De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tot wachter gesteld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tot wachter gesteld

MEDITATIE: EZECHIËL 3:17

4 minuten leestijd

Vanuit het uitgebreide roepingsvisioen van de profeet (Ezech. 1-3) worden we gewezen op belangrijke dingen: de heiligheid van God en Zijn alomtegenwoordigheid. We hoorden ook hoe de HEERE Zich openbaart door tekenen, maar vooral door de prediking van het Woord. Dit Woord moet ook door predikers zelf heengaan. Nu komt nog een ander aspect naar voren. Wie het Woord brengt, wordt ook als wachter gezien!

‘Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.’

Wat een wachter is, weten we. Een wachter herinnert ons aan een oude stadsmuur, waarop mensen stonden die speurend de omgeving van de stad bezagen met het doel vroegtijdig rovers of andere gevaren te signaleren, die de veiligheid van stad en inwoners in gevaar zouden brengen.
Wachters hadden een verantwoordelijke taak. Van hun oplettendheid en plichtsbesef hing het welzijn van de stad af. Een nonchalante of slapende wachter zou een ramp voor de stad kunnen betekenen. Stel je voor dat de vijand de poort al door was, en de wachter zou dat niet gezien hebben en dus geen alarm geslagen hebben! De ramp zou niet te overzien zijn.
In de Bijbel wordt het ambt van profeet verschillende keren met de taak van een wachter vergeleken. (Jes. 56:10; Jer. 6:17; Hos. 9:8; Hab. 2:1). Soms valt daarbij de nadruk op het uitzien naar verlossing – de wachter moet kijken of de verlossing al daagt – maar vaak ligt de nadruk op het waarschuwende van zijn opdracht. Hij moet alarm slaan als dat nodig is. Hij moet de mensen wakker maken. Opmerkelijk is dat de benaming ‘wachter’ aan het ambtsprofiel van Ezechiël wordt toegevoegd. Hij is niet slechts ziener en profeet, maar ook wachter. Als wachter moet hij waarschuwen voor het naderende onheil. Gods toorn openbaart zich immers tegen de afvallige Israëlieten, omdat ze God en Zijn verbond loslaten. Ze hebben daarom Zijn straffen te duchten. De profeet Ezechiël moet hen waarschuwen. Het zal niet goed met hen aflopen. God duldt wetteloosheid niet en zal haar daarom straffen. Deze waarschuwing heeft een positieve bedoeling. Door alarm te slaan, kunnen goddelozen bijtijds tot bekering geroepen worden. En als een goddeloze zich bekeert, zal hij niet omkomen, maar leven! Niet alleen goddelozen moeten gewaarschuwd worden, maar ook rechtvaardigen. Namelijk als deze laatsten zich afwenden van hun vroegere vrome levenswandel en alsnog in zonde gaan leven.
Zeker, ieder mens is verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Een goddeloze zal omkomen wegens zijn eigen zondigheid, net als een godsdienstig mens die de goede weg verlaat. Ieder zal om eigen zonde sterven (Ez. 18 benadrukt dat nog weer wat sterker dan dit hoofdstuk). Maar desondanks heeft ook de wachter een verantwoordelijkheid. Als Hij immers niet waarschuwt voor het dreigende gevaar, is hij medeschuldig. Hij zag het gevaar aankomen, maar hield toch zijn mond. Door zijn alarmering had de goddeloze nog tijd gehad om zich te bekeren en de afglijdende rechtvaardige had zich nog opnieuw tot de rechte weg kunnen wenden! Maar door zijn zwijgen was dit niet meer mogelijk. Wee, de wachter die niet waarschuwt. Want als hij dat nalaat, is hij medeschuldig aan de dood van deze mensen. Het bloed wordt van zijn hand geëist (vers 20). Heeft de wachter echter wel gewaarschuwd en gaan zondaren toch door op hun heilloze weg, dan ligt de verantwoordelijkheid voor hun dood niet bij hem, maar volledig bij henzelf.
Een aangrijpend woord. Omgaan met mensenzielen is uiterst verantwoordelijk werk. We mogen in het doorgeven van Gods boodschap niet slechts het positieve voorstellen, we moeten ook waarschuwen. Gods toorn over de zonde is een realiteit waar we niet omheen kunnen. De Heere Jezus zal immers wederkomen om te oordelen over levenden en doden. Er is een weg ten leven, maar ook een weg ten dode. Er is eeuwig behoud, maar ook eeuwige ondergang.
Waarschuwen moet! Ook vandaag de dag, want we hebben te doen met een heilige God. De prediking mag niet ontaarden in zoetige taal. Mensen zijn zelf verantwoordelijk, maar wee hen die alleen maar van vrede spreken en niet ook oproepen tot breken met de zonde en bekering tot God. Wachters zijn dat aan God en de naaste verplicht. Anderzijds doet juist de realiteit van God als Rechter, de mensen aansporen om tot het Lam Gods de toevlucht te nemen. Hem die geen zonde gekend of gedaan heeft, heeft God immers tot zonde gemaakt. Opdat Hij onze rechtvaardigheid zou worden.
‘Wetende de schrik des Heeren, bewegen we daarom de mensen tot het geloof ’ (2 Kor. 5). Zo wordt niet slechts onze ziel bevrijd (Ez. 3:20), maar worden ook mensenzielen toegebracht!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Tot wachter gesteld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's