De dorpsdominee als je vader
Gezin in de pastorie
Na het artikel in ons blad over het gezin van de dominee (7 september) schreven de Krimpense jongeren Wim en Lydia Lammers dat zij het leven in de pastorie steeds meer als bijzonder en verrijkend ervaren (12 oktober). De redactie ontving echter ook een ander signaal, van een domineesvrouw. Op deze pagina is die afgedrukt. Aan ds. Van Santen, die voor zijn huidige gemeente Noordhorn de plattelandsgemeenten Tiendeveen en Nieuw-Balinge diende, vroegen we een reactie.
Allereerst wil ik de briefschrijfster hartelijk danken voor het feit dat zij in de pastoriekeuken laat kijken. Ze noemt de pastorie in veel plattelandsgemeenten een glazen huis. Dit roept bij mij veel herkenning op. Ze noemt ook het verdriet dat een domineesgezin kent als de kinderen in de kerkelijke gemeenschap waar ze moeten wonen, zich niet thuis voelen, alleen omdat hun vader daar predikant is. Het bovengenoemde is ook aan te vullen met problemen die te maken hebben met het leven binnen de pastorie. Soortgelijke ervaringen worden ongetwijfeld gedeeld door andere predikantsgezinnen. De gemeente is niet alleen de plaats waar de predikant werkt, maar ook de plaats waar het predikantsgezin leeft en woont. Het werk en de kerk zijn met elkaar verweven. Graag wil ik op deze problematiek ingaan.
Binnen de pastorie
Laten we voorop stellen dat er genoeg kinderen in de pastorie positief en evenwichtig opgroeien. Er blijkt echter ook een groep te zijn die lijdt onder het kerkenwerk van hun vader. Volgens een onderzoek in de Verenigde Staten lijdt 80 procent van alle domineeskinderen aan depressiviteit. Hierbij moet worden opgemerkt dat een Amerikaans onderzoek niet zonder meer over te brengen is op onze Nederlandse situatie. Enkele conclusies uit het onderzoek die vooral betrekking hebben op problemen binnen de pastorie, kunnen ons wel helpen.
Hun vader kennen
Het tijdschrift Ministries Today ondervroeg 25 domineeskinderen en predikanten uit verschillende kerkverbanden om te onderzoeken waar zulke kinderen het moeilijk mee hebben en ook hoe de kerken hiermee kunnen omgaan. Uit het onderzoek blijkt dat veel kinderen van predikanten hun vader niet echt kennen. Veel predikanten nemen de zorgen van hun ambtelijke werk mee de huiskamer in en brengen die als een last over op de andere gezinsleden. De afwezige vader die aan tafel in gedachten met zijn preek bezig is, nog bij het pastorale gesprek met mevrouw X is betrokken of het conflict met de heer Y verwerkt, is geen uitzondering. Dit heeft ongetwijfeld gevolgen voor het kind. Het avondeten is vaak het enige moment waar hij de vaderrol kan innemen en kan praten over de persoonlijke zaken, waaronder het geloof van zijn kind. Verder laat het onderzoek zien dat dominees vergeten om hun onderwijstoon in de studeerkamer te laten. ‘Elke keer als ik met m’n vader praatte, hoorde ik alleen maar een preek’, zegt een nu 39-jarige domineeszoon. ‘Zelfs in de huiskamer preekte hij nog.’ ‘Als je wilt dat je gezin ook liefde heeft voor het ambtswerk, moet je dit gezin prioriteit geven door tijd voor elkaar te reserveren’. Dit is een van de aanbevelingen uit het onderzoek. ‘Als je niet genoeg tijd met je kinderen doorbrengt, kun je ze voor het leven beschadigen en ervoor zorgen dat ze een hekel krijgen aan iedere vorm van kerkenwerk.’ Jack Hayford, directeur van het Kingsseminary (instituut voor theologisch onderwijs) in Californië, voegt daar desgevraagd aan toe: ‘De kinderen zouden moeten voelen dat zij en niet de kerk het belangrijkste voor hun ouders zijn.’ De vader, die tevens predikant is, zou er altijd moeten zijn als zijn vrouw of als zijn kinderen hem nodig hebben. Er dient tijd voor hen gereserveerd te worden.
Hoogste liefde
Een domineeskind moet leren begrijpen waarom zijn ouders hun leven aan de Heere wijden. Ik denk aan wat een emeritus-predikant tijdens zijn 40-jarig huwelijks- en ambtsjubileum tegen zijn kinderen zei: ‘In de spanning en de drukte van het pastorale leven en van een steeds groter wordend gezin dat – terecht – om aandacht vroeg, hebben mamma en ik ons vaak afgevraagd: “Hebben wij onze kinderen niet tekortgedaan? Als dat zo is, vergeef het ons. En neem het mij niet kwalijk, dat jullie mij vaak hebben moeten afstaan om aan mijn eerste en hoogste liefde te kunnen beantwoorden. Mamma heeft bij die gelegenheid gezegd: “Zoek de Heere vroeg, zoek Hem veel. Hij is het zo waard, dat wij voor Hem leven ...”
Als je zó met je kinderen in gesprek kunt blijven, doe je hen dan tekort? Mijn vraag is dan: mag een vader/predikant die plaats voor zijn eerste en hoogste liefde blijven vragen, zonder dat hij daarmee te kort doet aan de liefde tot zijn vrouw en kinderen? Is de liefde tot zijn gezin niet een vrucht van het eerste?
Buiten de pastorie
De meeste kinderen die opgroeien in een pastoriegezin waar veel aandacht is voor geloof en het gesprek daarover, worden in plattelandsgemeenten nog wel eens als buitenbeentjes beschouwd. Zoals de briefschrijfster over haar kinderen schrijft, zo ervaren kinderen van andere predikanten het ook. Een kind van een predikant vertelde mij: ‘Ik was wat sneller het huis uit, dus ik heb niet zoveel last van het-buitenbeentje-zijn gehad. Wat mij wel is bijgebleven, is dit: ik had altijd het idee dat mensen mij belangrijker vonden dan andere kinderen in de gemeente. Ze lachten eerder om een grapje van mij dan van een ander. Eerst is dit leuk, maar later ging ik hier het merkwaardige van inzien. Het wil niet zeggen dat ik deze mensen niet begrijp, maar wel dat hun gedrag niet is goed te praten.’
Voorbeeldfunctie
Een probleem dat hiermee direct is verbonden is dat je als kind in de pastorie op eenzame ‘hoogte’ leeft en een voorbeeldfunctie moet vervullen. Een kind uit de pastorie zegt: ‘Je wordt niet gekend. Ik heb mij in de gemeente nooit begrepen gevoeld. Een enkele uitzondering daargelaten. Dit merkte ik ook tijdens de uren van de catechese. Als zoon van de dominee is het lastig om je te laten zien en te laten horen, want per slot van rekening is de dominee in een klein dorp ook je vader die daar is beroepen. Die eenzaamheid (mede door het vaak moeten verhuizen) kan funest zijn en is ongezond voor het ego van een opgroeiende tiener in de pastorie die zich blijkbaar moet aanpassen aan de groepscultuur van de kerk binnen het dorp.’
Hij vervolgt: ‘Het is natuurlijk fijn wanneer er buiten de gemeente conferenties worden gehouden waar je als pastoriebewoner naartoe kunt gaan en waar het pastorieleven niet op de voorgrond staat. Dergelijke conferenties leidden ertoe dat ik daar vrienden aan heb overgehouden. Ik heb met mijn broers geprobeerd om juist ook buiten de kerk te laten zien dat we in een pastorie leven maar ook graag voetballen en met mensen buiten de kerk praten.’ Een zoon van een andere predikant zegt: ‘Ik wil in de gemeente waar ik woon geen vrienden maken, want over vier jaar ga ik toch weer weg. Als de sociale kring van vrienden en vriendinnen om de vier jaar verandert is dit voor mij moeilijk, want vastigheid is juist belangrijk voor ieder kind’. Het is de keerzijde van de roeping van het predikantschap.
Bespreekbaar
Als vanzelf zijn er geen standaard richtlijnen voor te geven, omdat elke kerkelijke gemeente weer anders is. Daarnaast heb je binnen het pastoriegezin ook te maken met verschillen in karakters van kinderen en het feit dat de ene ouder de ander niet is. Ik zou ervoor willen pleiten om de problematiek die de briefschrijfster schetst binnen het gezin bespreekbaar te maken en niet te bagatelliseren. Er zouden zich sneller nieuwe teleurstellingen voor de kinderen kunnen aandienen, als je als ouder geneigd bent om je teleurgestelde kinderen te beschermen, te sturen of ze te vertellen hoe ze in de gemeente met de ander om moeten gaan. De (pastorie)kinderen in de gemeente op laten groeien, betekent ook dat ze leren om eigen opgedane teleurstellingen te verdragen en daar aandacht en energie aan te geven.
Teleurstellingen kunnen niet bij kinderen worden weggehouden. Het pastoriegezin dat van ‘buiten’ komt moet in de gemeente door het proces van integratie heen om te worden geaccepteerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's