De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het zal je kind maar wezen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het zal je kind maar wezen

7 minuten leestijd

In Centraal Weekblad verzorgt redacteur Theo Klein een serie over het thema: Als (klein-) kinderen een andere weg gaan. Als intro op het artikel waaruit ik citeer, schrijft Klein:
Veel ouders en grootouders hebben een stil verdriet: hun (klein)kinderen gaan niet meer naar de kerk. Sommigen hebben het voorouderlijk geloof helemaal vaarwel gezegd, anderen geloven wel in ‘iets’ maar belijden dat Jezus de Christus is, zegt hen niet zo veel. Hoe ga je als (groot)ouder hier mee om? Een vraagstelling die, vermoed ik, voor veel lezers direct herkenbaar is, helaas. Wie regelmatig rouwdiensten leidt en daarom na het overlijden van vader of moeder in gesprek raakt met de achterblijvende kinderen, schrikt soms van het slagveld dat de secularisatie ook in onze gemeenten heeft aangericht. Het merendeel van de kinderen heeft soms óf andere keuzes gemaakt óf is, wat dan heet, geheel afgehaakt. Ik weet ook wel dat je dit beeld niet mag generaliseren. Er zijn gelukkig ook genoeg andere voorbeelden te geven. Maar toch! In pastorale gesprekken stuit je keer op keer op het stil verdriet dat Theo Klein aan het begin van zijn artikel benoemt. Beschroomd en bedroefd komen ouderen te voorschijn met de bekentenis van de breuk van hun kinderen met de opvoeding. Een broeder met wie ik onlangs naar een rouwdienst ging en waar we een gezin aantroffen dat in z’n geheel van kerk en geloof was losgeraakt, bekende het heel eerlijk: We zijn bezig de slag te verliezen. Hoe kunnen we dat proces nog keren?
In het Centraal Weekblad van 24 november laat Theo Klein de bekende pinkstergelovige Peter Vlug aan het woord onder het opschrift Leren om niet te oordelen. Vlug vertelt van een kleinzoon die niets van God wilde weten en alles deed wat God verbood. Toch leerde hij uiteindelijk nog van zijn kleinzoon en hij vertelt heel aangrijpend hoe dat ging. De jongen was ‘in een vrolijk en vroom evangelicaal gezin grootgebracht maar onderging vanaf zijn veertiende een gedaanteverandering. Hij hulde zich in zwarte gothic kleding, liet overal piercings zetten en tooide zijn hoofd met een hanenkam’.

De gedaanteverwisseling van zijn kleinzoon was schokkend voor Vlug. ‘Ik had zelf altijd een uitgesproken mening over wat wel of niet goed is. Welke kleding niet deugde en dat een lippiercing uit den boze was. Dan zie je je eigen kleinzoon er zo bij lopen. En niet alleen zijn uiterlijk schokte me, hij wilde ook niets met God of geloof meer te maken hebben. Het doet je verdriet als je bij familiebijeenkomsten een van je kleinkinderen somber in een hoekje ziet zitten, eentje die niet blij uit zijn ogen kijkt.’
Hoe confronterend de gothic look van zijn kleinkind voor Vlug was, hij heeft hem er nooit om afgewezen. ‘Hij ging met zijn ouders wel mee naar Opwekking. Dan kwam hij altijd ook even bij me langs in de VIP room waar ik mijn gasten en vrienden ontving. Zo’n zwartgeklede gepiercete en van hanenkam voorziene jongen die mij begroette, riep wel vragen op ‘Wie is dat?’ ‘Mijn kleinzoon’, zei ik dan.’
Vlug vertelt dat aan deze open houding tegenover zijn kleinzoon in zijn leven een soort bekeringsproces was vooraf gegaan. Hij had moeten leren af te zien van al te vlot oordelen over mensen die anders zijn of anders denken. ‘En veroordelen wekt alleen maar afkeer. Mensen moeten zelf ontdekken dat ze vaak veel te makkelijk oordelen.’ Peter Vlug vertelt ten slotte hoe het gegaan is met zijn kleinzoon en met hemzelf. Dankzij zijn open houding hield Vlug in ieder geval contact met zijn kleinzoon. ‘Hij belde me een paar jaar geleden zomaar op. ‘Opa ik wil naar je toekomen. Ik stap nu op de trein’. Ik was geschrokken: wat zou er nu aan de hand zijn? Hoe moet ik me opstellen? Ik bad: geef me inzicht Heer, behoed me er voor hem op welke manier ook af te wijzen.
Het was een snikhete dag. Ik haalde hem in mijn korte broek en zomershirtje van het station af. Iedereen in het dorp kent me. Ze zullen vast raar hebben opgekeken toen ik die van top tot teen in het zwart gehulde jongen met hanenkam van het station haalde. We zaten voor mijn huis op een bankje toen hij zijn verhaal vertelde: een vriend van hem had een eind aan zijn leven gemaakt. Wat moest ik zeggen? Over God wilde hij niet praten. Ik heb hem gek genoeg zomaar over mijn eigen jeugd verteld. Ook een jeugd zonder God. Dat ik een brave oppassende jongen was, actief bij de padvinderij, maar leefde zonder God. En terwijl we zo op het bankje voor het huis spraken, voelde ik me zo vervuld van liefde voor deze jongen. En niet alleen voor hem, voor al die jonge mensen die zo in de knoop zitten met het leven. Die aan zoveel gevaren blootstaan. Want weten ouders eigenlijk wel aan hoeveel verleidingen de jeugd bloot staat op de scholen. Dan heb ik het niet alleen over seks en drugs, maar ook over occultisme. Als je daar vertelt dat je naar de EO-jongerendag gaat, ben je voor je klasgenoten een loser.
We hebben die avond nog wat gebabbeld en zijn naar bed gegaan. De volgende dag vroeg ik hem ‘Mag ik met je bidden?  ‘Heeft geen enkele zin, ik geloof er toch niks van’ antwoordde hij. Ik vertelde hem dat als hij weg was, wij voor hem zouden blijven bidden. Hij wist dat wij veel voor hem baden, we hadden ook vrienden gevraagd voor hem te bidden. Ik bracht hem naar het station. We waren veel te vroeg en aten nog een ijsje op de stoep voor het station. En terwijl ik samen met mijn kleinzoon een ijsje zat te eten, een groter contrast dan een oude man en een gothic puber is toch niet mogelijk, maakte God het me toen weer zo duidelijk dat het niet om iemands uiterlijk gaat maar om wat er in het hart leeft.’

Dopen
Uiteindelijk is het met de kleinzoon goed gekomen. Hij heeft zich onlangs laten dopen. ‘Daar ben ik zielsblij om en dankbaar voor. Maar ik hoop niet dat mensen zeggen: o ja, bij Peter Vlug komt alles toch weer goed. Zie je wel dat God lievelingetjes heeft. Bij ons gaat niet alles goed. We hebben een kleinkind van tweeënhalf aan kanker verloren, mijn vrouw kwam met hepatitis b van het zendingsveld terug en is nooit meer de oude geworden en bij Opwekking zijn we ooit door een ernstige crisis heengegaan. Maar in dit geval is de Heere verhoorder van gebeden geweest.’
‘Wat ik met hem heb meegemaakt, heeft mij in ieder geval geleerd jongeren nooit te veroordelen, ze helemaal te accepteren zoals ze zijn wat ze ook doen. Je te verdiepen in wat ze beweegt. En ook om te blijven bidden. Als je kind dan toch een andere weg gaat, is het een logische vraag waarom God je gebeden niet verhoort. Toen mijn kleinkind stierf, heb ik ook maanden geworsteld met de vraag waarom God zo’n prachtig onschuldig kind zo laat lijden en wegneemt. Op een gegeven moment besef je dat je voor een keus staat. Je kunt blijven rebelleren en je door zulke vragen laten verbitteren of je durft verder te leven in geloof en overgave.
Natuurlijk is het een worsteling als je kind een keurig leven leidt, maar niets met de Heere te maken wil hebben of niet gelooft zoals je het zou willen. Maar het enige wat je kunt doen, is zorgen dat je relatie met je kind open blijft, laten merken hoe blij je bent als ze langskomen en voor hen blijven bidden dat ze zelf het verschil mogen ontdekken in een leven met of zonder God.’

Wie kinderen en/of kleinkinderen andere keuzes ziet maken, voelt zich meestal machteloos en soms ook schuldig. Wat hebben we dan verkeerd gedaan? Waar is het mis gegaan? Wellicht kan de levensles van deze pinksterbroeder ons helpen en troosten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het zal je kind maar wezen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's