BOEKBESPREKING
Henk J. van Rinsum: Sol Iustitiae en de Kaap. Een geschiedenis van de banden van de Utrechtse Universiteit met Zuid-Afrika. Uitg. Verloren, Hilversum; 203 blz.; € 19,00
In dit boek wordt de relatie beschreven tussen de Utrechtse Universiteit (1636) en Zuid-Afrika vanaf het moment dat Jan van Riebeeck voet aan wal zette aan de Kaap (1652) en hij het christelijk geloof daar plantte. Het eerste hoofdstuk bevat een beschrijving van de geschiedenis van Zuid-Afrika tussen dat moment en het jaar 1815, toen de Britten in Zuid-Afrika definitief de macht hadden overgenomen en van toen af tientallen studenten theologie naar Utrecht kwamen. In dit hoofdstuk wordt uitvoerig aandacht besteed aan de markante zendingspredikant Michiel Christiaan Vos (zie Globaal bekeken d.d. 16 november).
Daarna volgen hoofdstukken over ‘Theologie studeren in Utrecht (1850-1870’. Na beschrijving van de relaties in de jaren 1870-1910 (‘Pal achter oom Paul’, d.w.z. Paul Kruger) en 1910-1945 (‘Stamverwantschap en de groei van wetenschappelijke interesse’), wordt in twee hoofdstukken de schijnwerper gericht op de apartheid, onderscheiden in ‘Jaren van apartheid’ (1945-1970) en ‘Tegen apartheid’ (1970-1990). In de tweede periode wordt het ontmoedigingsbeleid voor het overkomen van studenten uit Zuid Afrika beschreven, uitlopend op de aperte afwijzing van het apartheidsbeleid, het verbreken van de culturele banden en de ‘academische boycot’. In 1979 werd het beeldje van Paul Kruger, dat decennialang in de Senaatszaal had gestaan, verwijderd. Hier krijgt ook uitvoerig aandacht ‘de affaire Jonker’. Zijn Zuid-Afrika in Opspraak (bundeling van een reisverslag uit De Waarheidsvriend) en een interview in Areopagus riepen felle reacties op. Toen prof.dr. H. Jonker bij zijn afscheidscollege in 1984 de Zuid-Afrikaanse ambassadeur had uitgenodigd, stak de faculteitsraad een stokje voor diens komst, zich mede beroepend op het verslag van een oriëntatiereis van de missioloog prof.dr. J.A.B. Jongeneel naar de landen rondom Zuid-Afrika, waarmee een bezoek van de ambassadeur volledig in strijd zou zijn.
Het boek laat zich met rode oortjes lezen, waarbij een keur van wetenswaardigheden inzake hoogleraren, Zuid-Afrikaanse studenten (M.C. Vos, Andrew Murray, D.F. Mallan, W. Verwoerd), promotiestudies (een respectabele lijst achterin) de revue passeren. Interessant is bovendien de epiloog van de auteur, waarin hij een evaluatie geeft van de achtergrond van de nauwe banden tussen Utrecht en de Kaap. Hij komt tot de conclusie dat men ‘op goede gronden’ Utrecht mag associëren met ‘de Kaap en zijn liberale tradities’. Utrecht had als ‘orthodoxe faculteit’, verbonden met de volkskerk alhier, ook een ‘conservatief-liberale traditie’, ook ‘ietwat deftig’. Utrechtse hoogleraren speelden een voortrekkersrol in de steun aan de Boeren. Van hieruit, zegt de auteur in navolging van de historicus G.J. Schutte, liepen lijnen naar het Afrikaner nationalisme.
Met deze historische studie heeft de auteur niet alleen de Utrechtse Universiteit een dienst bewezen, maar heeft hij ook aan de geschiedschrijving van de relatie tussen Nederland en Zuid-Afrika in het algemeen een belangrijk, want specifiek document toegevoegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's