreven. Dat boekje werd als een kostbare schat in de familiekring bewaard. Het was een gééstelijk erfenis. Het volgende gedicht had ze als een van de laatste gedichten opgeschreven.
Avondgebed van een hoogbejaarde
Ik zou gaarne voor U knielen, Heer',
zoals ik deed in vroeger jaren.
Mijn benen die toen onvermoeibaar waren,
zijn nu te stram, ik kan dit nu niet meer.
Ik loop zo slecht
en dan nog steeds met pijn,
als je ouder wordt zit een mens vol kwalen,
ik hoop, o God dat U mij gauw komt halen.
Ik zou zo graag bij U willen zijn.
Ik ga nu slapen, want ik ben zo moe.
Ik had U eigenlijk nog veel te vragen,
maar mijn gedachten gaan zo snel vervagen,
zodat ik niet meer weet, van wat ik zeg en doe.
Kom spoedig Heere, want het wordt hier zo stil,
maar geef geduld, als ik nog wat moet wachten.
Ga Gij met mij door dagen en door nachten,
dat vraag ik U, o God, om Jezus’ wil. Amen.
Voorbereiden van de rouwdienst
Toen ik met familie de rouwdienst voorbereidde, kwam dit notitieboekje te voorschijn. Poëtisch gezien verdient het bovenstaande gedicht niet de prijs voor de letteren. Maar het vertolkt precies wat deze oude moeder, bewoonster van ons huis, beleefde. Het gaf haar geloofsvertrouwen weer.
Tijdens de rouwdienst werd gemediteerd over de woorden van 2 Korinthe 5:1: ‘Want wij weten zo ons aardse huis van deze tabernakel afgebroken wordt, wij een gebouw van God ontvangen, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.’ Dat was het blijde vooruitzicht van deze moeder en oma.
Erfenis
Denken we over onze toekomst, over de eeuwigheid na? Het is mogelijk dat er een tijd komt dat u en ik onze gedachten niet meer kunnen ordenen. Dat onze geest versluierd raakt. Wat laten wij dan na als erfenis? Is er een geestelijke erfenis?
De erfenis waar Petrus over spreekt. De erfenis waar God de Vader voor heeft gezorgd. De erfenis die God de Zoon heeft verdiend. De erfenis die de Heilige Geest in het leven van een zondaar werkt en wedergeboren doet worden tot een levende hoop.
Het is geen uitzondering dat bij het voorbereiden van een rouwdienst er door de kinderen gezegd wordt dat over het geestelijk aspect in het leven van vader of moeder niet gesproken werd. Misschien doet dit artikel een appèl op u om zich te bezinnen. Om na te denken over in Wie u gelooft en welke erfenis u achterlaat. Niet alleen een gedicht, maar ook een brief, goede gesprekken vertolken iets van die geestelijke erfenis. Een oud lied uit de bundel van Johannes de Heer zet zo in:
Ik heb geloofd en daarom zing ik,
daarom zing ik van genâ,
van ontferming en verlossing
door het bloed van Golgotha.
Daarom zing ik U, die stervend
alles, alles hebt volbracht,
Lam Gods, dat de zonde wegneemt,
Lam van God voor ons geslacht!
Wie in Hem gelooft, laat een heerlijke erfenis achter. Het gebouw van God niet met handen gemaakt, wacht. Een eeuwig thuis. Een onverderfelijke en onbevlekkelijke erfenis. Wat een blij vooruitzicht. Getuigt u hiervan in uw leven? Wat een buitengewone erfenis laat u dan na.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's