De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Band tussen letteren en muziek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Band tussen letteren en muziek

Omgaan met literatuur [ 2 ]

9 minuten leestijd

Als we over literatuur en muziek spreken, is het eerste wat we kunnen zeggen dat er tussen die twee kunstvormen allerlei raakvlakken zijn. In deze bijdrage beantwoorden we de vraag: Is muziek tijdlozer dan literatuur?

Vele componisten, onder andere Schubert en Brahms, hebben bij gedichten muziek gecomponeerd. Dichterbij huis blijvend noem ik het kerklied, in de eerste plaats de Geneefse psalmmelodieën die we nog elke zondag zingen, maar ook de vele gezangen en liederen uit verschillende tradities, zowel eenvoudige volksliederen als literaire gedichten die van een melodie zijn voorzien. De drama’s van Shakespeare en Goethe hebben vele componisten geïnspireerd tot het schrijven van orkestrale en vocale werken (symfonische gedichten, opera).
Niet alleen klassieke teksten, maar ook de Bijbel vormt een bron van inspiratie. De tekst van Händels Messiah bestaat uit bijbelteksten. In een museumshop op Patmos kocht ik een dvd van een eigentijds Grieks oratorium over de Openbaring van Johannes. Het zijn slechts enkele voorbeelden die laten zien hoe nauw de band is tussen letteren en muziek.
Nu legde de redactie me de vraag voor waarom muziek tijdlozer lijkt dan literatuur. Ik vind dat een lastige vraag. Over welke literatuur en welke muziek praten we? Aan welke lezers en hoorders denken we? Aan welke leeftijdsgroep? Ik moet deze vragen laten rusten en beperk me tot enkele opmerkingen.

Relativering
Laat ik beginnen met de vraagstelling te relativeren vanuit wat ik waarneem en hoor. Wat de literatuur betreft, er worden nog altijd klassieke werken herdrukt. Van een antieke auteur als Flavius Josefus is enkele jaren geleden een mooie vertaling verschenen. Recent is er een geheel nieuwe vertaling van Dostojewski’s meesterwerk De broers Karamazow gepubliceerd. Uitgevers zien daar kennelijk brood in; er moet dus een markt voor zijn. De aantallen zullen stellig kleiner zijn dan bij een eigentijdse bestseller, maar zou dat honderd jaar geleden anders geweest zijn? Ik denk het niet. Omgekeerd, wat de klassieke muziek betreft, ook die heeft haar eigen publiek. Het zijn vooral de ouderen die de concerten bezoeken. Jongeren zie je betrekkelijk weinig bij orkestconcerten, enkele ‘toppers’ daargelaten. Wat de orgelcultuur betreft, het is bekend dat die onder jongeren uitermate laag scoort. Over het algemeen worden orgelconcerten matig tot slecht bezocht, tenzij de concertgever een programma samenstelt van vaak populaire bewerkingen. Daar is niks mis mee, maar het illustreert wel dat de aandacht voor de grote klassieken in de orgelwereld (Bach, Franck, Widor) tot een kleine groep liefhebbers beperkt is. Denk ik aan de kerkdiensten, dan hoor ik van de kant van predikanten en jeugdwerkers dat de klassieke psalmmelodieën – door musici geroemd – vele jongeren niet aanspreken. Klassieke cd-zaken hebben vaak moeite zich te handhaven.
Nog een waarneming die te denken geeft en laat zien hoe complex de vraag is: Van hedendaagse romans verschijnen soms in een jaar vijf tot zes drukken.
Eigentijdse boeken scoren hoger dan de klassieke werken. Omgekeerd: Bach, Vivaldi en Mozart trekken volle zalen. Maar modern klassieke muziek moet het hebben van een klein aantal liefhebbers dat die eigentijdse muziektaal weet te waarderen.
Dat gezegd hebbende, voeg ik er aan toe dat de waarneming van de redactie toch terecht is.
Uitvoeringen van de Matthaüs-Passion waarvan de tekst, voor zover het niet de bijbeltekst is, uitgesproken barok is en ver van ons af staat, trekken jaarlijks duizenden mensen, waaronder ook velen die openlijk zeggen dat ze met het geloof van Bach niets hebben. Een festival voor Oude Muziek staat breed in de belangstelling. Daarbij vergeleken is de aandacht voor onze grote dichters en schrijvers uit de Gouden Eeuw en uit de negentiende eeuw beperkt tot een kleine groep. Zelfs auteurs als Vestdijk komen op boekenlijsten van middelbare scholieren nauwelijks meer voor.

Eigen taal
Wat zijn de oorzaken? Het heeft in elk geval te maken met het feit dat muziek en letteren elk hun eigen taal hebben. Dr. C. Rijnsdorp, bekend letterkundige uit de vorige eeuw, die zich aanvankelijk op de muziektheorie toelegde, zegt in een interview: ‘Muziek is een voortaal – laat de zetter er geen voertaal van maken! – muziek is een taal die aan de taal vooraf gaat. Ze kan gevoelens en gewaarwordingen, waarvoor de taal geen woorden heeft, onmiddellijk overdragen’. Muziek is klanktaal die je bovendien op verschillende manieren tot je kunt nemen. Je kunt heel geconcentreerd als concertbezoeker of via een cd genieten van een symfonie van Beethoven, een cantate van Bach of een geestelijk lied, maar muziek kan ook de functie vervullen van achtergrondmuziek bij het werk, of om een bepaalde sfeer te scheppen. Muziek doet vooral een beroep op je emoties, je gevoel.
Literatuur, een roman of een gedicht, is spelen met woorden, met taal. Ook daar speelt uiteraard gevoel mee. Je kunt ontroerd worden bij het lezen of horen van een mooi gedicht. Toch richt woord zich vooral tot het verstand van de mens. De lezer moet willen nadenken en bereid zijn de schrijver te volgen op zijn taalwegen.
Taalgevoeligheid, inzicht in taalstructuren en taalvormen, woordspelingen enz. zijn van belang om een gedicht te kunnen begrijpen. Wat kort door de bocht geformuleerd: muziek onderga je, een goed boek vraagt concentratie.

In beweging
Daarbij komt dat harmonie, ritme, klanktaal de eeuwen door meer constanten en herkenning oproepen dan taalvormen. Taal is altijd sterk in beweging. Woorden verouderen, krijgen andere betekenissen, waarbij de oude schrijfwijze en betekenis soms moeilijk meer te vatten is. Het Nederlands van de Statenvertaling vraagt inspanning en is, zo blijkt ook onder ons, voor vele jongeren een verre en vreemde taal geworden.
Voeg daarbij het gegeven dat oude literatuur voor het gevoel van de mens van vandaag langdradig is, omslachtig. Duizend bladzijden Dostojewski of de breed uitgesponnen romans van Bosboom-Toussaint nodigen in een tijd waarin we gewend zijn op een snelle en beknopte manier informatie te verzamelen, bepaald niet uit zulke werken ter hand te nemen. Te omslachtig en te wijdlopig is veler oordeel. Wie gunt er zich echt de tijd voor?
Bij muziek ligt dat anders. Bachs Mattheüs-Passion vraagt drie uur onze aandacht, maar men brengt het makkelijker op dan drie uur klassieke literatuur lezen. De tekst blijkt geen belemmering te vormen om toch door de kracht van de muziek geboeid te worden. Een opera van Mozart kan teruggaan op een verhaal dat voor ons gevoel weinig om het lijf heeft, maar de muziek is er niet minder geliefd om. Geen wonder dat instrumentale bewerkingen van zulke vocale composities het goed doen.

Geestelijke afstand
Muziek kan blijven boeien, ook al is er geestelijk en cultureel een grote afstand tot de wereld van de componist. Met de literatuur ligt dat anders. De klassieke literatuur uit de Gouden Eeuw is verbonden met een cultuur die deels door de antieke wereld van Griekenland en Rome, maar voor een groot deel ook door de Bijbel bepaald is. De literatuur van de negentiende eeuw ademt vaak de sfeer van de burgerlijke cultuur van die tijd. In beide opzichten werkt dat vervreemdend op de lezer van vandaag. De secularisatie betekent een crisis ten aanzien van het geloof in de levende God. Vondels treurspelen of een gedicht van Revius zijn voor velen vandaag ten enenmale onverstaanbaar. En ten aanzien van de negentiende-eeuwse maatschappij is er historisch een geweldige afstand. Op het gevaar af te generaliseren: literaire producten spreken aan, voorzover ze algemeen menselijke levensproblemen aansnijden of – denk aan Jan Siebelinks bestseller Knielen op een bed violen – religieuze thema’s die voor velen tot een subcultuur behoren waar men mee heeft afgerekend en tegelijk nog door geboeid wordt.

Waardevol
Ik wil niet volstaan met een constatering. De redactie stelt me ook de vraag of we onszelf te kort doen, als we de klassieken ongelezen laten. Ik ben er van overtuigd dat dit inderdaad het geval is. Via de grote schrijvers uit het verleden leer je de geschiedenis van een volk of de maatschappelijke omstandigheden kennen. Denk aan de romans van Charles Dickens, Literatuur vormt vaak een tijdspiegel. Jaren geleden verscheen er een boek over de dominee in de spiegel van de literatuur. Je leert er over de maatschappelijke ontwikkeling van de predikantenstand meer van dan van menig zwaar geladen wetenschappelijke studie.
Goede literatuur bepaalt je bij de grote existentiële vragen van het mens-zijn. Soms helpen ze je om de betekenis van bijbelgedeelten dieper te verstaan, soms – in hun afweer tegen het geloof – drukken ze je met de neus bovenop het feit hoe onvanzelfsprekend levend geloof is!
Voorts is er ook het aspect van het schone. Spelen met taal, oog krijgen voor de beeldenrijkdom, voor de verschillende lagen in een gedicht zijn verrijkend voor wie de moeite en de tijd neemt de woorden op zich te laten inwerken. Het kan ook een dam opwerpen tegen de verplatting die je her en der in onze cultuur opmerkt.
Onze literaire culturele erfenis is te waardevol om die in het vergeetboek te laten verdwijnen. Juist in een multiculturele samenleving waarin culturen elkaar ontmoeten en soms op elkaar botsen, bewijzen we onze medelanders uit andere culturen de beste dienst als we de schatten van onze eigen literaire cultuur kennen en doorgeven. Er is dus op het terrein van scholing en vorming nog veel werk aan de winkel!

A. Noordegraaf

Volgende week deel 3: Literatuur sinds de Tweede Wereldoorlog.

Welk literair boek wilt u vanwege welke reden onder de aandacht van de lezer van ons blad brengen? In de kantlijn van de reeks artikelen over Omgaan met literatuur geven diverse personen antwoord op deze vraag. Als tweede Mirjam Bikker, landelijk preses van de studentenvereniging CSFR.

Gert-Jan Segers
Enkele jaren geleden schreef Gert-Jan Segers het boek Overwinteren. Graag breng ik dit boek onder uw aandacht vanwege de oprechte en scherpe schets van de levens van vier studenten, die bij elkaar in huis wonen. De combinatie van het alledaagse studentenleven en de wezenlijke vragen die er soms sluimerend, vaker nog heel manifest zijn, en de manier waarop deze studenten er mee omgaan troffen me.
Veel studenten, ook binnen de CSFR, weten zich geconfronteerd met de existentiële vragen naar de zin van het leven, het bestaan van God en hoe te geloven. Segers stelt deze vragen in zijn boek zonder de scherpe kanten er vanaf te halen. Dat maakt het eerlijk.|
In tegenstelling tot de hoofdpersonen in het boek leven wij vaak veilig in onze eigen christelijke wereld. Segers laat scherp de gevolgen zien. Het is voor de CSFR, maar eigenlijk voor ons allemaal belangrijk om echt onze plaats in te nemen in de (studenten)wereld en zo te leven tot Gods eer.

Mirjam Bikker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Band tussen letteren en muziek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's