INGEZONDEN
Al een tijdje hik ik aan tegen het volgende: ik popel om te reageren op het artikel uit De Waarheidsvriend van 7 september, Gezin van de dominee. Maar ik durf niet. Simpelweg omdat ik vrees voor de felheid waarmee gereageerd zal worden, als mensen in mijn gemeente iets teruglezen van het verdriet dat een domineesgezin kent als de kinderen zich niet op hun plaats voelen in de gemeenschap waar ze moeten wonen, alleen omdat hun vader er dominee is. Ik zou er best veel over kunnen vertellen, en ik ben er ook van overtuigd dat onze problemen niet alleen die van ons zijn. Ik weet dat het speelt in veel meer gezinnen.
Waarover heb ik het dan? Over het feit dat onze kinderen opgroeien in een gezin waar veel aandacht is voor geloof, voor gesprek daarover, maar bijvoorbeeld ook voor het lezen van boeken, het maken van muziek. Maar de (plattelands)gemeente waar wij wonen, bestaat veelal uit minder opgeleide mensen die dat al snel vreemd vinden. Onze kinderen zijn op school buitenbeentjes, hóe ze ook hun best doen om erbij te horen. Het lukt gewoon niet. Het feit dat ze het plaatselijk dialect niet spreken, is drempel nummer één. Een muziekinstrument bespelen? Dat is toch vreemd. En práten over je geloof? Dat doet je oma maar.
Omdat onze gemeente een nogal ‘conflictgevoelige’ gemeente is, waarin mensen snel dreigen op te stappen, hebben we al het een en ander achter de rug wat niet zo fijn was. De spanning en het verdriet die dat met zich meebrengt, komt onherroepelijk je huis in. Dan ben je soms geneigd om in lastige situaties wat sussend te zijn, om maar niet óók nog eens conflicten over de kinderen te krijgen. (Wat te denken bijvoorbeeld van scheldpartijen richting je kinderen, juist door kinderen van gemeenteleden?) Maar omwille van de kinderen zou je misschien wel eens je mond open moeten doen, denk ik.
Ik zou er veel over kunnen zeggen, zei ik al. Onze kinderen gaan graag naar landelijke jeugdactiviteiten: conferenties, jongerendagen e.d. Daar voelen ze zich geaccepteerd en komen ze samen met jongelui die meestal dezelfde intentie hebben: meer leren over God, maar ook: het samen leuk hebben op een manier die past bij de Bijbel. Ik dank God voor dit soort mogelijkheden...
Onze kinderen zouden in het jeugdwerk ter plaatse alleen maar een rol als ‘voortrekker’ kunnen hebben. Het is sowieso moeilijk om geschikte jeugdleiding te vinden en ik heb vaak het idee dat het werk dat er is, niet rekent met kinderen die misschien in hun manier van denken en geloven een voorsprong hebben op leeftijdsgenoten. Maar die rol van voortrekker wíllen ze niet. Ze willen niet altijd als het domineeskind de goede antwoorden geven, de discussie gaande houden, lezen in de kerk omdat ze het zo mooi kunnen. En van mij hoeven ze ook niet. Maar het is wel moeilijk, zo ...
Hartelijke groet, zomaar een domineesvrouw
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's