Als christen naar de stembus
De aarde is van de HEERE
Nog minder dan een week, dan ontmoet elke kiesgerechtigde Nederlander stemcomputer of rood potlood voor de belangrijkste verkiezingen in ons democratische stelsel, de keuze van 150 volksvertegenwoordigers. Daarbij is er meer aan de orde dan de strijd tussen Balkenende en Bos, hoe belangrijk de identiteit van de toekomstige premier ook is.
Ik roep u op om als christen te gaan stemmen. Deze woorden uitte een predikant uit de Protestantse Kerk die niet tot de Confessionele Vereniging of de Gereformeerde Bond behoort, in het verleden op een zondag voor de gang naar de stembus. Het leverde hem een verontwaardigde reactie van een VVD-gemeentelid op. ‘Maar ik heb niet beweerd dat u geen VVD moet stemmen, al zal dat míjn keuze nooit zijn. Ik wil u oproepen als christen te stemmen.’ Het voorbeeld leert dat het kerkbreed weinig gewaardeerd wordt, als er een stemadvies gegeven wordt, tenzij de partij van eígen voorkeur onder de aandacht komt. Dat mag natuurlijk niet betekenen dat er niets meer gezegd wordt.
Grondslag
De redactie van De Waarheidsvriend heeft inzake dit thema als beleid dat politieke partijen die in hun grondslag verwijzen naar Gods Woord, het evangelie of de belijdenis van de kerk ruimte kunnen reserveren in de advertentiekolommen. In de huidige situatie betekent dit dat de lezer hierin drie partijen aantreft. Wat de artikelen betreft is er geen plaats voor partijpolitiek, wél voor het stimuleren van christelijke politiek. Waar de grondlijnen hiervan getekend worden, is de lezer mondig genoeg zijn eigen verantwoordelijkheid te verstaan. Inderdaad, als chrísten. Het was vanuit dit motief dat ds. Blenk in zijn bijdrage van 2 november ‘christelijke wenken’ wilde aanreiken om als predikant de politieke verantwoordelijkheid in de prediking te benoemen, zonder aan partijpolitiek te doen. In aansluiting op zijn bijdrage volgen vandaag nog enkele gedachten.
Koninkrijk
Wat goed is voor de kerk, is ook goed voor de staat – die stelling komt van de calvinistische dichter Jacobus Revius, zo leren we uit het recent verschenen boek over hem: Revius – denker, dichter, dominee.
Gods kerke reizet nog door ongebaande straten.
Zij was in ’t jodendom, dat heeft ze nu verlaten (…).
Waar zal ze, bid ik, toch eens rustelijk belenden?
In Sion is haar grond, daar zal haar doling enden?
De kerk heeft op die dolende weg daarom de bescherming van de staat nodig. Beide dienen – op eigen wijze – gericht te zijn op Gods Koninkrijk, waaraan ook de politiek zich dienstbaar weet. Hier hebben we het over een kern van de christelijke politiek, dienstbaarheid. Niet voor niets ging de SGP in 2002 de verkiezingen in onder het motto Tot Uw dienst en verscheen vanuit het wetenschappelijk bureau van de ChristenUnie een jaar eerder de studie Dienstbare samenleving. In de wijze waarop een politieke partij vanuit het Woord van God als richtsnoer het land wil dienen, hebben we een waardevol ijkpunt voor de toetsing van haar identiteit. Hier raken we ook aan de verbondenheid met Christus, Die heeft laten zien wat dienst in het Koninkrijk van God is. Hij had (Ps. 40) lust om Gods welbehagen te doen en in de navolging van Hem gaat het de christenpoliticus om het leven naar Gods geboden – leefregels die ook het welzijn van de maatschappij dienen.
En vanwege dit laatste moeten we hierin geen al te scherpe scheiding maken, zoals oud-minister Donner in juni deed, toen hij christelijke politiek zelfs gevaarlijk noemde. De CDA-voorman verwees daarbij naar Jezus, Die zei dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld is. ‘In die zin is er geen christelijke politiek en wat als zodanig wordt gepresenteerd, zal steeds de Heer der kerk beschamen want het is van en voor deze wereld.’
Bij de onderscheiden taken van kerk en overheid wordt hierbij voorbijgegaan aan het woord uit Psalm 24: ‘De aarde is van de HEERE en al wat ze bevat, de wereld en die er wonen.’
Staatsman
In een recent gehouden preek vroeg ds. A. Beens aandacht voor het onderscheid tussen een staatsman en een politicus. Een politicus leeft naar de verkiezingen toe, is bezig zoveel mogelijk binnen te halen van zijn standpunten, kijkt vooral naar het hier en nu en kan ook zomaar wijzigen in zijn prioriteiten. Een staatsman kijkt verder dan de verkiezingen en is bezig met het goede voor geheel de samenleving, ook voor de toekomst, dwars tegen de publieke opinie of de politieke hype in. Die constatering mag in de gemeente gepaard gaan met het gebed óm en voor ‘staatsmannen’, mensen die zoals Daniël vanuit een doorleefde geloofsovertuiging verantwoordelijkheid dragen in het openbare leven. Vanwege zijn volhardende (gebeds)leven met de God van Israël kwam er voor Daniël steeds minder ruimte aan het hof van Darius. Niettemin, in een van God vervreemde cultuur is zijn invloed groot.
Getuigenis
De discussie in christelijke kring lijkt zich ook deze verkiezingen toe te spitsen op de vraag naar wat strategisch stemmen is. Zo wordt er een nauwe koppeling gelegd tussen de identiteit van een partij en de eventuele mogelijkheid zoveel mogelijk van de politieke standpunt te realiseren. Dat is een begrijpelijke koppeling, al zijn er zeker relativerende kanttekeningen bij te plaatsen.
Ik denk opnieuw aan Daniël, die elke strategie vreemd was en die volhardde in volstrekte toewijding aan de Heere. Ik denk ook aan het GPV-kamerlid Pieter Jongeling (1963-1977), wiens getuigende optreden zoveel indruk maakte dat Godfried Bomans hem zijn stem wilde geven – een feit dat niet op de tv vermeld mocht worden, omdat het GPV vanwege de populariteit van Bomans anders verschillende zetels zou winnen! Het toont dat een getuigenis tot invloed kan leiden, los van het aantal zetels dat binnengehaald wordt.
Vrijheid van onderwijs
Het laat zich voor de kiezer ook moeilijk in kaart brengen wat de precieze winst van een christenpoliticus als Balkenende is. Waar ChristenUnie en SGP zich kritisch uiten over wat zijn kabinet op niet-materieel terrein bereikt heeft, zegt Balkenende in een vraaggesprek met het RD: ‘Neem verder het punt van artikel 23 van de grondwet (over de vrijheid van onderwijs, red.). Sommige partijen wilden daaraan tornen. Ik ben er zeker van dat als er een andere coalitie was geweest, of als ik zelf geen premier was geweest, dit soort debatten op een andere manier was gevoerd.’
In de onlangs verschenen studie Bijzonder onderwijs schrijft oud-PvdA-kamerlid Marleen Barth echter: ‘Dat onder Paars artikel 23 niet geschrapt is, had (…) veel te maken met een min of meer onuitgesproken afspraak tussen de onderwijswoordvoerders van de VVD en de PvdA, Cornielje en ondergetekende. In ons beider fracties slaagden we erin elke poging artikel 23 aan te tasten, af te weren.’ Het voorbeeld toont aan dat niet-confessionele kamerleden die niet alles verwachten van een humanistische meerderheidscultuur, evenzeer van betekenis zijn.
Toetsingspunten
Zo zijn er voor degenen die de gang naar de stembus gaan maken, concrete ijkpunten om de politieke programma’s aan te toetsen. Kerk In Actie, het diaconale programma van de Protestantse Kerk, zette op haar website een overzicht van de standpunten inzake armoede, landbouw, asielzoekers, integratie en ontwikkelingssamenwerking, waarna de kiezer zijn winst kan doen. Opvallend is daarbij dat waar CDA, PvdA, VVD, SP, GroenLinks, de ChristenUnie en D66 genoemd worden, de SGP in vrijwel alle overzichten ontbreekt. Wie regelt een ontmoeting tussen dr. B. Plaisier en SGP-leider Van der Vlies?
Opvallend is ook dat de kerk vooral wil toetsen op macro-ethische thema’s. Wie als christen naar de stembus gaat, wil toch ook weten welke partij aandacht vraagt voor de benarde positie van vervolgde christenen in zoveel landen? En welke partij opkomt voor de beschermwaardigheid van het ongeboren leven, van het kwetsbare leven in de laatste levensfase? Voor het huwelijk – en daarmee voor heel de seksuele moraal, de prostitutie enzovoort – als levensverbintenis die in de Bijbel zoveel aandacht krijgt? Zelfs het gezin ontbreekt op de site van Kerk In Actie.
Stil en gerust
Net als Revius heeft Paulus voor de overheid een taak ten dienste van de christenen – en omgekeerd. De voorbede moet beoefend worden – zelfs vóór alle dingen (1 Tim. 2:1) – voor degenen die in hoogheid zijn, opdat we een ‘stil en gerust leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid’. Dat is niet vanzelfsprekend, want in de tweede brief aan Timotheüs (3:12) zegt de apostel dat allen die godzalig willen leven, vervolgd zullen worden.
Is dan onze eerste taak niet het gebed voor degenen die zich als christen beschikbaar stellen om te dienen in gemeenteraden, de provincies, als volksvertegenwoordiger, op Europees niveau, die dienen op verantwoordelijke posten? Tegelijk strekt dat gebed zich uit naar álle mensen. Zo kunnen we de komende week in Gods handen leggen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's