De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het stilzwijgen doorbroken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het stilzwijgen doorbroken

Prof. C. Veenhof (1902-1983)

8 minuten leestijd

Twee maal een kerkelijk conflict meegemaakt, twee maal getroffen door een tuchtmaatregel. Als dat een mens niets doet! Dat zei dr. A.P. van Langevelde tijdens een symposium in de Lemkerzaal in Kampen, dat was gewijd aan leven en werk van Cornelis Veenhof.

Kort na 1944 werd Veenhof als predikant in de Gereformeerde Kerken geschorst, in het geding rondom dr. K. Schilder, dat leidde tot de vorming van de Gereformeerde Kerken (Vrijg.). In de jaren zestig werden hem, toen hij hoogleraar was aan de Theologische Hogeschool van de Geref. Kerken (Vrijg.) in Kampen, het lidmaatschap van de senaat en zijn emeritaatsrechten ontnomen. Deze zaken hadden hem diep geraakt.
Dr. Van Langevelde, die bezig is een biografie over hem te schrijven, zei dat zich na de tweede kerkscheuring bij hem ‘doodsverlangen’ voordeed. Zo diep ging het verdriet.

Zwijgen doorbroken
Na 1969 voltrok zich in de vrijgemaakt-gereformeerde wereld een stilzwijgen over hem. Het is dit jaar veertig jaar geleden dat de breuk in de Geref. Kerken (Vrijg.) plaatsvond, waarna de Geref. Kerken-buiten-verband, later de Nederlands Gereformeerde Kerken ontstonden. Nu wordt vanuit beide kerken teruggeblikt op wat toen plaatsvond. Het bleek mogelijk te zijn een gemeenschappelijk nummer van De Reformatie en Opbouw uit te geven. In deze lijn kan ook het congres over Veenhof worden gezien. Het stilzwijgen is daarmee doorbroken.
Was het een eerherstel? Zo wilde prof.dr. G. Harinck, de voorzitter van het congres, het niet noemen. Het congres was namelijk georganiseerd door het Archief- en Documentatiecentrum van de Gereformeerde Kerken in Nederland. De historicus kan niet veel meer doen dan met het verleden in gesprek gaan. Moest er ook niet (eerst) schuldbelijdenis worden gedaan? Enkele keren werd die vraag vanuit het publiek met hartstocht gesteld. Maar ook dat is geen zaak voor een documentatiecentrum of voor een willekeurige groep mensen op een congres.
Misschien was hier van toepassing een geciteerde dichtregel van Gerrit Achterberg: ‘Een leven rondt zich af voorbij het graf ’. En verder kwam in het verhaal van de biograaf Van Langevelde treffend een dichtregel van Leo Vroman tot leven: ‘Alle malen zal ik wenen’. Dat gold niet alleen Veenhof, maar ook twee andere hoofdrolspelers in het conflict van 1944, de (latere) vrijgemaakte hoogleraren D.H.Th. Vollenhoven en J. Kamphuis.
Laatstgenoemde gaf daar blijk van in een gesprek dat Van Langevelde recent met hem had.

Oordeel
Prof. Harinck gaf aan hoe moeilijk het vaak is het verleden te beoordelen en te doorgronden. Hij herinnerde aan wat ooit gezegd werd inzake het communisme in de Sovjet-Unie: ‘De toekomst is helder. Ons probleem is het verleden, dat voortdurend verandert.’
Enkele saillante zaken kwamen met betrekking tot Veenhof voor het voetlicht. In de periode tussen de twee wereldoorlogen gaf ds. C. Veenhof mede stem aan de zogeheten ‘reformatorische beweging’ binnen de Gereformeerde Kerken. Dat was ‘gereformeerd modernisme’, niet te verwarren met negentiende-eeuwse vrijzinnigheid.
Opponenten waren de dogmaticus Valentijn Hepp (VU) en de zoon van Abraham Kuyper, de hoogleraar H.H. Kuyper (VU). De leerstellige attitude van de nazaten van de Doleantie werd binnen de beweging doorbroken in voor die tijd eigentijdse taal. Men keerde zich tegen Kuypers leer van de pluriformiteit. Veenhof heette toen bij zijn tegenstanders ‘vlag op de modderschuit van het modernisme’.
Had Veenhof de storm van de vrijmaking in 1944 zelf gezaaid? Veenhof ontpopte zich als aanvankelijk leerling van K. Schilder, met diens ‘hoog normatieve kerkbegrip’, waarin bijvoorbeeld de Rooms-Katholieke Kerk en de Nederlandse Hervormde Kerk als valse kerken werden geduid. Maar in 1956 voltrok zich in de vrijgemaakt-gereformeerde kerken al een tweedeling. De hoogleraren Veenhof en H. Jager gingen uit de redactie van De Reformatie, er kwam een tweede blad, Opbouw. J. Kamphuis kwam in de redactie van De Reformatie en had als doel de erfenis van Schilder zuiver te bewaren. Veenhof ging verder in Opbouw. Veenhof had een omslag in zijn denken meegemaakt, zei Van Langevelde. Het massieve kerkbegrip van Schilder was niet meer het zijne. Hij kreeg op zijn netvlies alle scheuringen die zich na de Afscheiding van 1834 hadden voorgedaan en kwam met H. Bavinck tot de overtuiging: ‘Wie niet tegen Christus is, is voor Hem’. Hij ging beseffen dat ware en valse kerk niet naast elkaar voorkwamen, maar dooreen waren vermengd en kreeg meer en meer zicht op de kerk als ‘volk Gods’.
Zijn visie op de belijdenis werd ook geestelijker: geloof belijden in plaats van de belijdenis geloven; geen dogmatisch confessionalisme. Geleerd door de kerkelijke conflicten, geloofde hij ook niet meer in de noodzaak van toetreding van een gemeente tot een landelijk verband. Als dat gebeurde, moest dat vrijwillig gebeuren. In zijn kerkopvatting werd hij meer en meer congregationalistisch.
Zo trad Veenhof uiteindelijk ook niet toe tot het Gereformeerd Politiek Verbond, hoewel hij P. Jongeling zelf had ingeleid binnen dit specifiek vrijgemaakte politieke verband. ‘Een verkeerde kerkelijke keus leidt tot een verkeerde politieke keus.’

Theologie
Het is verleidelijk hier verder aandacht te schenken aan alles wat zich binnen de vrijgemaakt-gereformeerde wereld voltrok, kerkelijk, politiek en maatschappelijk. Binnenkort komen alle lezingen in boekvorm uit. Daarin kan ieder zich nader oriënteren.
De vraag kwam verder aan de orde wat de theologische betekenis van Veenhof is geweest. Prof. dr. J(an) Veenhof, zoon van Cornelis Veenhof, gaf daarover een doorkijkje. Veenhof was geen baanbrekend theoloog. Hij was, zei zijn opponent V. Hepp, ‘opgebouwd uit citaten’. Maar hij wist de citaten, waaruit zijn grote belezenheid bleek, wel heel functioneel te plaatsen, aldus J. Veenhof. Veenhof heeft naar zijn oordeel vooral een eigen bijdrage geleverd in het Calvijnonderzoek, met name inzake de verhouding van Woord en sacrament.
In zijn denken stonden ‘heil en onheil, genade en oordeel’ niet op één lijn. Met de afgescheiden ds. Helenius de Cock (1824-1894) was hij ook van overtuiging dat we in de prediking niets met het dogma van de uitverkiezing hebben te maken (waarmee dit dogma als zodanig niet terzijde werd gesteld).
Verder kregen bij Veenhof, in navolging van J.C. Sikkel, de armen (in het diaconaat) sterke aandacht. J. Veenhof stelde dat Veenhof daarin ook kerkoverstijgend was geweest.

Prediking
Door alle lezingen heen resoneerde de christocentrische prediking van C. Veenhof. J. Veenhof herinnerde eraan dat zijn vader Jezus altijd typeerde als de Oudste Broeder, een naam die van eerbied en vertrouwen getuigt. Daarbij gebruikte hij als voorbeeld de tijd dat velen naar Amerika emigreerden. Vaak werd de oudste zoon vooruit gezonden om het terrein te verkennen. Daarna konden de overige huisgenoten komen. Niet zonder emotie bracht Veenhof jr. dit over op de Oudste Broeder. In die emotie lag naar mijn oordeel een doorvertaling van de bewogenheid die Veenhof sr. altijd had, als het heilswerk van Christus ter sprake kwam.
Expliciet ging de vrijgemaakt-gereformeerde predikant J. Douma uit Haarlem in op Veenhofs prediking. Prediking van vergeving en genade houdt de volstrekte vernietiging van de mens-van-nature in.
In vijf punten typeerde Douma Veenhofs prediking:
Prediking is genademiddel, de genade wordt erin present gesteld; God geeft Zichzelf in Zijn Woord; preken met kracht; prediking is christocentrisch, de sprekende en levende Christus is Zelf aan het woord; uiteindelijk valt de prediker erbuiten.
Douma herinnerde aan de afscheidspreek van C. Veenhof in Haarlem in 1941, waar hij nog niet vergeten blijkt te zijn. Daarin ging het ook over de sprekende Christus, wiens woorden men moet ‘horen, opeten, in het hart laten doordringen.’

Respect
Waarom was ik op dit congres? Uit respect voor broeder Veenhof, met wie ik een tijd lang zij aan zij optrok. In de tijd dat hij mede betrokken was bij de start van de Gereformeerde Sociale Academie in Ede leerde ik hem van zeer nabij kennen. Ooit vertrouwde hij me toe – ik weet de locatie nog aan te wijzen – dat hij door al zijn kerkelijke bodems was heengezakt.
Werden in de vrijgemaakt-gereformeerde wereld in die dagen gereformeerden in de Hervormde Kerk, bij alle confessionele waardering die er kon zijn, steevast gelokaliseerd in een valse kerk, bij Veenhof was daarvan geen sprake meer. In mijn boekje Ze hadden wat te zeggen gaf ik niet zonder reden ook aan hem aandacht. Zijn grote kennis van het marxisme kwam ons in de dagen van de marxistische theologie, bij de oprichting van de sociale academie, zeer te stade.
De tijd heeft intussen ook de kerkelijk eenkennige visie in de vrijgemaakt-gereformeerde wereld achterhaald. De Gereformeerde Kerken (Vrijg.) en hun aanverwante organisaties zijn opengebroken. Naar het oordeel van sommigen zelfs te veel opengebroken. In ieder geval kon daarom een congres over Veenhof plaatsvinden, met evenveel vrijgemaakte als Nederlands gereformeerde sprekers.

Eerherstel?
Een andere zoon, de Leidse hoogleraar K.R. Veenhof, betwistte dat, omdat zijn vader zijn eer nooit was kwijt geraakt. In ieder geval werd al eerder zijn portret opgehangen in de senaatskamer in Kampen, waaruit hijzelf ooit werd verwijderd.
Van Erasmus is ooit gezegd dat hij in de Rooms-Katholieke Kerk van zijn dagen is gebleven, nadat hij haar zeer had geschaad. Mag van Veenhof misschien worden gezegd dat hij is uitgeworpen, terwijl hij de kerk geen schade wilde berokkenen maar het goede voor haar beoogde?
En verder: hoeveel andere scheuringen zullen in de toekomst nog historisch tegen het licht (moeten) worden gehouden? Dan zal wellicht ook gezegd worden: ‘Alle malen zal ik wenen’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het stilzwijgen doorbroken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's