De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

3 minuten leestijd

Rechterstoel
In het artikel God oordeelt ieders daden (van ds. P.J. Teeuw in De Waarheidsvriend van 16 november) wil ik – als aanvulling, in lijn met wat ds. Teeuw schreef, red. – het volgende nog vermelden. Ik las het in een van de werken van Robert Ervin Hough en het sprak mij geweldig aan. Vaak wordt gedacht dat dit oordeel een rechtszitting is, waar besloten wordt wie gered en wie voor eeuwig verloren gaan. Door deze zienswijze leven velen hun hele leven in een staat van onzekerheid. Maar de christen, wiens zonden zijn vergeven, wordt niet geconfronteerd met een geheim dat is opgesloten in onzekerheid. Gelovigen hoeven niet te hopen en te wachten tot voor de rechterstoel van Christus om te weten of ze gered zijn of verloren gaan. Hun toekomst ligt vast in het volbrachte werk van Christus. Voor de zonden van de gelovige heeft de Rechter zelf geboet; Hij zal ze niet meer gedenken (Hebr. 10:17).
Maar eraan twijfelen is ongeloof, want in het Woord van God is het duidelijk vastgelegd (zie Joh. 3:16, 18, 36; Joh. 5:24; Rom. 8:1). De Bijbel is hierin heel duidelijk en heel definitief en als men gelooft wat in Gods Woord staat, hoeft men niet in twijfel te verkeren. Hoewel dit oordeel niet bepalend is voor onze eeuwige bestemming, het bepaalt wel de mate van heerlijkheid voor de gelovige. Iedereen zal een beloning ontvangen, in overeenstemming met zijn werken; niet een beloning in de normale zin van het woord: namelijk betaling voor diensten, maar een beloning uit genade. De Heere is niet onrechtvaardig dat Hij het werk dat Zijn kind uit liefde voor Hem en in Zijn naam gedaan heeft, zou vergeten. Iedereen zal uit genade een beloning ontvangen en die beloning zal in verhouding zijn met zijn werk; een beloning voor datgene wat hij heeft geleden en geofferd ter wille van Christus; voor het juiste gebruik van de hem toevertrouwde talenten; voor de liefde aan zijn vijanden betoond; voor de hulp die hij verleende aan de armen en voor het ziekenbezoek dat hij in Zijn naam bracht.
Terwijl de verlossing voor alle gelovigen dezelfde zal zijn, zal de heerlijkheid niet voor allen dezelfde zijn. Het verschil hangt af van de vrucht, die het aardse leven heeft voortgebracht. Ieder zal zoveel eer ontvangen als hij aan kan, in de juiste verhouding tot zijn gaven en talenten. Niemand zal meer eer ontvangen dan hij kan dragen of minder dan hem toekomt. De gelovigen leggen op aarde zelf de beloning in de hemel vast. Daarom zouden ze nu de dienst van Christus tot hun voornaamste bezigheid moeten maken. Door ijverig dienstbetoon zouden ze nu schatten in de hemel moeten verzamelen, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen (Matth. 6:20). Dat zou echt de moeite waard zijn, want zowel de gelovige als de schatten zijn tot in der eeuwigheid veilig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's